Posts tonen met het label Voetbalwet (Wet mbveo). Alle posts tonen
Posts tonen met het label Voetbalwet (Wet mbveo). Alle posts tonen

zaterdag 21 september 2013

Kabinet pakt voetbalgeweld steviger aan

Burgemeesters kunnen straks voor een langere periode een gebiedsverbod, meldplicht of groepsverbod opleggen aan voetbalsupporters die voor het eerst worden betrapt op ernstige verstoring van de openbare orde. Bijvoorbeeld als hooligans rond wedstrijden stenen gooien naar de politie. De ministerraad heeft daarmee ingestemd op voorstel van minister Opstelten van Veiligheid en Justitie, mede namens minister Plasterk van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

De middenstip van een voetbalveld
Nu kunnen burgemeesters een ‘first offender’, ook als deze zich ernstig heeft misgedragen, slechts één of twee voetbalwedstrijden uit de omgeving van het voetbalstadion weren, zonder dat zij daarbij een meldplicht kunnen opleggen. Dit maakt het lastig de voetbaloverlast en de schade die daarvan het gevolg kan zijn, te voorkomen.

De maatregel is onderdeel van een verscherpte aanpak om misstanden rond voetbalwedstrijden te voorkomen. Uit onderzoek blijkt dat de huidige wet in de praktijk voldoet, op een paar knelpunten na. De voorstellen van het kabinet nemen deze obstakels weg.

Nieuw is dat een gebiedsverbod, meldplicht of groepsverbod rond een thuiswedstrijd kan worden uitgebreid naar uitwedstrijden. Burgemeesters die een betaald voetbalorganisatie in hun gemeente hebben, kunnen daarover onderling afspraken maken. Voorwaarde is dat er een ernstige vrees bestaat dat de hooligan de uitwedstrijd bezoekt en zich daarbij zal misdragen.

Ook krijgen burgemeesters de mogelijkheid een stadionverbod van de KNVB of van een voetbalclub te ‘versterken’ met een meldplicht of een gebiedsverbod. Zij moeten wel de stellige indruk hebben dat de openbare orde zal worden verstoord. Dat kan het geval zijn als een voetbalhooligan op de tribune heeft gevochten of vuurwerk heeft gegooid naar een vak met supporters van de tegenpartij.

Straks kan een burgemeester ook een gebiedsverbod, meldplicht of groepsverbod opleggen voor de duur van 90 afzonderlijke dagen, verspreid binnen één jaar. Daarmee kan een hooligan doelgerichter worden aangepakt; zo’n sanctie sluit beter aan bij het wedstrijdschema in het betaald voetbal. De periode van drie aaneengesloten maanden die nu geldt, houdt een hooligan slechts enkele wedstrijden uit het risicogebied.

Nieuw is ook een gebiedsgebod dat de stafrechter kan opleggen. Het is een soort huisarrest waarmee wordt voorkomen dat hooligans op verschillende plaatsen strafbare feiten plegen.

De ministerraad heeft ermee ingestemd het wetsvoorstel voor advies aan de Raad van State te zenden. De tekst van het wetsvoorstel en van het advies van de Raad van State worden openbaar bij indiening bij de Tweede Kamer


donderdag 19 september 2013

Kort geding verloren door Ajax fans: Geen buscombi-regeling voor Ajax-supporters

KG rechtbank Osst Brabant, 19 september 2013, ECLI:NL:RBOBR:2013:5173
De gemeente Eindhoven hoeft niet in te stemmen met een buscombi-regeling voor Ajax-supporters. Dat betekent dat zij de wedstrijd PSV-Ajax op 22 september a.s. niet kunnen bijwonen. Dat is de uitkomst van een kort geding bij de rechtbank Oost-Brabant dat Ajax, supportersclub AFCA en de supportersvereniging Ajax aanspanden tegen de gemeente Eindhoven. Ajax vroeg de rechter de burgemeester van Eindhoven te bevelen een besluit te nemen waarbij aan Ajax-supporters de mogelijkheid wordt geboden de wedstrijd PSV-Ajax aanstaande zondag bij te wonen onder verplichtstelling van een buscombi-regeling. Een treincombi-regeling die normaalgesproken verplicht zou zijn bij deze wedstrijd kan niet worden uitgevoerd. De Nederlandse Spoorwegen en ProRail voeren zondag namelijk werkzaamheden uit aan de spoortunnel ter hoogte van Best waardoor er geen treinverkeer mogelijk is aan de noordzijde van Eindhoven. Ajax en de NS hebben uitvoerig overlegd over mogelijke alternatieven over het spoor, maar die bleken niet haalbaar. Ajax heeft de gemeente Eindhoven vervolgens voorgesteld gebruik te maken van een buscombi-regeling, maar dat voorstel wees burgemeester Van Gijzel van de hand, mede naar aanleiding van een veiligheidsanalyse van de politie. Volgens Ajax is de opstelling van burgemeester Van Gijzel onaanvaardbaar, onjuist en in strijd met de maatschappelijke zorgvuldigheid nu hij vasthoudt aan de treincombi-regeling ook al is er een passend alternatief aanwezig, namelijk de buscombi-regeling. De Amsterdamse lokale (sub)driehoek (met politie, burgemeester en openbaar ministerie) geeft zonder meer groen licht voor een buscombi vanuit Amsterdam naar Eindhoven. De leden van die driehoek maken zich juist zorgen over de verstoring van de openbare orde en de veiligheidsrisico’s die in en rond PSV-stadion kunnen ontstaan door het weigeren van Ajaxsupporters. Volgens Ajax is niet gebleken dat burgemeester Van Gijzel hiermee rekening heeft gehouden.

Oordeel rechter 

De burgemeester is volgens de wet belast met de handhaving van de openbare orde. Daarbij heeft hij de vrijheid om eigen afwegingen te maken. Een rechter mag niet op de stoel van de burgemeester gaan zitten en moet van de wetgever heel terughoudend toetsen. Daarom mag de rechter zich er niet over uitspreken of Van Gijzel terechte argumenten aanvoert in verband met gevaar voor de openbare orde. De voorzieningenrechter mag ook niet bepalen of moet worden vastgehouden aan de opgelegde treincombi of dat kan worden volstaan met een buscombi. De rechter kan in dit kort geding alleen de vraag beantwoorden of burgemeester Van Gijzel binnen zijn bevoegdheden heeft kunnen oordelen dat het bijwonen van de wedstrijd door de Ajax-supporters met een buscombiregeling teveel risico’s met zich brengt voor de openbare orde, of dat de weigering om genoegen te nemen met een buscombi-regeling als willekeur moet worden gekwalificeerd. De adviezen van de districtschef van de politie zijn doorslaggevend geweest voor het oordeel van burgemeester Van Gijzel. Op grond van deze adviezen, die Ajax niet inhoudelijk heeft betwist, heeft burgemeester Van Gijzel kunnen oordelen dat vanuit het perspectief van de openbare orde vervoer met bussen geen reële optie is. Het valt de rechter wel op dat de districtchef in zijn advies van 11 september 2013 minder stellig is dat een buscombi-regeling geen reële optie is dan in zijn advies van 17 september 2013. In beide adviezen adviseert de districtschef echter vast te houden aan de geplande treincombiregeling. De districtchef raadt een buscombi-regeling af omdat er geen structurele fysieke afscheiding is voor de ontvangst van de supporters per bus tijdens risicowedstrijden bij het PSV-stadion waardoor het risico op een confrontatie tussen de beide supportersgroepen aanmerkelijk vergroot wordt. Die fysieke afscheiding is wel aanwezig als de supporters van Ajax met de trein reizen. Bovendien leidt de in- en uitstroom van Ajax-supporters per bus door Eindhoven tot een verhoogd risico voor een treffen met PSV-aanhangers. De voorzieningenrechter kan deze opmerkingen van de districtchef niet negeren. De rechter oordeelt daarom dat er onvoldoende garanties zijn dat de openbare orde gewaarborgd is als de rechter het verzoek van Ajax zou toewijzen. De voorzieningenrechter kan ook geen andere voorziening toewijzen die tegemoet komt aan de wens van Ajax dat de supporters van Ajax de wedstrijd PSV-Ajax op 22 september 2013 kunnen bijwonen en tegelijkertijd voldoende garanties geeft voor de openbare orde. Het betoog van Ajax dat de openbare orde juist dreigt te worden verstoord als de supporters van Ajax de wedstrijd niet kunnen bijwonen, vindt geen basis in het dossier. De rechtbank begrijpt dat de uitspraak zuur is voor de supporters van Ajax die niet verantwoordelijk zijn voor de ontstane situatie, “maar het is niet anders”, aldus de rechtbank.

Bron: Rechtspraak.nl

woensdag 12 juni 2013

Rapport: Wet Maatregelen bestrijding voetbalvandalisme en ernstige overlast ‘Toepassing in de praktijk 2012’

Belangrijkste bevindingen samengevat:
De Inspectie VenJ heeft het onderzoek in de geselecteerde gemeenten en alle
arrondissementen verricht in de periode van 1 april 2011 tot 11 april 2012. Op basis
hiervan constateert de Inspectie VenJ de volgende zaken:
-- Van de 153 gemeenten die gereageerd hebben op de vragenlijst, hebben 27 de wet
toegepast. Van de elf arrondissementen die hebben gereageerd, zijn dit er zeven. In
totaal is de wet 293 keer ingezet, het gaat dan om 213 burgemeestersbevelen en 78
gedragsaanwijzingen. Daarnaast is in twee gevallen gebruik gemaakt van artikel
141a, strafbaarstelling voorbereidingshandelingen. De wet wordt vooral ingezet bij
wijkoverlast. In mindere mate bij voetbalvandalisme en evenementen.
-- Artikel 172b, de 12-minnersmaatregel, is – net als in eerder onderzoek is
geconstateerd – niet ingezet. Het overgrote deel van de gemeenten geeft aan inzet
van deze maatregel niet te overwegen. Gemeenten geven aan dat een dergelijke
maatregel erg ingrijpend is en dat er andere middelen zijn die effectiever werken.
Gemeenten stellen vast dat kinderen die eventueel in aanmerking zouden komen
voor een 12-minnersmaatregel, vaak uit een probleemsituatie komen. Dit vergt een
andere aanpak waarbij zorg- en hulpverleningstrajecten in hun ogen betere
oplossingen zijn.
-- Gemeenten en arrondissementen hebben de instrumenten van de wet mbveo
inmiddels een plaats gegeven in hun aanpak van overlast. Het is onderdeel
geworden van de ‘gereedschapskist’. Zij geven aan dat per casus, indien nodig en
passend, inzet van de wet zal worden overwogen. Het overgrote deel van de
onderzochte gemeenten en arrondissementen heeft de wet nog niet toegepast. Zij
menen onder meer dat andere instrumenten, zoals de APV en het noodbevel,
voldoende mogelijkheden bieden en makkelijker ingezet kunnen worden.
-- De gemeenten en arrondissementen die de wet wel hebben toegepast, stuiten in de
praktijk op grotendeels dezelfde knelpunten zoals die in de eerste rapportage zijn
opgetekend1. Het gaat dan om het voldoen aan de voorwaarden om de wet in te
kunnen zetten (dossieropbouw), de inspanningen en administratieve lasten die
erbij komen kijken en de effectiviteit van de maatregelen.
-- De jurisprudentie is in ontwikkeling. Op basis van de uitspraak van de Rechtbank
Amsterdam2 zijn de kaders om de wet te kunnen inzetten uitgebreid. In
tegenstelling tot de rechtelijke uitspraken uit 2011, stelt de rechter nu dat:
• Feiten voor inwerkingtreding van de wet mogen worden gebruikt ter
onderbouwing van het dossier;
• Deelname aan een ordeverstorende groep voldoende is om een maatregel op te
leggen, het individuele aandeel van een persoon aan de ordeverstoring hoeft
niet aangetoond te worden.
Deze ontwikkeling in de jurisprudentie kan een deel van de ervaren
knelpunten - bijvoorbeeld daar waar het gaat om het kunnen voldoen aan de
voorwaarden - wegnemen.
-- De wens bij (vooral) gemeenten is om de wet vaker en breder te kunnen toepassen.
Vanwege de genoemde knelpunten wordt dit echter beperkt. De inspanningen die
verricht moeten worden wegen niet op tegen de effecten. De grote meerwaarde van
de wet mbveo ten opzichte van andere instrumenten wordt in de praktijk dan niet
zo ervaren.
-- De betrokken partijen ervaren de effectiviteit van de maatregelen per type overlast
verschillend. Zo menen zij dat de wet mbveo een goed instrument is om
wijkoverlast aan te pakken. Hoewel het arbeidsintensief is om een maatregel toe te
passen, zijn de ervaren effecten wel positief. Een overlastgever mag zich immers een
tijdje niet meer in het betreffende gebied of in een bepaalde groep begeven. Ook bij
evenementen zoals de jaarwisseling ervaart men positieve effecten.
-- Bij toepassing van de wet tegen voetbalvandalisme is men kritischer. De wet biedt
volgens hen niet de mogelijkheden om snel, flexibel en daadkrachtig op te treden.
-- Het blijkt lastig om aan de voorwaarden te voldoen om de wet in het kader van
voetbalvandalisme in te zetten. Bovendien is een termijn van drie maanden
onvoldoende treffend. In de praktijk gaat het dan om ‘slechts’ zes thuiswedstrijden

en staat het de voetbalvandaal nog vrij om naar uitwedstrijden te gaan.

Het volledige rapport staat HIER

zaterdag 16 maart 2013

Memorie van toelichting aanscherping van de aanpak van voetbalvandalisme en ernstige overlast



Dit wetsvoorstel voorziet – in lijn met de eerdergenoemde brief en het regeerakkoord - in de aanpassingen om de in de praktijk en de evaluatie gesignaleerde knelpunten weg te nemen. In de eerste plaats bevat dit wetsvoorstel een wijziging van artikel 172a van de Gemeentewet zodat de burgemeester ook aan zogenaamde ‘first offenders’ die voor overlast hebben gezorgd een burgemeestersbevel, inhoudende een gebiedsverbod, groepsverbod of een meldplicht, voor een langere duur kan opleggen. Daarnaast introduceert dit wetsvoorstel een (expliciete) mogelijkheid om meldplichten anders dan door een melding op één bepaalde plaats ten uitvoer te leggen. Deze wijziging vloeit voort uit de wens in de praktijk om technische mogelijkheden te benutten om de uitvoering van de meldplicht te verbeteren. Ook voorziet dit wetsvoorstel in de mogelijkheid voor burgemeesters om naar aanleiding van door de KNVB of een voetbalclub opgelegd stadionverbod te ‘versterken’ met een gebiedsverbod, groepsverbod of meldplicht. Tot slot wordt het mogelijk gemaakt dat een burgemeestersbevel op grond van artikel 172a van de Gemeentewet niet meer voor een aaneengesloten termijn hoeft te worden opgelegd en wordt voorgesteld de maximale duur van de rechterlijke vrijheidsbeperkende maatregel te verhogen van twee naar vijf jaar. 

De MvT staat HIER

Het wetsvoorstel staat HIER