Posts tonen met het label Commissie Gelijke Behandeling. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Commissie Gelijke Behandeling. Alle posts tonen

dinsdag 19 november 2013

College Rechten van de Mens: Voetbalvereniging Germania heeft klacht over discriminatie door haar supporters voldoende zorgvuldig behandeld


Feiten
Een vrouw van Molukse afkomst is toeschouwer bij een voetbalwedstrijd bij Voetbalvereniging Germania. Volgens de vrouw worden er tijdens de wedstrijd discriminatoire opmerkingen gemaakt door de supporters van de voetbalvereniging. Zij dient hierover een klacht in bij de voetbalvereniging en bij Stichting Artikel 1 Overijssel (hierna: de Stichting), die personen bijstaat die menen dat zij zijn gediscrimineerd. De voetbalvereniging reageert binnen de gestelde termijn per brief van 21 mei 2012 op de discriminatieklacht. In de brief staat dat over en weer, door beide supportersgroepen, woorden zijn gevallen, dat niet meer kan worden achterhaald wie wat heeft gezegd en dat het bestuur afstand neemt van de door de vrouw gestelde discriminatoire opmerkingen. De vrouw is niet tevreden over de afhandeling van haar klacht, omdat niet duidelijk is hoe haar klacht is onderzocht en hoe discriminatie in de toekomst wordt voorkomen. Ook voert zij aan dat zij niet is gehoord en dat niet is gereageerd op een voicemailbericht van de Stichting dat zij niet tevreden is over de klachtbehandeling. De voetbalvereniging zegt dat zij deze voicemail nooit heeft ontvangen en pas op 11 juli 2013 begreep dat de vrouw niet tevreden was over de klachtbehandeling toen zij hierover een brief ontving van het College.   

Oordeel College
Het College voor de Rechten van de Mens spreekt als zijn oordeel uit dat niet is gebleken dat Voetbalvereniging Germania jegens de vrouw onderscheid heeft gemaakt op grond van ras door de wijze waarop zij haar discriminatieklacht heeft behandeld.

Toelichting
Het verbod van onderscheid, omvat tevens de verplichting om klachten over discriminatie zorgvuldig te behandelen. In dit geval moet ervan worden uitgegaan dat de voetbalvereniging pas wist dat de vrouw de klacht niet zorgvuldig behandeld vond toen zij hierover een brief ontving van het College. Dit was ruim een jaar na haar schriftelijke reactie van 21 mei 2012 op de discriminatieklacht. Omdat de voetbalvereniging stelt dat zij de voicemail van de Stichting nooit heeft ontvangen, kan namelijk niet worden vastgesteld dat de vrouw na de reactie van 21 mei 2012 nog contact heeft opgenomen met de voetbalvereniging. Ter zitting is verder komen vast te staan dat de voetbalvereniging naar aanleiding van de discriminatieklacht 5 á 6 mensen heeft gehoord en dat zij met ingang van 19 februari 2013 een gedragscode heeft waarin staat dat discriminatie niet wordt geaccepteerd en aanleiding kan zijn voor sancties. Tot slot is relevant dat de voetbalvereniging tijdig en binnen de door de Stichting gestelde reactietermijn heeft gereageerd op de klacht. Daarom is niet gebleken dat de voetbalvereniging onderscheid op grond van ras heeft gemaakt door de wijze waarop zij de discriminatieklacht heeft behandeld.


zondag 2 juni 2013

Batboy en geen batgirl gezocht: discriminatie naar geslacht


Situatie
De Stichting honkbalweek organiseert elke twee jaar een internationaal honkbaltoernooi, de Haarlemse Honkbalweek. De organisatie van de honkbalweek had een nieuwsbrief aan alle honkbalclubs in Nederland gestuurd met daarin een oproep voor batboys. Een vergelijkbare advertentie stond ook op hun website. In de advertentie was onder meer opgenomen dat de organisatie op zoek was naar enthousiaste jongens in de leeftijdscategorie 12 tot en met 15 jaar voor batboy tijdens de Honkbalweek. Een meisje had zich aangemeld voor de try-outs die hiervoor zouden worden gehouden. De organisatie van de Honkbalweek vertelde haar echter dat zij niet in aanmerking kwam omdat zij een meisje is. Het meisje voelt zich gediscrimineerd op grond van geslacht. De Stichting stelt dat zij al jaren alleen jongens vraagt als batboy maar dat zij nooit bewust meisjes hebben willen uitsluiten. Honkbal wordt namelijk van pupil tot en met senior hoofdzakelijk gespeeld door personen van het mannelijk geslacht.

Oordeel
Het College oordeelt dat Stichting Honkbalweek verboden onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt bij de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking door het meisje uit te sluiten van deelname aan try-outs voor batboy voor de Haarlemse Honkbalweek.

Toelichting
Het College oordeelt dat de Stichting direct onderscheid op grond van geslacht maakt door meisjes uit te sluiten van de mogelijkheid om batboy te worden. Direct onderscheid is verboden tenzij er een wettelijke uitzondering van toepassing is. Deze uitzondering zou er kunnen zijn, als er sprake is van een geslachtsbepaalde functie. Omdat de Stichting heeft verklaard dat de functie van batboy uitstekend door zowel jongens als meisjes kan worden vervuld, is hiervan geen sprake. Er is dan ook geen wettelijke uitzondering van toepassing. Daarom heeft de Stichting verboden onderscheid op grond van geslacht gemaakt.

KNAC Nationale Autosport Federatie maakt geen verboden onderscheid op grond van leeftijd door de licentie van een 76-jarige sportcommissaris niet te verlengen


Situatie
Een man, geboren in 1935, is sinds 1954 als vrijwilliger werkzaam als sportcommissaris bij nationale en internationale autosportevenementen. Sportcommissarissen moeten elk jaar een nieuwe licentie aanvragen bij KNAC Nationale Autosport Federatie (KNAF). De autosportfederatie heeft in 2011 een maximumleeftijd vastgesteld voor het verstrekken van licenties aan sportcommissarissen. Voor deze functie geldt sindsdien een leeftijdsgrens van 70 jaar. Als eerder een licentie is verstrekt geldt een maximumleeftijd van 75 jaar. Na het verlopen van de laatste licentie van de man op 31 december 2012 heeft de autosportfederatie hem geen nieuwe licentie verstrekt.

Oordeel College
Het College voor de Rechten van de Mens spreekt als zijn oordeel uit dat Knac Nationale Autosport Federatie jegens de man geen verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van leeftijd door hem geen nieuwe licentie voor de functie van sportcommissaris te verstrekken.

Toelichting
Het College stelt vast dat de man zijn vrijwilligerswerkzaamheden onder gezag van de autosportfederatie verricht en dat daarom sprake is van een arbeidsverhouding als bedoeld in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL). Het besluit om de man geen nieuwe licentie meer te verstrekken is ingegeven door zijn leeftijd. Daarom is sprake van onderscheid op grond van leeftijd. In de WGBL staat een uitzondering op het verbod van onderscheid op grond van leeftijd. Die uitzondering houdt in dat ontslag bij het bereiken van de AOW-leeftijd of een hogere leeftijd die eerder is vastgesteld, toegestaan is. Daarom mocht de autosportfederatie, bij het nemen van een besluit over het verstrekken van een nieuwe licentie aan de man, de leeftijdsgrens van 75 jaar hanteren. Het door de autosportfederatie gemaakte leeftijdsonderscheid is daarom niet verboden.

Geen strijd met AWGB door sportvereniging die in statuten bepalingen opneemt die racisme en discriminatie verbieden



Situatie
Een sportvereniging wil een nieuwe bepaling in haar statuten opnemen. De strekking hiervan is dat het bestuur iemand als lid kan weigeren of uit het lidmaatschap kan ontzetten als die persoon zich (binnen verenigingsverband) schuldig maakt aan racistische of discriminerende uitlatingen in welke vorm dan ook of aan verspreiding van racistisch of discriminerend materiaal. De sportvereniging vraagt het College of zij hiermee al dan niet (verboden) onderscheid zal maken in de zin van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB).

Oordeel College
De sportvereniging maakt, met de invoering van de nieuwe statutaire bepaling, geen verboden onderscheid in de zin van de AWGB, mits zij hieraan een aantal minder ver gaande sancties toevoegt: waarschuwing, schorsing, uitsluiting van het deelnemen aan wedstrijden en/of oefeningen, ontzegging van het recht van toegang tot de accommodatie van de vereniging en oplegging van een boete. De vraag of toepassing van de nieuwe statutaire bepalingen in een concreet geval verboden onderscheid oplevert, leidt niet tot een oordeel van het College, omdat de feitelijke basis hiervoor ontbreekt.

Toelichting
De sportvereniging geeft voorbeelden van situaties waarvoor zij de bepaling wil invoeren. Zo kan een aanhanger van een extreem rechtse politieke partij zich schuldig maken aan racisme of discriminatie; op het sportveld of in de sociale media. Een deel van de sporters is van niet-Nederlandse afkomst en/of heeft een donkere huidskleur. Sommige leden zijn Moslim of Hindoe. Spelers kunnen hierdoor worden gekwetst. Een ander voorbeeld is een man die vanwege zijn geloof niet met een vrouw wil samenspelen of iemand die vanwege een bepaalde levensbeschouwing niet met een homoseksuele persoon in een team wil. Ook hierdoor kunnen personen worden gekwetst. De nieuwe statutaire bepaling kan leiden tot indirect onderscheid op grond van politieke gezindheid, godsdienst of levensovertuiging. Dat is het geval als een discriminerende uitlating te maken heeft met een bepaalde politieke gezindheid, godsdienst of levensovertuiging. Indirect onderscheid mag worden gemaakt als daarvoor een goede reden is. De gekozen oplossing moet wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. De goede reden is er: het tegengaan van racisme en discriminatie. Maar de gekozen sanctie (iemand kan geen lid worden of blijven) zal niet altijd nodig zijn. Afhankelijk van de omstandigheden zullen mildere sancties volstaan. Als de sportvereniging deze toevoegt, zal zij geen verboden onderscheid maken in de zin van de AWGB. De mildere sancties sluiten ook beter aan bij de praktijk. Het maakt niet uit of iemand de racistische of discriminerende gedragingen binnen of buiten verenigingsverband heeft gedaan. Met de huidige sociale media zijn de grenzen ook vervaagd tussen wat iemand in verenigingsverband doet en wat hij privé doet. Of de sportvereniging, bij het toepassen van de nieuwe statutenbepaling in de praktijk, al dan niet verboden onderscheid maakt kan niet op voorhand worden gezegd. Dit hangt namelijk af van wat er precies is gebeurd. Wat is de ernst van de racistische en/of discriminerende gedraging en in welke mate zijn de spelers getroffen? Op basis daarvan moet dan een concrete beoordeling plaatsvinden

Sportcentrum maakt verboden onderscheid door een vrouw af te wijzen voor een stageplaats vanwege het dragen van een hoofddoek


 Situatie
Sportcentrum L. Hollander B.V. wijst een vrouw af voor een stageplaats vanwege het dragen van een hoofddoek. Het sportcentrum verbiedt zijn werknemers het dragen van hoofddeksels. Daarnaast verbiedt het sportcentrum iedere uiting van godsdienst.

Oordeel College
Het College oordeelt dat Sportcentrum L. Hollander B.V. jegens de vrouw verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van godsdienst door haar af te wijzen voor een stageplaats vanwege het dragen van een hoofddoek.

Toelichting

Verzoekster heeft bij het sportcentrum gesolliciteerd naar een stageplaats. Zij mocht stage lopen als zij haar hoofddoek afdoet. Zij weigert dit en de stage gaat daarom niet door. In een mail van het sportcentrum aan de vrouw staat dat het sportcentrum iedere uiting van godsdienst verbiedt. Het College oordeelt daarom dat er sprake is van direct onderscheid. Direct onderscheid is verboden, tenzij er een uitzondering van toepassing is. Dit is in deze situatie niet het geval.

Volledige oordeel staat HIER

woensdag 29 augustus 2012

Hockeyclub Den Bosch krijgt wedstrijdpunten terug

LJN: BX5810, Rechtbank Utrecht, 29 augustus 2012

Op 2 oktober 2011 heeft een Zuid-Afrikaanse speler deelgenomen aan een uitwedstrijd van het eerste herenteam van Hockeyclub Den Bosch tegen Hockeyclub Bloemendaal. Op die datum beschikte deze speler over een verblijfs- en tewerkstellingsvergunning, maar deze vergunningen waren nog niet aan de Koninklijke Nederlandse Hockey Bond (KNHB) ter beschikking gesteld.
De KNHB heeft vervolgens (bij brief van 14 oktober 2011) besloten om voor deze wedstrijd drie wedstrijdpunten in mindering te brengen en een boete op te leggen van € 75,00. Zij heeft dit besluit gebaseerd op artikel B.8.5.j van het Bondsreglement 2011, waarin is bepaald dat een buitenlandse speler van buiten de Europees Economische Ruimte (EER) die uitkomt in de hoofdklasse slechts speelgerechtigd is, indien van hem een kopie van de benodigde vergunningen op het bondsbureau aanwezig is en de vereniging, in wiens eerste team de betreffende speler uitkomt, schriftelijk de bevestiging van de KNHB heeft gekregen, dat de betreffende speler speelgerechtigd is.
In het vonnis van 29 augustus 2012 heeft de rechtbank Utrecht geoordeeld dat dit besluit van de KNHB niet rechtsgeldig is, omdat het besluit is gebaseerd op een bepaling (artikel B.8.5.j van het Bondsreglement 2011) die in strijd is met de Algemene Wet Gelijke Behandeling (Awgb).
Volgens de rechtbank valt de wijze van organisatie van wedstrijden door de KNHB, waaronder de wijze waarop een speler toegang tot de door de KNHB georganiseerde wedstrijden verkrijgt, onder de reikwijdte van de Awbg, zodat de toepassing van het Bondsreglement aan de Awgb kan worden getoetst. De vrijheid van vereniging staat daaraan niet in de weg.
Door de toepassing van artikel B.8.5.j van het Bondsreglement heeft de KNHB een direct onderscheid gemaakt op basis van nationaliteit. Uit de betreffende bepaling vloeit immers rechtstreeks voort voor welke nationaliteiten de aanvullende eisen (het verstrekken aan de KNHB van de benodigde vergunningen en het verstrekken door de KNHB van een schriftelijke bevestiging dat de speler speelgerechtigd is) wel gelden, en voor welke nationaliteiten niet. Het maken van een dergelijk onderscheid door een sportinstelling is in strijd met artikel 7 lid 1 Awgb. Dat de KNHB - zoals zij stelt - een legitiem doel nastreeft met de door haar gestelde aanvullende eisen, namelijk het tegengaan van competitievervalsing en het bevorderen van een ordentelijk spelverloop, kan zo zijn, maar dat is bij het maken van direct onderscheid door een sportinstelling niet relevant.
De KNHB wordt veroordeeld om binnen acht dagen na betekening van het vonnis de gevolgen van het besluit ongedaan te maken. Dit betekent onder meer dat Hockeyclub Den Bosch over het seizoen 2011-2012 de drie wedstrijdpunten terugkrijgt die door de KNHB in mindering waren gebracht.

De uitspraak staat HIER

dinsdag 8 mei 2012

CGB: KNHB heeft verboden direct onderscheid op grond van nationaliteit gemaakt jegens de Hockeyvereniging


Commissie Gelijke Behandeling, Oordeelnummer 2012-63, Datum 12 april 2012

Opmerking: de KNHB heeft het oordeel van de Commissie in deze zaak overigens naast zich neergelegd.  Lees HIER verder


Situatie
De Koninklijke Nederlandse Hockey Bond hanteert een Bondsreglement. Hierin zijn voorwaarden opgenomen voor het opstellen van een speler van buiten de EER voor een wedstrijd in de landelijke hoofdklassecompetitie. De hockeyvereniging voor wie de speler uitkomt moet een kopie van zijn verblijfs- en tewerkstellingsvergunning naar het bondskantoor sturen. Daarna moet de bond schriftelijk toestemming verlenen aan de hockeyvereniging dat de speler mag worden opgesteld. Als een speler wordt opgesteld, terwijl niet aan deze voorwaarden is voldaan, worden aan het team onder andere drie wedstrijdpunten in mindering gebracht. Hockeyvereniging ‘s-Hertogenbosch heeft vorig jaar een speler van buiten de EER - een speler met de Zuid-Afrikaanse nationaliteit - opgesteld voor een wedstrijd in de hoofdklassecompetitie. Deze speler had een geldige verblijfs- en tewerkstellingsvergunning. De hockeyvereniging heeft voor die wedstrijd geen kopie van die vergunningen naar de bond gestuurd en daarom geen toestemming van de bond ontvangen dat zij die speler mocht opstellen. Naar aanleiding hiervan heeft de bond de hockeyvereniging een straf opgelegd van drie wedstrijdpunten. De hockeyvereniging heeft aangevoerd dat de bond verboden onderscheid op grond van nationaliteit heeft gemaakt door het hanteren van de regel dat spelers van buiten de EER pas mogen worden opgesteld voor een wedstrijd in de landelijke hoofdklassecompetitie na schriftelijke toestemming van de bond.

Oordeel
De Commissie oordeelt dat Koninklijke Nederlandse Hockey Bond jegens Vereniging Hockeyclub ’s-Hertogenbosch verboden onderscheid op grond van nationaliteit heeft gemaakt bij het aanbieden van een dienst.

Toelichting
De bond is een vereniging die alleen diensten aanbiedt aan zijn leden. Daarom heeft de Commissie eerst onderzocht of de bond een beroep kan doen op de verenigingsvrijheid van artikel 8 van de Grondwet. De Commissie heeft vastgesteld dat de bond voorwaarden stelt bij het aanbod van diensten. Immers spelers van buiten de EER mogen pas worden opgesteld na het toesturen van de vergunningen aan het bondskantoor en de schriftelijke toestemming van de bond dat de speler mag worden opgesteld. De Commissie beoordeelt of deze voorwaarden bij het aanbod van diensten verband houden met het doel van de bond. Dit is niet het geval, zodat de bond geen beroep kan doen op zijn recht op verenigingsvrijheid en de Commissie bevoegd is om te beoordelen of deze voorwaarden onderscheid op grond van nationaliteit tot gevolg hebben. De Commissie is van oordeel dat de bond direct onderscheid op grond van nationaliteit heeft gemaakt door extra voorwaarden te stellen voor het opstellen van spelers van buiten de EER. Hiervan ondervinden verenigingen die een speler van buiten de EER willen opstellen nadeel. Zij moeten er namelijk voor zorgen dat de vergunningen naar het bondskantoor worden gestuurd en dat de bond schriftelijk toestemming heeft verleend om de speler op te stellen. Als zij niet aan deze voorwaarden voldoen, legt de bond strafpunten op, ook als de speler van buiten de EER in het bezit is van de juiste vergunningen. Er is niet gebleken dat een van de wettelijke uitzonderingen op het verbod van direct onderscheid van toepassing is, zodat de bond verboden direct onderscheid op grond van nationaliteit heeft gemaakt.

Lees HIER het volledige oordeel.

Lees HIER het commentaar op het oordeel van GMW advocaten.

vrijdag 16 maart 2012

Commissie Gelijke Behandeling: Organisatie marathon Utrecht maakt verboden onderscheid op grond van ras en nationaliteit bij de verdeling van start- en prijzengeld




Situatie
De Stichting UtrechTrent organiseert de Jaarbeurs Utrecht Marathon. In 2011 heeft deze Stichting voor de categorie Mannen Senior (18 tot en met 34 jaar) een groot deel van het budget alleen beschikbaar gesteld voor het start- en prijzengeld voor twintig geselecteerde atleten. Deze atleten moesten een Nederlandse wedstrijdlicentie hebben en in Nederland wonen. Zij waren geselecteerd op grond van hun potentie om een marathon in minder dan 2:30 uur te lopen. De geselecteerde atleet die het hoogst eindigde binnen de geselecteerde groep van twintig krijgt €10.000 aan prijzengeld. De nummer twintig binnen de groep van de geselecteerde kandidaten krijgt €250,-. Dat geldt onafhankelijk van hun plaats in het totaal klassement van de marathon. Dus ook als deze atleten bijvoorbeeld niet bij de snelste vijf of tien atleten van de Marathon zouden behoren.  Andere atleten, buiten de selectie van deze twintig atleten,  kunnen deelnemen aan de marathon maar komen in aanmerking voor veel lager prijzengeld. De winnaar van de marathon kan maar maximaal €100,- aan prijzengeld winnen, de nummer twee €80,- . De Jaarbeurs Utrecht Marathon is gewonnen door een van de geselecteerde atleten, hij ontving aan prijzengeld €10.100.  De tweede plaats werd ingenomen door een Keniaanse atleet, hij ontving €80 aan prijzengeld.

Oordeel
De Commissie oordeelt dat de Stichting UtrechTrent verboden onderscheid maakt op grond van ras en nationaliteit.

Toelichting
De Stichting heeft beargumenteerd dat zij graag de hardloopsport in Nederland wil bevorderen. Daarom heeft zij in samenwerking met de Nederlandse Atletiekunie, een stimuleringsprogramma opgezet. Dit bestond onder andere uit extra trainingen ter voorbereiding op de Jaarbeurs Utrecht Marathon. In deze marathon zouden de geselecteerde atleten het tegen elkaar opnemen in de ‘Dutch Battle’.  Dit is het sluitstuk van het stimuleringsprogramma. De trainingen werden georganiseerd en betaald door de Atletiekunie, de Stichting stelde het prijzengeld aan de geselecteerde atleten ter beschikking. Op deze manier hoopt de Stichting nieuwe helden te creëren voor de hardloopsport in Nederland. Alhoewel de Commissie begrip heeft voor deze doelstelling,  is de manier waarop dit gebeurt onderscheidmakend. De Stichting hanteert onder meer het criterium woonplaats voor de selectie.  Hierdoor worden met name atleten met een andere afkomst en/of nationaliteit dan de Nederlandse benadeeld. De meesten van hen zijn immers op grond van dit criterium uitgesloten van het hogere prijzengeld.  Door aan deze andere atleten een veel lager prijzengeld te bieden, wordt deelname aan deze marathon voor hen veel minder aantrekkelijk. Het deelnemen aan dergelijke (internationale) hardloopwedstrijden vormt voor veel topatleten een belangrijke bron van inkomsten. Voor een dergelijk onderscheid moet een organisatie zoals de Stichting UtrechTrent dus een goede reden (objectieve rechtvaardiging) hebben. De Commissie acht het verschil in prijzengeld tussen een geselecteerde atleet en alle overige atleten in deze categorie Mannen Senior niet proportioneel, het verschil is te groot. Gelet op het belang van atleten om een hoog bedrag aan prijzengeld te winnen en de grote groep die de Stichting van dat hoge bedrag aan prijzengeld uitsluit, concludeert de Commissie daarom dat het onderscheid dat de Stichting maakt, verboden is.

De uitspraak staat HIER

donderdag 15 maart 2012

Commissie Gelijke Behandeling: in algemene voorwaarden opnemen van verbod om "eigen taal" te spreken in sportschool is verboden onderscheid op grond van ras



De sportschool Indoor Action V.O.F. heeft verboden onderscheid op grond van ras gemaakt door in de Algemene Voorwaarden op te nemen dat de voertaal Nederlands of Engels is, en dat het onderling spreken van de ‘eigen taal’ niet is toegestaan. Indoor Action V.O.F. heeft geen verboden onderscheid op grond van ras gemaakt door ten behoeve van het veilig kunnen sporten de eis te stellen dat sporters op basaal niveau Nederlands of Engels moeten kunnen verstaan en spreken.

De uitspraak staat HIER

woensdag 14 maart 2012

Commissie Gelijke Behandeling: verbod van fitnessclub tot dragen van hoofddoek is verboden onderscheid op grond van godsdienst




Fitness & Health Center Rijkerswoerd maakt verboden onderscheid op grond van godsdienst door vrouw te verbieden tijdens het sporten een hoofddoek te dragen. Geen vermoeden dat ook onderscheid op grond van ras jegens de vrouw is gemaakt, omdat niet is gebleken dat de vrouw verplicht werd Nederlands te spreken.

De relevante rechtsoverwegingen:
3.3 Artikel 7, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB) verbiedt, in samenhang met artikel 1 van deze wet, onderscheid op grond van godsdienst en ras bij het aanbieden van of verlenen van toegang tot goederen of diensten indien dit geschiedt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. De activiteiten van verweerster als commerciële exploitant van een sportaccommodatie vallen onder onderdeel a van artikel 7, eerste lid, AWGB


3.9 Verweerster heeft toegelicht dat zij het hoofddekselverbod hanteert in het kader van de veiligheid van de sporters. Zo bestaat het gevaar van beklemming door een (loszittende) hoofdbedekking die verstrikt kan raken in de sportapparaten. Daarnaast bestaat er een risico van oververhitting van de sporter, omdat door de hoofdbedekking het zweet mogelijk niet goed weg kan, aldus verweerster


3.10 De Commissie acht het doel legitiem. Het waarborgen van de veiligheid is voldoende zwaarwegend en heeft geen discriminerend oogmerk. Voorts kan een hoofddekselverbod bijdragen aan de veiligheid van de sporters. De Commissie is van oordeel dat het middel om het doel te bereiken echter niet noodzakelijk is aangezien er alternatieven voorhanden zijn. Zo kan verweerster van haar cliënten, die om religieuze redenen een hoofddoek dragen, verlangen dat zij een sporthoofddoek dragen, een hoofddoek die speciaal is ontworpen om mee te sporten (vergelijk CGB 1 april 2010, 2010-54, r.o. 3.12). Verzoekster en verweerster hebben echter destijds deze optie niet besproken.

3.11 Op grond van het bovenstaande oordeelt de Commissie dat geen objectieve rechtvaardiging aanwezig is voor het gemaakte onderscheid



De uitspraak staat HIER