Posts tonen met het label Tijdschrift voor sport en recht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Tijdschrift voor sport en recht. Alle posts tonen

zaterdag 28 januari 2017

Tijdschrift voor Sport & Recht (TvS&R) 2016 nummer 3/4


Mr. dr. J. van Drongelen, dr. mr. S.F.H. Jellinghaus

Prof. mr. M. Olfers

Most events attract attention in a ‘sportive way’: who will win the title? Sometimes events attract negative attention and become a battlefield for campaigners, activists and politicians to highlight human rights concerns and human rights violations. In some occasions there is a call to boycott the event, or to (symbolic forms of) protest, like showing the rainbow flag as a symbol of Lesbian, Gay, Bisexual, Transgender (LGBT pride) in reaction to ‘anti-gay propaganda’ legislation in Russia during the Olympic Games in Sochi.
In recent years fundamental questions have been raised about the responsibility for human rights in bidding for and during sport events. Sports governing bodies experience more and more demands to set standards in rules, regulations, contracts and other instruments. The international community watches and acts like an independent supervisory body. In the end the question is who is responsible for what and what can be – effectively – done to safeguard human rights.
This article addresses some of the humanitarian challenges on sport events in greater length and gives an overview of the legal perspective (human rights and public and private rules and regulations) and of sport events and human rights violations. I will conclude the article with a short conclusion and some recommendations. 

Mr. C.A. Segaar, mr. T.A. Wilms

Op 7 augustus 2016 werd publiekelijk bekend dat Olympiër en turner Yuri van Gelder door NOC*NSF was uitgesloten van verdere deelname aan de Olympische Spelen in Rio de Janeiro en naar huis was gestuurd. Van Gelder had zich op 6 augustus 2016 geplaatst voor de Olympische turnfinale van 15 augustus 2016 op het toestel ringen. Volgens diverse media zou de uitsluiting het gevolg zijn van het drinken van alcohol en/of het zich tot laat in de nacht in het uitgaansleven van Rio de Janeiro begeven. Eenmaal teruggekeerd in Nederland nam Van Gelder een advocaat in de arm en besloot hij een kort geding te starten om alsnog deelname aan de Olympische ringenfinale af te dwingen. De voorzieningenrechter in de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, heeft de vorderingen van Van Gelder op 12 augustus 2016 afgewezen. In dit artikel wordt dit oordeel toegelicht en geanalyseerd vanuit het perspectief van het Nederlandse (proces)recht en het internationale sportrecht.

Mr. D. Sprecher

Voor mijn afstudeerscriptie analyseerde ik de UEFA Financial Fair Play-regelgeving vanuit juridisch en economisch perspectief. Die exercitie bracht mij in aanraking met ‘moral hazard’ in het betaald voetbal en met de ‘betaald-voetbal-paradox’.
Moral hazard zegeviert in het betaald voetbal wanneer voetbalclubs overeind worden gehouden met publiek geld (om sociale onrust te voorkomen) of privaat geld (om politieke en/of financiële motieven). Deze voetbalclubs zijn ‘too popular to fail’. Een hiermee samenhangend verschijnsel is de betaald-voetbal-paradox: veel voetbalclubs opereren onder financiële ratio’s waarmee zij in een ‘normale’ bedrijfstak allang failliet zouden zijn. Bestuurders van (populaire) voetbalclubs zijn zich bewust van het krachtenveld waarin ze opereren en nemen onverantwoorde risico’s wetende dat zij met de eer strijken bij sportief succes, terwijl de financiële gevolgen van wanbeleid niet voor hun rekening komen.
Dit laatste punt heeft bij mij altijd bevreemding gewekt. Dat een club niet failliet gaat, betekent niet dat er geen schade is: er is bijvoorbeeld imagoschade, vernietiging van waarde door een uitverkoop van spelers, en sportief verval met als gevolg een lagere klassering en dito lager prijzengeld. Natuurlijk moet niet elke keer als het misgaat, een bestuurder verantwoordelijk worden gesteld: het kan een keer tegenzitten. Maar naar mijn weten is in Nederland geen enkel voorbeeld te bedenken waar het is geprobeerd. Terwijl er toch genoeg clubs zijn gered, met publieke en private middelen, waarbij op de gevel van het stadion met zulke grote letters ‘WANBELEID’ stond gekalkt dat alle supporters dachten dat ze er een nieuwe hoofdsponsor bij hadden.
Er zijn overigens legio redenen te bedenken waarom bestuurders (van voetbalclubs die niet failliet zijn gegaan) niet aansprakelijk worden gesteld. Dat zal sowieso niet gebeuren als de bestuurder gewoon blijft zitten. Maar als er een bestuurswissel plaatsvindt kan het zijn dat de oude bestuurder een goede kennis is van de nieuwe bestuurder, of toch tenminste lid is van hetzelfde ‘old boys network’. Soms is er sprake van het scenario: ‘van een kale kip kun je niet plukken’ of is de voormalig bestuurder nog erg populair bij de achterban. Ook schept een succesvolle aansprakelijkstelling een precedent waar de nieuwe bestuurder op een later tijdstip zelf de dupe van kan worden.
Bij gebrek aan een geschikt praktijkvoorbeeld was mijn oorspronkelijke plan voor dit artikel om een puur theoretische beschouwing te geven over dit onderwerp. Maar, de oplettende lezer zal begrijpen dat ik volledig ben achterhaald door de actualiteit. FC Twente heeft op het moment van schrijven van dit artikel, op aandringen van de Gemeente Enschede, besloten de duimschroeven aan te draaien in de onderhandelingen met haar geldschieters, die tevens haar oud-bestuurders en commissarissen zijn, door ze aansprakelijk te stellen voor door haar geleden schade als gevolg van het door hen gevoerde beleid. In dit artikel beschouw ik of deze aansprakelijkstelling, zo die wordt doorgezet, kan leiden tot een vonnis waarin aansprakelijkheid wordt aangenomen en een veroordeling tot het betalen van schadevergoeding wordt uitgesproken.

Prof. mr. M. Olfers

Jurisprudentie
Mr. M.I. van Dijk


donderdag 25 augustus 2016

Tijdschrift voor Sport & Recht (TvS&R) 2016 nummer 1/2


Geen schadevergoeding na onrechtmatige schorsing: dopingbestrijding schendt mensenrechten
Mr. G. Berenschot
Dopingbestrijding beroept zich op de bescherming van de volksgezondheid en bescherming en bevordering van ‘fair play’ in de sport. Rechtsgelijkheid en rechtszekerheid in alle landen en alle sporten was de reden om de Wereld Anti-Doping Code (WAD Code) in te voeren. Atleten accepteerden dopingbestrijding omdat het gelijke behandeling zou garanderen. Zij hebben hierin geen vrije keus. Atleten stemmen automatisch in met een antidopingregime van whereabouts-verplichtingen en het strict-liability principle. Zij stemmen automatisch in met omkering van de bewijslast. Zij stemmen in met een gesloten tuchtrechtelijk systeem. Niet instemmen betekent niet deelnemen.
De oprichting van het WADA en publicatie van de eerste WAD Code heeft de rechtsgelijkheid tussen atleten uit verschillende landen onderling inderdaad verbeterd. Rechtsgelijkheid en rechtszekerheid lijken echter geen beginselen waarop atleten zich kunnen beroepen tegenover sportbonden of dopingautoriteiten. In vrijwel ieder land bestaat een vergoedingsregeling als een burger zonder uiteindelijke veroordeling in hechtenis heeft gezeten. Een vergelijkbare regeling bestaat niet als een atleet onrechtmatig is geschorst. Het beleid van sportbonden en dopingautoriteiten en de uitwerking van de WAD Code is structureel gericht op het ontgaan van schadeplicht. Toegang tot de burgerlijke rechter wordt tegengehouden. Dat maakt toetsing aan de waarborgen van de gecodificeerde mensenrechten onmogelijk. Dit is onrechtmatig, dit schendt mensenrechten van atleten.

De Pechstein-saga: is het einde in zicht?
Mr. J. Vanenburg

Megasportevenementen en mensenrechten
Mr. drs. V.W. Vleugel
Megasportevenementen zoals de Olympische Spelen en het Wereldkampioenschap Voetbal hebben de aantrekkingskracht om de aandacht van de wereld op één plek te vestigen. Steeds vaker zien landen de organisatie van deze megasportevenementen als een kans om hun land op de kaart te zetten, om hun imago op te vijzelen, als een vorm van public relations. Dit heeft ertoe geleid dat landen meer en meer tegen elkaar opbieden om deze evenementen binnen te halen.

Historical Perspective on Sports and the European Union: the ECJ Pulling the Strings?
Mr. M.A. de Vlieger
The sports world likes to see itself as the odd man out within the legal framework of the European Union (‘EU’) and maybe it is, but history shows that a self-image alone does not necessarily result in a different treatment. This paper critically examines the evolution of institutional approach of the EU towards sports from the early days of European institutionalism to the present day and engages in a glimpse of the future of EU sports law and policy.


dinsdag 17 mei 2016

Tijdschrift voor Sport & Recht (TvS&R) 2015 nummer 3


Geschilbeslechting in arbeidszaken in het betaald voetbal: deel 2
Mr. dr. M.Y.H.G. Erkens
In het eerste deel van dit artikel – dat is verschenen in TvS&R 2014, afl. 3 – is de rechtspositie van de beroepsvoetballer uit de doeken gedaan en is geschetst hoe arbitrage binnen het betaald voetbal op nationaal niveau geregeld is.
In het tweede deel van dit artikel wordt de rechtsgang bij de kantonrechter inhoudelijk en procedureel vergeleken met die bij de arbitragecommissie KNVB (hierna: de arbitragecommissie). Daarbij zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan de veranderingen in de procedure en de ontslagsystematiek die de Wet werk en zekerheid (Wwz) met ingang van 1 juli 2015 heeft gebracht. Mede tegen die achtergrond zal een aantal uitspraken van kantonrechters en van de arbitragecommissie aan een nader onderzoek worden onderworpen. Tot slot wordt een antwoord geformuleerd op de eerder opgeworpen vraag: wie is qua rechtsbescherming rondom het einde van de arbeidsrelatie beter af, de contractspeler in het betaald voetbal of de werknemer?

De conversieregeling bij tijdelijke arbeids-overeenkomsten in de sport nader bezien
Mr. dr. J. van Drongelen, dr. mr. S.F.H. Jellinghaus
In een eerder artikel hebben wij vóór de inwerkingtreding van de zogenoemde Wet werk en zekerheid (Wwz) gekeken naar de effecten daarvan voor de sport. Sedertdien is het met name niet stil geweest aan het ‘front’. De wet is voor het overgrote deel in werking getreden op 1 juli 2015 en er zijn nog wat wijzigingen ten behoeve van de sport doorgevoerd. Van wat wij destijds in ons artikel hebben besproken, hebben met name op het terrein van de zogenoemde conversieregeling bij tijdelijke arbeidsovereenkomsten nogal wat ontwikkelingen plaatsgevonden. In dit artikel wordt de stand van zaken kritisch tegen het licht gehouden.

Jurisprudentie
Mr. M.I. van Dijk






zaterdag 12 december 2015

Tijdschrift voor Sport & Recht (TvS&R) 2015 nummer 3


Inhoudsopgave:
Het arbeidsrechtelijke herroepingsrecht: een klein gevaar voor het Nederlandse betaalde voetbal
Mr. N. Poggenklaas
Door middel van de Wet werk en zekerheid is het Nederlandse arbeids- en ontslagrecht ingrijpend gewijzigd. De wet introduceert diverse nieuwe bepalingen. Voor enkele van deze bepalingen is nog niet geheel duidelijk hoe deze zullen uitwerken op de Nederlandse arbeidsrechtpraktijk, laat staan dat duidelijk is wat de gevolgen van deze nieuwe bepalingen zijn voor de Nederlandse topsport. In dit artikel wordt ingegaan op een van de nieuwe arbeidsrechtelijke bepalingen, namelijk op het herroepingsrecht, en de gevolgen daarvan voor het Nederlandse betaalde voetbal.

Tegengestelde werkweigering in een internationaal perspectief. Het belang van personality rights in een web van botsende jurisdicties bij het onthouden van arbeid
Mr. D.C.H.M. Stevens
In de media worden we meermaals geconfronteerd met situaties waarin spelers – onder andere door discussies met de clubs – uit beeld verdwijnen, omdat ze niet meer mee (mogen) doen met het eerste elftal. Gesuggereerd wordt dat spelers op deze manier gedwongen worden door de clubs om zo hun contracten te verlengen, bijvoorbeeld ter voorkoming van een transfervrije overgang naar een andere club. Een ander voorbeeld is dat spelers niet akkoord gaan met een salarisverlaging, zoals in de zaak van de Nederlandse voetballer Wesley Sneijder en F.C. Internazionale Milano. Volgens de media weigerde Sneijder akkoord te gaan met een nieuw contract dat gepaard ging met een salarisverlaging en verdween hij prompt naar de tribune. Spelers kunnen gedegradeerd worden tot wisselspeler op de bank of worden soms uitgesloten van wedstrijden. Spelers zien zich genoodzaakt om een nieuw (en mogelijk ook financieel minder aantrekkelijk) contract met de club aan te gaan, om te voorkomen dat hun marktwaarde als speler (verder) zal dalen. In dit artikel wordt onderzocht of het vanuit internationaal perspectief gerechtvaardigd is om een contractspeler deelname te ontzeggen van alle activiteiten van de selectie van het eerste elftal met name wanneer sprake is van een zakelijk geschil.

Column: Voetbal: nieuwe competitiestructuur, nieuwe regels en de spanning met het mededingingsrecht
Mr. dr. M. Olfers

Jurisprudentie
Mr. M.I. van Dijk



zondag 4 oktober 2015

Tijdschrift voor Sport & Recht (TvS&R) 2015 nummer 2


Inhoudsopgave:

- Duitse Kampfgeist SV Wilhelmshaven vanwege ontbreken Zwitsers precisiewerk FIFA
Mr. J.A.L.J. Vermeulen LLM

Tussen de ‘specificity of sport’ en de communautaire verdragsvrijheden bestaat al decennialang een spanningsveld. De verhouding tussen beide heeft regelmatig de kenmerken van een voortsmeulende, ondergrondse veenbrand. Na een periode van relatieve rust komt er zo nu en dan een steekvlam aan de oppervlakte. Dat bleek eens te meer toen het Oberlandesgericht te Bremen (Duitsland) een dag vóór de jaarwisseling met het dictum in de zaak SV Wilhelmshaven/Norddeutscher Fußball Verband al voor (juridisch) vuurwerk zorgde. De driehoofdige Zivilsenat oordeelde immers dat de internationale opleidingsvergoeding in strijd is met het vrij verkeer van werknemers. In deze bijdrage zal allereerst de opmaat naar bovengenoemde uitspraak worden uiteengezet. Vervolgens zullen de relevante ‘materieel-inhoudelijke’ overwegingen van het rechtscollege te Bremen tegen het licht worden gehouden. Het artikel zal worden afgesloten met enkele toekomstbespiegelingen.

- De Wet arbeid vreemdelingen en buitenlandse sporters
Mr. dr. E.J.A. Franssen
Sinds de jaren dertig van de vorige eeuw kent Nederland al wetgeving die de toegang tot de Nederlandse arbeidsmarkt beperkt voor vreemdelingen. Tegenwoordig is dit geregeld in de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), die vanaf 1995 geldt en die sindsdien ook alweer een aantal keren is gewijzigd.


- Jurisprudentie          

dinsdag 7 juli 2015

Tijdschrift voor Sport & Recht (TvS&R) 2015 nummer 1


Inhoudsopgave 
Mr. P. Disseldorp, Voetballers niet langer te koop!?
Voetbalclubs die talentvolle spelers willen aantrekken, dienen steeds dieper in de buidel te tasten. Voor een speler uit een van de topcompetities wordt inmiddels gemiddeld ongeveer € 10 miljoen betaald, en voor de echte topspelers zijn transferbedragen van meer dan € 50 miljoen eerder regel dan uitzondering. Wie de hoogte van deze bedragen ziet, begrijpt dat veel voetbalclubs dergelijke bedragen niet kunnen betalen. Om toch talentvolle spelers aan te kunnen trekken en een rol van betekenis te kunnen spelen, gaan sommige van deze clubs logischerwijs op zoek naar alternatieven. In dit artikel wordt ingegaan op een van deze alternatieven: het fenomeen Third Party Ownership. Nagegaan wordt wat dit fenomeen precies inhoudt, en hoe het zich verhoudt tot het (Europese) recht.

Mr. D.C.H.M. Stevens, Voetballers schorsen is geen goed plan. 
Het onthouden van arbeid vanuit zakelijk oogpunt botst met het beginsel van goed werkgeverschap
Regelmatig komt het voor dat een contractspeler door een betaaldvoetbalorganisatie wordt gedegradeerd naar het tweede/beloftenelftal. In het standaard spelerscontract is opgenomen dat een contractspeler gehouden is zich beschikbaar te stellen voor de trainingen en wedstrijden van de selectie voor het eerste elftal en het tweede/beloftenelftal. De arbitragecommissie is van oordeel dat een contractspeler gehouden is aan genoemde clausule, maar een club mag niet naar willekeur gebruikmaken van deze clausule. In dit artikel wordt neergezet wat de juridische grenzen zijn om een speler deelname aan activiteiten van de selectie van het eerste elftal te ontzeggen en hoe dit zich verhoudt tot het beginsel van goed werkgeverschap ex art. 7:611 BW. Bepalend is of het besluit van een club voortkomt uit een zakelijk geschil, op basis van een disciplinaire grondslag of wegens sportieve redenen. Dit artikel gaat nadrukkelijk in op het nationale recht. In een latere editie wordt nader ingegaan op de internationale dimensie van dit onderwerp.

Mr. M.I. van Dijk, T. Wilms, Jurisprudentie


Inhoudsopgave 2014

maandag 22 september 2014

Tijdschrift voor Sport & Recht 2014 nummer 2


In dit nummer van het Tijdschrift voor Sport & Recht de volgende onderwerpen:

De Wet werk en zekerheid: grote gevolgen voor de sport!
Dr. mr. S.F.H. Jellinghaus, mr. dr. J. van Drongelen
Het is zover, het wetsvoorstel Wet werk en zekerheid is als een intercity direct door de beide Kamers gegaan en is als wet in het Staatsblad geplaatst.Zie wet van 14 juni 2014 tot wijziging van verschillende wetten in verband met de hervorming van het ontslagrecht, wijziging van de rechtspositie van flexwerkers en wijziging van verschillende wetten in verband met het aanpassen van de Werkloosheidswet, het verruimen van de openstelling van de Wet inkomensvoorziening oudere werklozen en de beperking van de toegang tot de Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (Wet werk en zekerheid), Stb. 2014, 216. Daarnaast is het inwerkingtredingsbesluit gepubliceerd. Besluit van 20 juli 2014 tot vaststelling van het tijdstip van inwerkingtreding van de Wet werk en zekerheid, Stb. 2014, 274. De eerste tranche van deze nieuwe wet zal al op 1 januari 2015 in werking treden. Vervolgens is er een tranche die op 1 juli 2015 en een die op 1 januari 2016 in werking zal treden. Tijdens de parlementaire behandeling van het wetsvoorstel is het vanuit de sportwereld opvallend stil geweest. Alleen de voetbalsector heeft zich actief bemoeid met de inhoud van het wetsvoorstel. Een gemiste kans? In deze bijdrage wordt gekeken naar de gevolgen die deze wet zal hebben voor de sportsector. Voor een algemene beschrijving van hetgeen het wetsvoorstel inhoudt, wordt verwezen naar de literatuur die hierover reeds is verschenen. Zie in dit kader ook: C.P. van den Eijnden, S.F.H. Jellinghaus & P. Maarsen, Wet werk en zekerheid, Alphen aan den Rijn 2014; de speciale editie van TAP 2014, afl. 1; de speciale editie van TRA 2014, afl. 3; L.G. Verburg e.a. (red.), Wetsvoorstel Wet werk en zekerheid (33818) Commentaar en aanbevelingen werkgroep ontslagrecht VvA, Deventer: Kluwer 2014.

De jeugd heeft de toekomst? Over de houdbaarheid van UEFA’s home grown player rule naar Europees recht
P. Disseldorp
Steeds meer (top)ploegen doen een beroep op een groot aantal buitenlandse spelers, waardoor er minder speelminuten overblijven voor de spelers ‘van eigen bodem’. Dit kan tot gevolg hebben dat de traditionele band tussen een club en haar land verloren gaat, waardoor de lokale supporters zich wellicht moeilijker met hun favoriete club kunnen identificeren.
Voor de nationale en internationale voetbalbonden is dit een reden om op zoek te gaan naar een oplossing. Zowel de FIFA als de UEFA heeft een mogelijke oplossing aangedragen. In dit artikel wordt, aan de hand van een aantal recente ontwikkelingen, ingegaan op de verhouding tussen het Europees recht en het initiatief van de UEFA, de home grown player rule.


Column: Over besturen en integriteit
Mr. dr. M. Olfers

Jurisprudentie

Mr. M.I. van Dijk

vrijdag 13 juni 2014

Tijdschrift voor Sport & Recht 2014 nummer 1

In dit nummer van het Tijdschrift voor Sport &Recht de volgende onderwerpen: 

Mr. drs. E. Huisman, Staatssteun en sport: een onvermijdelijke combinatie

De kop van het artikel ‘Nieuw stadion Feyenoord aan zijden draadje’ vat de kern van dit artikel samen: (verboden) financiële steun van (lokale) overheden aan sportclubs en de juridische en financiële risico’s die dat met zich mee kan brengen. Samengevat staat de Gemeente Rotterdam voor de keuze of zij garant wil staan voor een lening van € 165 miljoen voor de bouw van een nieuw stadion ten behoeve van wedstrijden van voetbalclub Feyenoord. Dergelijke vragen spelen niet alleen bij de Gemeente Rotterdam dan wel in het (betaald) voetbal. De Europese Commissie heeft inmiddels besloten dat de financiële hulp van de Provincie Fryslân met betrekking tot de vernieuwing van ijsstadion Thialf verenigbaar is met de interne markt en dus geen verboden staatssteun oplevert. Blijkens de brief van de Europese Commissie d.d. 1 oktober 2012 heeft de Europese Commissie de afgelopen jaren meerdere klachten ontvangen betreffende staatssteun ter zake professionele voetbalclubs. De kaders van dergelijke financiële maatregelen worden gevonden in het Europese recht, meer in het bijzonder in artikel 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
 In dit artikel wordt een antwoord gegeven op de vraag wanneer sprake is van staatssteun en welke mogelijkheden er zijn om – ondanks het verbod op staatssteun – alsnog financieel bij te springen bij een noodlijdende sportclub.

Het volledige artikel staat HIER (voor abonnees)


Mr. D. Sprecher, mr. dr. J.G.C.M. Galle, mr. M.E.P.A.R. Jans-van Wieringen, De break-even-verplichting bij voetbalclubs. Naleven of aanvechten?
  
Nederlandse voetbalclubs die zich kwalificeren voor Europees voetbal moeten met ingang van het huidige voetbalseizoen voldoen aan de door de UEFA geïntroduceerde ‘Financial Fair Play’-regelgeving (FFPR). Het belangrijkste element van die regelgeving is de break-even-verplichting (BEV). De BEV houdt kort gezegd in dat een voetbalclub haar inkomsten en uitgaven in balans moet brengen. Voetbalclubs die niet aan de BEV voldoen worden gesanctioneerd. De sancties variëren van bijvoorbeeld een transferverbod tot uitsluiting van Europees voetbal als zwaarste sanctie. Op 28 februari 2014 maakte de UEFA bekend dat zij van 76 clubs nadere financiële gegevens zou opvragen omdat die clubs volgens haar berekeningen na de afsluiting van het boekjaar 2012 niet aan de BEV voldeden. Vlak voor de publicatie van dit artikel werd bovendien bekend dat Manchester City en Paris Saint Germain – voetbalclubs die vaak in één adem genoemd worden met kritiek op FFPR omdat zij gigantische bedragen aan transfersommen betaald hebben sinds de overname van deze clubs door sjeiks – zeer waarschijnlijk gesanctioneerd worden door UEFA wegens niet-naleving van de regelgeving. Maar ook het Nederlandse Vitesse, dat het huidige voetbalseizoen waarschijnlijk afsluit met kwalificatie voor Europees voetbal, is een van de clubs die om opheldering is gevraagd. Wat nu als de UEFA in de toekomst besluit om een Nederlandse club de toegang tot Europees voetbal te weigeren? Kan dat besluit met succes worden aangevochten? Een nadere analyse.
  
Het volledige artikel staat HIER (voor abonnees)

  - Jurisprudentie
 Mr. M.I. van Dijk, T. Wilms


Het volledige artikel staat HIER (voor abonnees)

zaterdag 15 februari 2014

Tijdschrift voor Sport & Recht 2013 nummer 4

In dit nummer van het Tijdschrift voor Sport &Recht de volgende onderwerpen: 

Prof. mr. M. Olfers, Internationaal: sport, discriminatie en LBGT’s (Lesbian, Bisexual, Gay, Transgender)

Mr. I.P.J. van den Wijngaard,Arbeidsbemiddeling door een advocaat ten behoeve van spelers en clubs: uitzondering op de licentieplicht en frictie Waadi-verbod op ‘no cure, no pay’

L. Westhoff, Zelfregulering: een belangrijke bron voor civiele aansprakelijkheid binnen de sport?

Mr. M.I. van Dijk
Jurisprudentie


Abonneren kan HIER

dinsdag 13 augustus 2013

Tijdschrift voor Sport & Recht 2013 nummer 2

In het juli nummer van het Tijdschrift voor Sport &Recht de volgende onderwerpen: 
Third party ownership in voetbal; een nadere analyse
Mr. R. Simons

Mede door de afname van sponsorinkomsten als gevolg van de economische crisis, zoeken voetbalclubs steeds meer naar andere vormen van financiering om zich te kunnen – blijven – meten met de (inter)nationale top. Een van deze alternatieve vormen betreft de gehele of gedeeltelijke verkoop van de economische rechten van een voetbalspeler aan een derde partij, de investeerder. Bij een toekomstige transfer van de speler ontvangt de investeerder vervolgens als tegenprestatie een percentage van de transfersom. Deze vorm staat bekend als ‘Third Party (Player) Ownership’ (hierna: TPO). In Zuid-Amerika is TPO reeds wijdverbreid. Inmiddels heeft TPO ook zijn intrede in het Europese én Nederlandse voetbal gedaan. Zo zou bijvoorbeeld FC Porto slechts over 7 van haar 29 spelers de volledige economische rechten bezitten.

KEA-CDES, ‘Study on the economic and legal aspects of transfers of players’, januari 2013, p. 65.
 De UEFA wil TPO verbieden. De FIFA wil hier echter nog niet aan. Een nadere analyse.

Column: Wielersport
Mr. dr. M. Olfers

Profiel: Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie
Mr. E. Lankers

Jurisprudentie
Mr. M.I. van Dijk


Lees verder HIER

vrijdag 17 augustus 2012

Tijdschrift voor Sport & Recht 2012, nr. 2

In het meest recente nummer van het Tijdschrift voor Sport & Recht 2012, nr. 2:

Contract stability in the Netherlands
Dr. mr. S.F.H. Jellinghaus & prof. mr. M. Olfers
Voetbal is in Nederland dé volkssport met meer dan 1,2 miljoen beoefenaars. De organisator achter deze sport is de Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (hierna: KNVB), onder wiens verantwoordelijkheid de amateur- en professionele voetbalcompetitie worden georganiseerd. Nederland kent geen specifieke sportwetten, zoals een dopingwet of een wet op de beroepssportbeoefenaar. Sport valt dan ook onder het nationale recht, waaronder het verenigings- en arbeidsrecht. Daarnaast kunnen ...

Eenzijdige opzeggingsopties een alternatief voor eenzijdige verlengingsopties?
Mr. D.M. Koolaard
Aangezien de validiteit van eenzijdige verlengingsopties vanuit een internationaal perspectief discutabel is, wordt in dit artikel gezocht naar een alternatief om flexibiliteit in arbeidsovereenkomsten tussen clubs en voetballers te creëren. De eenzijdige opzeggingsoptie wordt als alternatief aangedragen en de validiteit daarvan wordt vanuit een internationaal perspectief beoordeeld. De vraag die daarbij centraal staat is in hoeverre partijen onderling het begrip ‘just cause’ ...

Column
Wat waren de juridische issues rond de Olympische Spelen
Mr. dr. M. Olfers
Ongeveer 10 500 atleten afkomstig uit tal van landen hebben hun krachten in Londen aan de wereld getoond. We weten niet waarom Londen de Spelen heeft gekregen, dit is vooralsnog geheim. Hoewel de voormalige Franse president (Chirac) nog voor de stemming vertelde dat de Britten op Finland na het slechtste voedsel kennen, gingen de Spelen toch echt aan Parijs voorbij. De Britten lachten als laatste en mochten de Spelen inmiddels al voor de derde keer organiseren. Ook waren er geruchten ...

Jurisprudentie
mr. J. Potharst & Mr. M.I. van Dijk
AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT
Rb. Amsterdam 7 maart 2012

LJN BW1239 (Overlast door hockeyveld in achtertuin)

Inleiding

A. en C. zijn buren en hun percelen bestaan uit vrijstaande villa’s met diepe achtertuinen. C. heeft in zijn achtertuin een hockeyveld laten aanleggen. Hiervoor is door de Gemeente Amstelveen een vergunning verleend. Het hockeyveld ligt rechtsachter in de tuin van C. en ...

Lees verder HIER

zondag 27 mei 2012

Tijdschrift voor Sport & Recht 2012, nr. 1

In het meest recente nummer van het Tijdschrift voor Sport & Recht 2012, nr. 1:
  • Instrumenten ter voorkoming van agressie op en rond sportvelden: breedtesport. Mr. dr. M. Olfers en mr. M.S. de Andrdade
  • Tuchtrechtelijke aansprakelijkheid van betaaldvoetbalorganisaties voor wanordelijkheden in stadions. Mr. P.H.J. Nij Bijvank
  • Topsportschool; Vlaams belang of cordon sanitaire?! Mr. J.A.L.J. Vermeulen
  • Column: Het doek is gevallen. Mr. dr. M. Olfers
  • Profiel: Nederlandse Tafeltennisbond (NTTB)
  • Jurisprudentie