Posts tonen met het label Werkgever. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Werkgever. Alle posts tonen

maandag 5 november 2012

werkgever niet aansprakelijk voor schade van surveillant die bal tegen hoofd krijgt op schoolplein


De uitspraak in eerste instantie



Een uitspraak waarvan ik het hoger beroep gemist had:

Ik werd daar opmerkzaam gemaakt door DIT bericht op het blog van Dirkzwager

In hoger beroep:
Een lerares krijgt in de pauze, terwijl zij surveilleert op het schoolplein, een bal tegen haar gezicht. Op het schoolplein is voetballen verboden. De lerares loopt een zware hersenschudding op en spreekt haar werkgever aan op schending van de niet nagekomen zorgplicht van artikel 7:658 BW.
De kantonrechter stelt de lerares in het gelijk. Bij het gerechtshof dat de zaak in hoger beroep behandelt heeft ze minder geluk. Het gerechtshof stelt dat de wet niet beoogt een absolute waarborg te scheppen voor bescherming tegen het in art. 7:658 BW bedoelde gevaar, maar slechts de strekking heeft de werknemer in zoverre tegen dit gevaar te beschermen als redelijkerwijs in verband met de arbeid kan worden gevergd.
Het gerechtshof stelt dat er geen wettelijke normen bestaan en ook geen breed gedragen normen in de samenleving bestaan waaruit zou zijn op te maken dat het verantwoord is om een surveillant op een schoolplein een maximaal aantal kinderen in de gaten te laten houden.
De kantonrechter heeft aangesloten bij de norm die in de kinderopvang geldt van 15 a 20 kinderen. Het toezicht houden op een schoolplein betreft echter volgens het gerechtshof een wezenlijk andere situatie.
Bij de beantwoording van de vraag of de zorgplicht van de werkgever inhield dat zij het geldende voetbalverbod handhaafde, bijvoorbeeld door leerkrachten die het voetballen op verboden plaatsen gedoogden daarvoor ter verantwoording te roepen, stelt het gerechtshof voorop dat in het algemeen niet te verwachten valt dat het geraakt worden door een (geschopte) voetbal tot schade leidt in de zin van art. 7:658 lid 1 BW. Als een leerkracht al door een voetbal wordt getroffen, zal dat doorgaans hooguit ergernis wekken en/of pijnlijk zijn, maar dat daardoor tot vermogensschade leidend letsel wordt opgelopen ligt niet voor de hand.
Het gerechtshof is dan ook van oordeel dat de zorgplicht van de werkgever niet inhield dat zij het door de school ter plaatse ingestelde voetbalverbod handhaafde. Ook als er meerdere pleinwachten waren geweest had dit kunnen gebeuren, in het bijzonder wanneer iemand door een voetbal wordt geraakt nog voordat een pleinwacht heeft gezien dat er gevoetbald wordt op een gedeelte van het schoolplein waar dat niet is toegestaan.

Aansprakelijkheid werkgever voor schade ontstaan bij sportief personeelsuitje




Een medewerkster is sinds 1 april 1997 in dienst bij Randstad Techniek in de regio Nijmegen  op basis van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. Jaarlijks wordt voor Randstad Techniek een landelijke personeelsdag georganiseerd. 
Op 22 september 2008 heeft Randstad aan de medewerkster het volgende geschreven:

“Aankomende zaterdag 27 september gaat het gebeuren; de Powerdag techniek. Dit jaar zal ons weer veel spektakel ten deel vallen. Uiteraard verklappen we nog niets over de exacte invulling van het programma. Laat je vooral verrassen. Het belooft in ieder geval een spraakmakende dag te worden. (…)

Tips en benodigdheden:
-  sportieve/outdoor kleding
-  stevig schoeisel
-  extra set kleding
-  eventueel zwemkleding (…)”

Het actieve deel van de Powerdag, bestond onder meer uit het varen over de rivier de Maas met twee zogenaamde RIB-boten (Rigid Inflatable Boat). Een RIB-boot is een soort speedboot. De RIB-boot waarop de intercedente tien van haar collega’s zich bevonden werd bestuurd door de eigenaar van evenementenbureau, dat de tocht in opdracht van Randstad organiseerde .
Tijdens de speedboottocht werden er bewust golven van andere boten opgezocht om daarover heen te springen, er werden draaien van 180 graden gemaakt en de twee RIB-boten van het evenementenbureau voeren zijdelings langs elkaar of kruisten naar elkaar toe om elkaars boeg- of hekgolven te kunnen raken. De boot waarop de intercedente zich bevond is op enig moment met een grote klap in/tegen een golf (tot stilstand) gekomen na over een andere golf te zijn gesprongen waarbij de eigenaar verrast werd door de aanwezigheid van nog een - hoge - golf. Meerdere opvarenden zijn daarbij van hun plek gevallen of zijn tegen elkaar of tegen de rugleuningen voor of achter hen gebotst. De intercedente raakte daarbij gewond aan haar linkerschouder en is met haar hoofd tegen een collega gebotst die bij haar in de buurt zat. Na het ongeluk ervaart de intercedente pijnklachten en beperkingen aan de nek, rug, en arm.
De werkneemster stelt Randstad aansprakelijk voor de schade omdat de intercedente van mening is dat Randstad haar zorgplicht als bedoeld in artikel 7:658 lid 1 BW heeft geschonden. Artikel 7:658 lid 1 BW verplicht de werkgever onder andere zodanige maatregelen te treffen als redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt.
De vraag is of de werkneemster de schade geleden heeft "in de uitoefening van de werkzaamheden" en of de werkgever zijn zorgplicht heeft geschonden.
Volgens de intercedente is dat het geval. De Powerdag diende in de eerste plaats een bedrijfsmatig doel, namelijk het versterken van de onderlinge band tussen de werknemers ter verbetering van hun prestaties bij de uitvoering van hun reguliere werkzaamheden. Randstad weerspreekt dit. Het tijdstip van de activiteiten (zaterdag), de plaats (buiten kantoor, op de Maas), de inhoud van het programma (puur recreatief), de omstandigheid dat er geen beloning tegenover stond en het vrijwillige karakter van de dag en de tocht wijzen hierop.
De kantonrechter is het met de intercedente eens. De kantonrechter is van mening dat er een voldoende relevante band is tussen de personeelsdag en de door intercedente uitgeoefende werkzaamheden.
Dat het programma afweek van de dagelijkse werkzaamheden van de intercedente maakt geen verschil. Het is een feit van algemene bekendheid aldus de kantonrechter dat een breed netwerk van belang is bij het uitoefenen van de werkzaamheden als (senior) intercedent. Ook de omstandigheid dat de personeelsdag op een zaterdag plaatsvond is niet doorslaggevend. De reden daarvoor kan immers ook gelegen zijn in het belang van de werkgever bij het voorkomen van het onbemand zijn van het onderdeel Randstad Techniek op een werkdag.
De Powerdag valt dus onder het begrip "in de uitoefening van de werkzaamheden" artikel 7:658 lid 1 BW. Vervolgens komt de kantonrechter toe aan de vraag of Randstad haar zorgplicht heeft geschonden. Ook dat is naar het oordeel van de kantonrechter het geval. Het met een hoge snelheid (tot 100 kilometer per uur) varen met een speedboot, het daarbij bewust opzoeken van golven van andere boten en vervolgens daarover heen springen, het maken van draaien van 180 graden en het zijdelings langs elkaar varen of naar elkaar toe kruisen van twee speedboten is een evident gevaarlijke, althans risicovolle activiteit, hetgeen Randstad wist of redelijkerwijs moet hebben geweten.
De kantonrechter is van oordeel dat Randstad, òf het op een andere manier had moeten organiseren, bijvoorbeeld door het springen over golven te verbieden, òf er helemaal van af had moeten zien.
De kantonrechter voegt er nog aan toe dat, ook al zou Randstad niet aansprakelijk zijn geweest op grond van artikel 7:658 lid 1 BW, Randstad toch aansprakelijk zou zijn geweest op grond van artikel 7:611 BW. Een werkgever die voor zijn personeel een activiteit organiseert of laat organiseren waaraan een (bijzonder) risico op schade voor de deelnemende werknemers verbonden is, is ook uit hoofde van de eisen van goed werkgeverschap artikel 7:611 BW gehouden de ter voorkoming van die schade redelijkerwijs van hem te verlangen zorg te betrachten.

 De uitspraak staat HIER

maandag 23 april 2012

Instructeur trekt deur dicht, terwijl een jongen de duim er tussen heeft. Onrechtmatige daad?.




De feiten 
De zoon van de eiseres, heeft zich bij Akkademy ingeschreven voor voetballes. Op 17 april 2009 heeft de instructeur– de deur van een kleedkamer in sporthal De Persoonshal (hierna: sporthal) in Rotterdam dichtgetrokken, waardoor de rechterduim van de zoon van eiseres beklemd is geraakt en daardoor gedeeltelijk geamputeerd moest worden.

Het geschil
De eiseres vordert van de instructeur en de werkgever dat de geleden en nog te lijden schade wordt vergoedt en dat deze vergoeding aan haar wordt uitbetaald. Zij vordert dus dat voor recht wordt verklaard dat de instructeur  onrechtmatig heeft gehandeld jegens haar zoon en op grond daarvan aansprakelijk is voor vermogensschade en andere schade die haar zoon lijdt.
De eiseres onderbouwd de claim als volgt:  De instructeur heeft onrechtmatig gehandeld door de deur hard dicht te trekken zonder op te letten of er ledematen van anderen tussen de deur zouden kunnen komen en door niet te stoppen met het sluiten van de deur op het moment dat hij weerstand voelde. 

De conclusie van de gedaagde (instructeur) strekt tot afwijzing van de vorderingen, hij voert daartoe het volgende aan:
Het ongeval kan niet worden gekwalificeerd als een onrechtmatige daad. Hij wist niet en behoefde ook niet te vermoeden dat de zoon achter hem stond met zijn hand tegen de deurpost c.q. met zijn duim tussen de deur en de deurpost aan de scharnierkant. Er waren verder ook geen omstandigheden verhoogde oplettendheid behoefte, zodat hij (de instructeur) onder de gegeven omstandigheden voldoende voorzichtigheid heeft betracht. Er is sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden.  Nu de instructeur niet aansprakelijk is, is ook de werkgever niet aansprakelijk.

De beoordeling 
Volgens de rechtbank bestaat geen algemene regel dat iemand bij het sluiten van een deur altijd moet controleren of andermans vingers tussen de deur kunnen komen. In een concreet geval kan echter wel sprake zijn van omstandigheden die verhoogde oplettendheid behoeven op de aanwezigheid van vingers tussen de deur. Als onder die omstandigheden de deur dan toch, zonder te controleren of er vingers tussen de deur kunnen komen, wordt dichtgetrokken, met als gevolg schade doordat een vinger tussen de deur is gekomen, is sprake van onrechtmatig handelen.

Ter comparitie heeft de zoon over de feitelijke toedracht het volgende verklaard: 
“(…) Ik stond na de training met drie jongens in de kleedkamer. Ik was mijn sokken aan het goed doen en leunde met mijn rechterhand tegen de deurpost. gedaagde stond in de deuropening met iemand te praten en hij keek opzij naar die persoon. Toen hij de deur van de kleedkamer dichttrok, keek hij niet in mijn richting. Hij heeft mij dus niet gezien. Hij trok de deur in één keer heel hard dicht. (…) [gedaagde 1] heeft niet goed gekeken bij het dichtdoen van de deur. Hij had mij moeten zien.” 
Ter comparitie heeft gedaagde over de feitelijke toedracht het volgende verklaard: 
“(…) Ik liep vanuit de sporthal naar de kleedkamers om te kijken of er nog laatkomers waren. Daarvoor had ik tegen de kinderen gezegd: Ga op het bankje zitten. (…) Op die bewuste dag stond het bankje tegen de achterste muur. De kinderen moesten daar op gaan zitten. De zoon bevond zich bij die kinderen. Toen ik naar de deur liep, hoefde ik er dus geen rekening mee te houden dat hij ineens achter mij stond. Ik stond in de deuropening en keek de kleedkamer in. Als het zo zou zijn gegaan als eiseres stelt, dan had ik hem zeker gezien en dan had ik uiteraard de deur niet dichtgetrokken. Ik trok de deur dicht en voelde enige weerstand. Ik heb de deur toen steviger dichtgetrokken (…). Het harder dichttrekken van de deur is niet zo vreemd. Als een deur niet goed sluit, denk je dat hij klemt.” 
De door de eiseres gestelde feitelijke toedracht van het ongeval is, gelet op hetgeen de gedaagde ter comparitie heeft verklaard, voldoende gemotiveerd betwist, zodat de eiseres daarvan op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv de bewijslast draagt.

De beslissing 
De rechtbank draagt de eiseres op te bewijzen dat toen de gedaagde in de sporthal de deur van de kleedkamer dicht deed, hij de zoon zag of had moeten zien.

De uitspraak staat HIER