Posts tonen met het label College voor Rechten van de Mens. Alle posts tonen
Posts tonen met het label College voor Rechten van de Mens. Alle posts tonen

vrijdag 8 april 2016

CRM: Biljartbond discrimineerde gelovige met wedstrijden op zondag


Een gereformeerde man is lid van de biljartvereniging in zijn woonplaats. Vanwege zijn geloofsovertuiging mag hij op zondag niet biljarten. De man neemt, zowel persoonlijk als met zijn biljartteam, deel aan de competitie van de Koninklijke Nederlandse Biljartbond (KNBB). De KNBB organiseert biljartwedstrijden die in competitieverband worden gespeeld op gewestelijk en landelijk niveau. Sommige wedstrijden zijn op zondag. De man vroeg de KNBB verschillende keren de wedstrijden op een andere dag te laten spelen. De KNBB weigerde dit.

Beoordeling
Het College oordeelt dat het niet willen verrichten van bepaalde activiteiten op zondag, zoals biljarten, een uiting is van geloofsovertuiging. De man kan daarom een beroep doen op de bescherming van de gelijkebehandelingswetgeving. Ook oordeelt het College dat het organiseren van biljartwedstrijden op zondag in het nadeel is van mensen die vanwege hun geloof die dag niet mogen sporten. Dat is niet verboden als hiervoor een goede reden is. De KNBB voert aan dat de wedstrijden op gewestelijk niveau ook op zondag zijn omdat op die dag de meeste spelers en bezoekers kunnen komen. Het College stelt vast dat de KNBB niet aantoonde dat er minder spelers en bezoekers komen als de zondag wedstrijdvrij wordt gehouden. De KNBB geeft dan ook geen goede reden voor het organiseren van de wedstrijden op gewestelijk niveau op zondag. De KNBB geeft ook geen goede reden voor het organiseren van de landelijke wedstrijden op zondag. Het College concludeert daarom dat de KNBB de man discrimineert door het organiseren van de gewestelijke en landelijke wedstrijden op zondag.

Oordeel

Koninklijke Nederlandse Biljartbond heeft verboden onderscheid jegens de man gemaakt op grond van godsdienst.

dinsdag 15 juli 2014

CRM: PSV heeft een supporter niet gediscrimineerd vanwege zijn afkomst bij de kaartcontrole, discriminatieklacht van supporter is niet zorgvuldig behandeld


Situatie
Drie mannen afkomstig uit Bosnië-Herzegovina hadden kaarten gekocht voor een wedstrijdPSV-GNK Dinamo Zagreb. Er bestond een hoog veiligheidsrisico, omdat er aanwijzingen waren dat een groep aanhangers van GNK Dinamo Zagreb kaarten zou hebben gekocht voor het thuisvak. Zij hadden eerder voor ernstige ongeregeldheden gezorgd. Er was daarom een noodverordening van kracht. PSV heeft extra veiligheidsmaatregelen getroffen, waaronder het invoeren van extra kaartcontroles in het stadion. Verder mocht slechts één kaart per Club Card Houder worden gekocht (1 op 1 kaartverkoop). Op weg waren naar hun zitplaatsen werden de kaarten van de 3 mannen nog een keer gecontroleerd. Zij kregen uiteindelijk geen toegang tot de wedstrijd, omdat zij kaarten hadden gekocht met Club Cards die niet op hun naam stonden. Volgens de mannen zijn zij eruit gepikt vanwege hun uiterlijk (donker haar en donkere ogen) en de taal die zij spraken (Servisch). Ook voelen zij zich gediscrimineerd door de wijze waarop zij zijn behandeld tijdens deze extra kaartcontrole. Eén van de mannen dient hierover een klacht in bij PSV en later bij het College.

Oordeel College
Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat PSV N.V. jegens de man geen verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van ras bij de selectie voor een nadere kaartcontrole en dat niet is gebleken dat PSV N.V. jegens hem onderscheid op grond van ras heeft gemaakt door de wijze waarop hij is bejegend tijdens de nadere kaartcontrole. Wel heeft PSV N.V. jegens de man verboden onderscheid gemaakt op grond van ras door zijn discriminatieklacht onvoldoende zorgvuldig te behandelen.

Toelichting
Niet is komen vast te staan dat het uiterlijk van de man een reden was om zijn toegangskaart nog eens te controleren. Wel is duidelijk dat PSV extra kaartcontroles heeft gehouden, waarbij in ieder geval bezoekers werden gecontroleerd die niet werden herkend als vaste bezoeker met een Club Card. De steward die de kaart van de man nogmaals controleerde, heeft gezegd dat hij vermoedde dat de man geen vaste bezoeker was. Zijn vermoeden werd bevestigd toen hij de man een vreemde taal hoorde spreken. Selectie (mede) op basis van het spreken van een vreemde taal treft vooral personen van niet-Nederlandse afkomst. Daarom levert dit indirect onderscheid op grond van ras op. Indirect onderscheid is niet verboden als hiervoor een rechtvaardiging bestaat. Dat was hier het geval. PSV moest voorkomen dat zich ongeregeldheden zouden voordoen tijdens de wedstrijd.

Er bestond een hoog risico dat aanhangers van GNK Dinamo Zagreb kaarten voor het thuisvak zouden hebben en daar met de PSV aanhangers slaags zouden raken. Om die reden waren de extra veiligheidsmaatregelen en in het verlengde hiervan de nadere controle van bezoekers die niet worden herkend als vaste bezoeker noodzakelijk. Dat de steward de man voor niet-vaste bezoeker hield mede vanwege de taal die hij sprak, maakt dat niet anders. Niet is komen vast te staan dat de man is gediscrimineerd door de wijze waarop hij is behandeld tijdens de nadere kaartcontrole. De discriminatieklacht van de man is echter niet zorgvuldig behandeld. PSV heeft de man een toelichting heeft gegeven op de veiligheidsvoorschriften en de kaartverkoop voor de wedstrijd maar niet is ingegaan op de klacht van de man dat hij geselecteerd zou zijn vanwege zijn afkomst, uiterlijk en tal die hij sprak. Ook niet na herhaald verzoek.

vrijdag 20 juni 2014

Sportschool mag bij de werving van baliemedewerker kiezen voor een man, omdat die de herenkleedkamers moet schoonmaken


Situatie
Een vrouw heeft in oktober 2013 gesolliciteerd bij De Fitness Factory als baliemedewerker. In een e-mail schrijft de sportschool dat de vrouw is afgewezen, omdat ze op zoek zijn naar een mannelijke baliemedewerker. De vrouw schrijft daarna aan de sportschool dat het maken van onderscheid op grond van geslacht niet is toegestaan. De sportschool neemt haar sollicitatie daarna alsnog in behandeling, maar schrijft dat ze toch wordt afgewezen omdat ze bij een concurrent werkt en een fout heeft gemaakt in haar curriculum vitae. De vrouw heeft nog steeds het gevoel dat ze is afgewezen, omdat ze een vrouw is en vraagt het College om een oordeel.

Oordeel College
Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat De Fitness Factory B.V. geen verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van geslacht bij de werving en selectie, door de vrouw vanwege haar geslacht af te wijzen voor de functie van baliemedewerker.

Toelichting

Fitness Factory erkent dat in oktober 2013 werd gezocht naar een mannelijke baliemedewerker. Deze moet naast het baliewerk ook de kleedkamers en douches schoonmaken. De dameskleedkamer wordt schoongemaakt door vrouwen en de herenkleedkamer door mannen. Daarom is het nodig dat er voldoende mannelijke en vrouwelijke baliemedewerkers zijn. In oktober 2013 was de sportschool op zoek naar een mannelijke baliemedewerker. Het College oordeelt dat de vrouw mede vanwege haar geslacht is afgewezen en dat daarom direct onderscheid op grond van geslacht is gemaakt. In de wet staat dat je in bepaalde gevallen een man of een vrouw mag werven, als sprake is van werkzaamheden die ernstige schaamtegevoelens oproepen. Volgens het College speelt dat bij sporters als zij zich in het bijzijn van iemand van het andere geslacht moeten omkleden en douchen. De sportschool mag daarom, in verband met de schoonmaak van de kleedkamers, bij de werving en selectie van baliemedewerkers rekening houden met het geslacht. Geen verboden onderscheid.

Discriminatie door sportschool door vrouw die transgender is niet meer toe te laten tot de dameskleedkamer en sauna


Situatie
Een vrouw die transgender is (van man naar vrouw) en die nog geen geslachtsveranderende operatie heeft ondergaan, mocht van de sportschool gebruik maken van de dameskleedkamer en sauna. Na een paar maanden mocht dit niet meer, omdat er volgens de sportschool tientallen klachten van leden waren die de vrouw als een man zien. Zij hebben het mannelijk geslachtsdeel van de vrouw in de dameskleedkamer en in de sauna gezien. De vrouw zegt dat haar maar twee of drie klachten bekend zijn en biedt aan om de klagers haar situatie uit te leggen. De sportschool heeft van dat aanbod geen gebruik gemaakt.

Oordeel College
Het College voor de Rechten van de Mens oordeelt dat Trainmore ’s-Hertogenbosch B.V. jegens de vrouw verboden onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt door haar de toegang tot de dameskleedkamer en sauna te ontzeggen.

Toelichting
De sportschool heeft vanwege klachten van haar leden besloten de vrouw niet meer toe te laten tot de dameskleedkamer en sauna. Omdat deze klachten verband houden met het feit dat de vrouw transgender is, heeft de sportschool direct onderscheid op grond van geslacht gemaakt. Het College heeft er begrip voor dat de sportschool het al haar leden naar de zin wil maken, maar door mee te gaan in de klachten van haar leden, is de sportschool tegemoet gekomen aan hun discriminatoire wens de vrouw te weren van de dameskleedkamer en de sauna en heeft daarom direct onderscheid op grond van geslacht gemaakt. Direct onderscheid is verboden tenzij er een wettelijke uitzondering is.

In het Besluit gelijke behandeling is een uitzondering opgenomen op grond waarvan het is toegestaan onderscheid te maken tussen mannen en vrouwen bij het gebruik van onder andere de sauna en kleedruimte, voor zover voor beide geslachten gelijkwaardige voorzieningen aanwezig zijn. Gezien de bijzondere positie van de vrouw als transgender, is het College van oordeel dat de sportschool haar niet, met een beroep op voornoemde uitzondering, de toegang tot de vrouwenkleedkamer kan weigeren als ware zij een man. Het College oordeelt dat de sportschool rekening had moeten houden met de bijzondere positie van de vrouw als transgender en dat de sportschool in dit geval geen beroep kan doen op de uitzondering.


Er is niet gebleken dat er een andere wettelijke uitzondering van toepassing is. Het gemaakte onderscheid is dan ook verboden.                       

donderdag 20 maart 2014

Vereniging Karate-Do Youkou Breda maakt verboden onderscheid op grond van godsdienst door een meisje niet toe te staan met een sporthoofddoek te trainen


Situatie
Een meisje van 12 jaar is om godsdienstige redenen een hoofddoek gaan dragen. Zij is vanaf haar negende lid van de vereniging Karate-Do Youkou Breda. De karatevereniging staat niet toe dat het meisje traint met een (sport)hoofddoek. Het meisje heeft daarom haar lidmaatschap van de vereniging Karate-Do Youkou Breda opgezegd en is lid geworden van een andere karatevereniging waar zij wel met een hoofddoek mag trainen. De moeder van het meisje is van mening dat sprake is van discriminatie op grond van godsdienst jegens haar dochter.

Oordeel College
Het College is van oordeel dat Vereniging Karate-Do Youkou Breda jegens het meisje verboden onderscheid op grond van godsdienst heeft gemaakt door haar niet toe te staan met een (sport)hoofddoek te trainen.

Toelichting
Het verbod op het dragen van een (sport)hoofddoek tijdens de trainingen is in het Huishoudelijk Regelement van de karatevereniging neutraal geformuleerd en verwijst niet naar de grond godsdienst. Daarom is geen sprake van direct onderscheid op grond van godsdienst. Er is wel sprake van indirect onderscheid op grond van godsdienst. Door het verbod om met een (sport)hoofddoek te trainen worden leden die vanwege hun godsdienst een hoofddoek dragen bijzonder getroffen. Indirect onderscheid is niet verboden als de karatevereniging een goede reden heeft voor dit onderscheid (een objectieve rechtvaardiging).
Het College stelt vast dat de karatevereniging vier redenen heeft voor het verbod om met een (sport)hoofddoek te trainen, namelijk het waarborgen van:
(1) de gelijkheid van de leden binnen de vereniging vanuit de karatetraditie,
(2) de veiligheid van haar leden tijdens de training,
(3) de hygiëne tijdens de training en
(4) respect voor elkaar en discipline vanuit de karatetraditie.


Het College oordeelt dat als de kleding van het meisje verder precies gelijk is aan die van de andere leden, een (sport)hoofddoek niet een zo wezenlijk verschil in uiterlijk maakt dat dat het belang van het meisje moet wijken voor het belang van de karatevereniging. Verder is het College van oordeel dat de karatevereniging niet aannemelijk heeft gemaakt dat een sporthoofddoek onveilig is. Ook heeft de karatevereniging niet aannemelijk gemaakt dat een verbod van het dragen van een (sport)hoofddoek in dit geval noodzakelijk is om de hygiëne te waarborgen. Ten slotte is een verbod op het dragen van een hoofddoek niet noodzakelijk om respect voor elkaar en discipline te waarborgen. De karatevereniging heeft dan ook geen goede reden (objectieve rechtvaardiging) voor het gemaakte onderscheid op grond van godsdienst gegeven. Door het meisje niet te laten deelnemen aan de trainingen met een (sport)hoofddoek heeft de karatevereniging verboden onderscheid gemaakt op grond van godsdienst.

zondag 2 juni 2013

Batboy en geen batgirl gezocht: discriminatie naar geslacht


Situatie
De Stichting honkbalweek organiseert elke twee jaar een internationaal honkbaltoernooi, de Haarlemse Honkbalweek. De organisatie van de honkbalweek had een nieuwsbrief aan alle honkbalclubs in Nederland gestuurd met daarin een oproep voor batboys. Een vergelijkbare advertentie stond ook op hun website. In de advertentie was onder meer opgenomen dat de organisatie op zoek was naar enthousiaste jongens in de leeftijdscategorie 12 tot en met 15 jaar voor batboy tijdens de Honkbalweek. Een meisje had zich aangemeld voor de try-outs die hiervoor zouden worden gehouden. De organisatie van de Honkbalweek vertelde haar echter dat zij niet in aanmerking kwam omdat zij een meisje is. Het meisje voelt zich gediscrimineerd op grond van geslacht. De Stichting stelt dat zij al jaren alleen jongens vraagt als batboy maar dat zij nooit bewust meisjes hebben willen uitsluiten. Honkbal wordt namelijk van pupil tot en met senior hoofdzakelijk gespeeld door personen van het mannelijk geslacht.

Oordeel
Het College oordeelt dat Stichting Honkbalweek verboden onderscheid op grond van geslacht heeft gemaakt bij de behandeling bij de vervulling van een openstaande betrekking door het meisje uit te sluiten van deelname aan try-outs voor batboy voor de Haarlemse Honkbalweek.

Toelichting
Het College oordeelt dat de Stichting direct onderscheid op grond van geslacht maakt door meisjes uit te sluiten van de mogelijkheid om batboy te worden. Direct onderscheid is verboden tenzij er een wettelijke uitzondering van toepassing is. Deze uitzondering zou er kunnen zijn, als er sprake is van een geslachtsbepaalde functie. Omdat de Stichting heeft verklaard dat de functie van batboy uitstekend door zowel jongens als meisjes kan worden vervuld, is hiervan geen sprake. Er is dan ook geen wettelijke uitzondering van toepassing. Daarom heeft de Stichting verboden onderscheid op grond van geslacht gemaakt.

KNAC Nationale Autosport Federatie maakt geen verboden onderscheid op grond van leeftijd door de licentie van een 76-jarige sportcommissaris niet te verlengen


Situatie
Een man, geboren in 1935, is sinds 1954 als vrijwilliger werkzaam als sportcommissaris bij nationale en internationale autosportevenementen. Sportcommissarissen moeten elk jaar een nieuwe licentie aanvragen bij KNAC Nationale Autosport Federatie (KNAF). De autosportfederatie heeft in 2011 een maximumleeftijd vastgesteld voor het verstrekken van licenties aan sportcommissarissen. Voor deze functie geldt sindsdien een leeftijdsgrens van 70 jaar. Als eerder een licentie is verstrekt geldt een maximumleeftijd van 75 jaar. Na het verlopen van de laatste licentie van de man op 31 december 2012 heeft de autosportfederatie hem geen nieuwe licentie verstrekt.

Oordeel College
Het College voor de Rechten van de Mens spreekt als zijn oordeel uit dat Knac Nationale Autosport Federatie jegens de man geen verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van leeftijd door hem geen nieuwe licentie voor de functie van sportcommissaris te verstrekken.

Toelichting
Het College stelt vast dat de man zijn vrijwilligerswerkzaamheden onder gezag van de autosportfederatie verricht en dat daarom sprake is van een arbeidsverhouding als bedoeld in de Wet gelijke behandeling op grond van leeftijd bij de arbeid (WGBL). Het besluit om de man geen nieuwe licentie meer te verstrekken is ingegeven door zijn leeftijd. Daarom is sprake van onderscheid op grond van leeftijd. In de WGBL staat een uitzondering op het verbod van onderscheid op grond van leeftijd. Die uitzondering houdt in dat ontslag bij het bereiken van de AOW-leeftijd of een hogere leeftijd die eerder is vastgesteld, toegestaan is. Daarom mocht de autosportfederatie, bij het nemen van een besluit over het verstrekken van een nieuwe licentie aan de man, de leeftijdsgrens van 75 jaar hanteren. Het door de autosportfederatie gemaakte leeftijdsonderscheid is daarom niet verboden.

Geen strijd met AWGB door sportvereniging die in statuten bepalingen opneemt die racisme en discriminatie verbieden



Situatie
Een sportvereniging wil een nieuwe bepaling in haar statuten opnemen. De strekking hiervan is dat het bestuur iemand als lid kan weigeren of uit het lidmaatschap kan ontzetten als die persoon zich (binnen verenigingsverband) schuldig maakt aan racistische of discriminerende uitlatingen in welke vorm dan ook of aan verspreiding van racistisch of discriminerend materiaal. De sportvereniging vraagt het College of zij hiermee al dan niet (verboden) onderscheid zal maken in de zin van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB).

Oordeel College
De sportvereniging maakt, met de invoering van de nieuwe statutaire bepaling, geen verboden onderscheid in de zin van de AWGB, mits zij hieraan een aantal minder ver gaande sancties toevoegt: waarschuwing, schorsing, uitsluiting van het deelnemen aan wedstrijden en/of oefeningen, ontzegging van het recht van toegang tot de accommodatie van de vereniging en oplegging van een boete. De vraag of toepassing van de nieuwe statutaire bepalingen in een concreet geval verboden onderscheid oplevert, leidt niet tot een oordeel van het College, omdat de feitelijke basis hiervoor ontbreekt.

Toelichting
De sportvereniging geeft voorbeelden van situaties waarvoor zij de bepaling wil invoeren. Zo kan een aanhanger van een extreem rechtse politieke partij zich schuldig maken aan racisme of discriminatie; op het sportveld of in de sociale media. Een deel van de sporters is van niet-Nederlandse afkomst en/of heeft een donkere huidskleur. Sommige leden zijn Moslim of Hindoe. Spelers kunnen hierdoor worden gekwetst. Een ander voorbeeld is een man die vanwege zijn geloof niet met een vrouw wil samenspelen of iemand die vanwege een bepaalde levensbeschouwing niet met een homoseksuele persoon in een team wil. Ook hierdoor kunnen personen worden gekwetst. De nieuwe statutaire bepaling kan leiden tot indirect onderscheid op grond van politieke gezindheid, godsdienst of levensovertuiging. Dat is het geval als een discriminerende uitlating te maken heeft met een bepaalde politieke gezindheid, godsdienst of levensovertuiging. Indirect onderscheid mag worden gemaakt als daarvoor een goede reden is. De gekozen oplossing moet wel aan bepaalde voorwaarden voldoen. De goede reden is er: het tegengaan van racisme en discriminatie. Maar de gekozen sanctie (iemand kan geen lid worden of blijven) zal niet altijd nodig zijn. Afhankelijk van de omstandigheden zullen mildere sancties volstaan. Als de sportvereniging deze toevoegt, zal zij geen verboden onderscheid maken in de zin van de AWGB. De mildere sancties sluiten ook beter aan bij de praktijk. Het maakt niet uit of iemand de racistische of discriminerende gedragingen binnen of buiten verenigingsverband heeft gedaan. Met de huidige sociale media zijn de grenzen ook vervaagd tussen wat iemand in verenigingsverband doet en wat hij privé doet. Of de sportvereniging, bij het toepassen van de nieuwe statutenbepaling in de praktijk, al dan niet verboden onderscheid maakt kan niet op voorhand worden gezegd. Dit hangt namelijk af van wat er precies is gebeurd. Wat is de ernst van de racistische en/of discriminerende gedraging en in welke mate zijn de spelers getroffen? Op basis daarvan moet dan een concrete beoordeling plaatsvinden

Sportcentrum maakt verboden onderscheid door een vrouw af te wijzen voor een stageplaats vanwege het dragen van een hoofddoek


 Situatie
Sportcentrum L. Hollander B.V. wijst een vrouw af voor een stageplaats vanwege het dragen van een hoofddoek. Het sportcentrum verbiedt zijn werknemers het dragen van hoofddeksels. Daarnaast verbiedt het sportcentrum iedere uiting van godsdienst.

Oordeel College
Het College oordeelt dat Sportcentrum L. Hollander B.V. jegens de vrouw verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van godsdienst door haar af te wijzen voor een stageplaats vanwege het dragen van een hoofddoek.

Toelichting

Verzoekster heeft bij het sportcentrum gesolliciteerd naar een stageplaats. Zij mocht stage lopen als zij haar hoofddoek afdoet. Zij weigert dit en de stage gaat daarom niet door. In een mail van het sportcentrum aan de vrouw staat dat het sportcentrum iedere uiting van godsdienst verbiedt. Het College oordeelt daarom dat er sprake is van direct onderscheid. Direct onderscheid is verboden, tenzij er een uitzondering van toepassing is. Dit is in deze situatie niet het geval.

Volledige oordeel staat HIER