Posts tonen met het label Turnen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Turnen. Alle posts tonen

dinsdag 26 maart 2013

Turncoach wint kort geding




De gymanstiekbond KNGU mag zich niet meer negatief uitlaten over voormalig bondscoach Frank Louter. De bond moet bovendien eerdere uitlatingen rectificeren op haar website en in de tijdschriften Gym en Gymsport.nl. Dat heeft de rechtbank Oost-Nederland vandaag bepaald in een kort geding van Louter tegen de bond.

Beschuldigd
De coach kwam in opspraak toen vroeger topturnsters hem in het blad Helden beschuldigden van mishandeling. De wijze waarop de KNGU zich heeft uitgelaten naar aanleiding van de artikelen in Helden en de onmiddellijk door de KNGU gemaakte excuses wekken ten onrechte de suggestie dat de KNGU na onderzoek heeft geconcludeerd dat sprake is van wantoestanden en misdragingen door - onder andere - Louter. Nu het onderzoek waar de KNGU naar verwijst niet naar behoren is uitgevoerd, zijn de uitlatingen van de KNGU over wantoestanden vooralsnog niet waargemaakt en evenmin op goede gronden voor waar te houden.

Onrechtmatig
De handelwijze van de KNGU is onrechtmatig tegenover eiser. Het recht van Louter op bescherming van zijn eer en goede naam weegt zwaarder dan het belang van de KNGU om zich op haar manier te uiten.

De uitspraak staat HIER

Bron: rechtspraak.nl

maandag 8 oktober 2012

Kort geding Heijnen/KNGU: geen rectificatie van rechtmatige publicatie




Commentaar: begrijpelijk dat het artikel in de Volkskrant Heijnen ontriefde. Echter, als ik de uitspraak lees is de vordering in kort geding kansloos. De feiten kloppen immers en bovendien worden de uitlatingen niet gedaan door de gedaagde, de KNGU.

De feiten
Heijnen is van februari 1996 tot 23 april 2008 in dienst geweest bij Gymnastiek- en turnvereniging (hierna: GTV) De Hazenkamp te Nijmegen in de functie van trainster/choreografe en sinds 2005 tevens als manager topsport. Daarnaast was Heijnen vanaf 15 februari 2006 tot circa september 2008 in dienst van de KNGU als technisch adviseur. Sinds circa september 2008 is Heijnen geen lid meer van de KNGU.
Op 7 mei 2008 hebben vier (ex-)turnsters van GTV De Hazenkamp te Nijmegen klachten ingediend bij de Tuchtcommissie van de KNGU tegen Heijnen met betrekking tot haar wijze van training geven en beweerde misdragingen jegens deze turnsters. Op 2 juni 2009 zijn deze klachten ongegrond verklaard.
 Op 8 juni 2009 hebben de (ex-)turnsters beroep aangetekend tegen de uitspraak van de Tuchtcommissie bij de Commissie van Beroep van de KNGU.
 Op 16 december 2009 heeft de Commissie van Beroep van de KNGU (onder meer) geoordeeld dat de ongegrondverklaring van de Tuchtcommissie gelijk is te stellen aan vrijspraak. Verder heeft zij de (ex-)turnsters niet-ontvankelijk verklaard in hun beroep.
In september 2011 zijn in het sportmagazine Helden twee artikelen verschenen aangaande het onpedagogisch en ontoelaatbaar handelen van de turntrainers de heer F. Louter en de heer G. Beltman met betrekking tot de vier (ex-) turnsters S. Harmes, V. van de Leur, R. Endel en G. Wammes.
Op 7 juli 2012 heeft De Volkskrant het volgende artikel gepubliceerd:
Turnbond onderzoekt topcoaches
JOHN VOLKERS - 07/07/12, 00:00
Het onderzoek naar mogelijk wangedrag van Nederlandse turntrainers wordt uitgebreid. De nationale gymnastiekbond, de KNGU, heeft naast oud-bondscoach Frank Louter ook het vizier gericht op de in Canada werkzame Gerrit Beltman en op Esther Heijnen, de olympische vrouwencoach van 2008. Twee weken geleden vond een eerste gesprek plaats tussen Heijnen en KNGU-voorzitter Jos Geukers.
 AMSTERDAM - Geukers erkende donderdagavond met een onderzoek bezig te zijn naar de gedragingen van de Nederlandse topcoaches. Hij is zijn onderzoek begonnen naar aanleiding van de verklaringen van de voormalige turnsters Renske Endel, Verona van de Leur, Suzanne Harmes en Gabriella Wammes in het blad Helden, in september 2011. Die betroffen misdragingen van Beltman en Louter tussen 1990 en 2004. Geukers: ‘Eind augustus komen wij met de conclusies.’
 Het onderzoek door Geukers was een goed bewaard geheim. Donderdagmiddag werd het onthuld door gymnastiekvereniging Pro Patria, de werkgever van Louter. Diens trainers-licentie, deze zomer toe aan verlenging, is voorlopig opgeschort.
 Geukers: ‘Het is deels een technische kwestie. Louter is de hoogst gekwalificeerde trainer van ons land. Anderzijds zou het niet van zorgvuldigheid getuigen, als we zijn licentie vrolijk zouden verlengen. Een pas op de plaats is gerechtvaardigd.’
 Beltman berichtte dit voorjaar in een interview met de Volkskrant niets te hebben gehoord van de KNGU. Hij was in het recente verleden in dienst van de bond. Louter werd pas dit jaar gehoord. Heijnen werd twee weken geleden gevraagd voor een gesprek.
 Zij is ‘onthutst’ omdat ze op één hoop wordt geveegd met Louter en Beltman. ‘Ik wil niet met hen worden geassocieerd.’ In 2009 won zij een tuchtzaak die door een groepje turnsters was aangespannen. Haar werd onpedagogisch handelen aangewreven. Die beschuldiging werd ongegrond verklaard.
 Heijnen: ‘De zaak is afgedaan, heb ik tegen Geukers gezegd. Je kunt niet tweemaal berecht worden voor dezelfde zaak.’ Heijnen zegt eerder excuses van de KNGU te verwachten. Haar advocaat kondigt juridische actie tegen de bond aan.”.

Het geschil
Heijnen vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I.  de KNGU te bevelen om enig onderzoek naar het functioneren van Heijnen als
(ex-)turntrainster/coach binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis te staken en gestaakt te houden;
 II.  de KNGU te verbieden om enig onderzoek, alsmede eventuele conclusie daaruit, naar het functioneren van Heijnen als (ex-)turntrainster/coach, op enigerlei wijze openbaar te (laten) maken;
Die vorderringen laat ze vallen omdat gedurende de procedure blijkt dat hetgeen aanvankelijk is aangeduid als een onderzoek met hoor en wederhoor gezien moet worden als een in de periode september 2011 tot en met juni 2012 plaatsgevonden hebbende rondgang door voorzitter Geukers langs direct betrokkenen zoals turnsters, ouders en trainers. Er zal eind augustus 2012 geen onderzoeksrapport opgemaakt worden doch slechts een oplegnotitie, waarin conclusies en aanbevelingen worden opgenomen die een vertaling zijn van de veelheid aan signalen die de KNGU-voorzitter in zijn rondgang heeft opgepikt. Deze conclusies en aanbevelingen zullen gebruikt worden bij het ontwikkelen van toekomstig beleid rondom met name de licentieverstrekking aan nieuwe trainers/coaches. De conclusies en aanbevelingen zijn niet direct op de persoon gericht en er zullen geen namen worden genoemd. Ook zal verwezen worden naar de tuchtrechter voor een oordeel over de gegrondheid van klachten.
 III.  de KNGU te veroordelen om binnen 2 dagen na betekening van dit vonnis in het dagblad De Volkskrant de navolgende rectificatie te (laten) plaatsen:
 “In De Volkskrant van zaterdag 7 juli 2012 werd namens de KNGU opgetekend dat er een onderzoek zou lopen naar Esther Heijnen, voormalig trainster van de Nederlandse turnploeg. Daarmee is ten onrechte de suggestie gewekt dat Esther Heijnen zich destijds schuldig zou hebben gemaakt aan wangedrag en onpedagogisch handelen. Esther Heijnen is van deze gedragingen in hoogste tuchtinstantie van de KNGU vrijgesproken. Voor zover er al een onderzoek door de KNGU naar Esther Heijnen gaande was, is dit met onmiddellijke ingang stopgezet.
 Mr. J.J.G.M Geukers
Voorzitter Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie”
althans woorden van gelijke strekking;

Heijnen acht het onrechtmatig dat de KNGU zonder dat blijkt van nieuwe feiten of omstandigheden, opnieuw een onderzoek naar haar functioneren als club-, (inter)nationaal- en Olympisch coach heeft ingesteld en daarvan blijkens een in vorenaangehaald artikel in de Volkskrant van 7 juli 2012 weergegeven citaat van haar voorzitter, mr J.J.G.M. Geukers, melding heeft gedaan aan een journalist van de Volkskrant. Weliswaar zijn er door andere (ex-)turn(st)ers recent klachten ingediend tegen andere coaches en trainers en uitlatingen gedaan in de pers, maar deze betreffen haar niet. Heijnen wil niet met hen op één lijn worden gesteld. Op grond van het zowel in het straf- als het tuchtrecht geldende beginsel “ne bis in idem” (geen tweede vervolging voor dezelfde zaken) meent zij er recht op te hebben verstoken te mogen blijven van nieuwe onderzoeken naar oude en ongegrond bevonden klachten.

Verweer KNGU
De KNGU voert verweer. Het behoort haar inziens tot de bestuurlijke bevoegdheid en verantwoordelijkheid van de KNGU om onderzoek in te stellen naar aanleiding van de schokkende artikelen in het sportmagazine Helden, zulks met het oogmerk om het bestuurlijke oor te lenen aan degenen die uit het verleden onverwerkt leed met zich dragen en voorts om met conclusies en aanbevelingen te komen om dergelijke misstanden in de toekomst zoveel mogelijk uit te sluiten. Dat in het kader van dat onderzoek mede aandacht bestaat voor het functioneren van Heijnen is een gevolg van het feit dat de turnsters, de ouders en het bestuur van GTV De Hazenkamp daarvoor bij de KNGU aandacht hebben gevraagd.
 Het onderzoek is met een grote mate van zorgvuldigheid omgeven. De diverse gesprekken zijn in beslotenheid gevoerd en het bestuur heeft hoor en wederhoor willen toepassen. Ook is Heijnen aangeboden het concept-rapport ten aanzien van de conclusies en aanbevelingen vooraf ter inzage te krijgen.
 De KNGU erkent dat de klachten ten aanzien van het functioneren van Heijnen tuchtrechtelijk zijn afgedaan. De KNGU erkent ook het bestaan van het beginsel “ne bis in idem”. De KNGU wil ook geen nieuwe tuchtrechtelijke procedure tegen Heijnen starten. Tot welke conclusies en aanbevelingen het onderzoek exact zal leiden, is nog voorwerp van bestuurlijk overleg. Het enkele feit dat de KNGU bereid is geweest op verzoek van direct betrokkenen kennis te nemen van klachten ten aanzien van het functioneren van Heijnen in het verleden (en Heijnen hoor en wederhoor te bieden) kan bezwaarlijk als onrechtmatig worden geduid.
 Wat betreft de vordering tot rectificatie stelt de KNGU dat de publicatie in de Volkskrant op initiatief van derden tot stand is gekomen en voorts louter feitelijke en grotendeels juiste informatie bevat. Ten slotte merkt de KNGU op dat in het artikel niet de suggestie wordt gewekt dat Heijnen zich destijds schuldig zou hebben gemaakt aan wangedrag en onpedagogisch handelen. In het artikel is juist vermeld dat zij daar in het verleden tuchtrechtelijk van is vrijgesproken.

Oordeel rechter
Gelet op voormelde toezeggingen van de KNGU ter zitting heeft Heijnen de vorderingen onder 1 en 2 ingetrokken. Resteert dus ter beoordeling de rectificatie.
De wens tot rectificatie wordt ingegeven door onder meer het negeren van de vrijspraak van Heijnen door de tuchtrechter. In het krantenbericht van 7 juli 2012 is echter met zoveel woorden opgenomen dat Heijnen onpedagogisch handelen werd aangewreven, maar dat die beschuldiging ongegrond is verklaard en dat zij de tuchtzaak in 2009 won. Hierin is geen feitelijke onjuistheid te bekennen.
 Dat de KNGU Heijnen heeft betrokken bij haar “onderzoek” en dat er twee weken geleden (te weten 25 juni 2012) een gesprek heeft plaatsgevonden tussen Heijnen en voorzitter Geukers is evenmin onjuist.
Derhalve zijn geen feitelijke onjuistheden over Heijnen opgenomen in het krantenartikel.
In de artikelen in het sportmagazine Helden worden de beide trainers Louter en Beltman genoemd. Heijnen stelt dat zij in het krantenartikel in één adem wordt genoemd met deze heren en wil zich daarvan distantiëren. Het komt de voorzieningenrechter echter niet geraden voor om distantie te scheppen tussen Heijnen en niet in het kort geding betrokken personen.
De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat in de tekst van de voorgestelde rectificatie onjuist is, dat in het artikel van 7 juli 2012 ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat Heijnen zich destijds schuldig zou hebben gemaakt aan wangedrag en onpedagogisch handelen. Deze suggestie wordt in het geheel niet gewekt in het krantenartikel, dat integendeel meldt dat Heijnen in de tuchtzaak is vrijgesproken.
 Ten slotte is het “onderzoek” intussen ook afgerond, zodat Heijnen geen belang meer heeft bij stopzetting hiervan.
 De voorgestelde rectificatie suggereert zelfs een afgedwongen staking of opschorting van het “onderzoek”, terwijl de daartoe strekkende vordering is ingetrokken.
 Al met al is voorshands onvoldoende aannemelijk geworden dat het krantenartikel van 7 juli 2012 onrechtmatig is jegens Heijnen. Er bestaat dan ook geen aanleiding tot rectificatie. De daartoe strekkende vordering wordt afgewezen.

De uitspraak staat HIER

vrijdag 11 mei 2012

Ouders zijn van mening dat hun kind op landelijk niveau moet kunnen turnen en spannen kort geding aan tegen turnvereniging




Een zaak in de categorie: "Blij dat het mijn ouders niet zijn" 

De feiten
[het kind] turnde vanaf september 2010 bij een vereniging in Leek, waar op regionaal niveau wordt getraind. Vanwege zijn groei in niveau is [het kind] medio 2011 aangemeld bij turnvereniging WIK-FTC, waar ook op landelijk niveau kan worden getraind.
De trainers van de vereniging zijn van mening dat [het kind] in potentie over talent beschikt. Echter, alle omstandigheden in overweging nemende is [het kind] thans onvoldoende ontwikkeld om uit te komen in de Benjamins Talenten Divisie. Niet moet worden uitgesloten dat [het kind] in de nabije toekomst wél in deze divisie zal uitkomen. De huidige situatie van [het kind] laat dit echter niet toe.

Beoordeling van de rechter
 5.2.  De rechtsverhouding tussen WIK-FTC en [het kind], zijnde een vereniging en een lid van die vereniging, wordt beheerst door het rechtspersonenrecht. Uit artikel 2:8 lid 1 BW volgt dat een rechtspersoon en degenen die krachtens de wet en de statuten bij zijn organisatie zijn betrokken, zich als zodanig jegens elkaar moeten gedragen naar hetgeen door redelijkheid en billijkheid wordt gevorderd. Op grond van artikel 2:15 lid 1 BW is een besluit van een orgaan van een rechtspersoon vernietigbaar wegens strijd met - onder meer -de redelijkheid en billijkheid of wegens strijd met een reglement. Van vernietigbaarheid is sprake als een besluit naar inhoud of totstandkoming in strijd is met de gedragsregel van artikel 2:8 BW. Toetsingsmaatstaf daarbij is, volgens vaste jurisprudentie, de vraag of het orgaan dat het besluit heeft genomen bij afweging van álle bij het besluit betrokken belangen van de in artikel 2:8 lid 1 BW bedoelde personen in redelijkheid tot het besluit heeft kunnen komen (HR 9 januari 1987, NJ 1987, 959). Dit veronderstelt een marginale toetsing van het bestreden besluit. Het is niet aan de (voorzieningen)rechter om de aan het besluit ten grondslag liggende belangenafweging volledig te toetsen.

5.3.  Uit de stellingen van [de ouders] leidt de voorzieningenrechter af dat het belang van [het kind] en zijn ouders is het bereiken door [het kind] van een zo hoog mogelijk niveau in de turnsport, welk belang als zodanig ook niet in strijd is met de doelstelling van WIK-FTC. Kennelijk is [de ouders] van mening dat aan dit belang slechts recht wordt gedaan indien WIK-FTC [het kind] (thans al) in een trainingsgroep onder leiding van [A] plaatst. Anders dan [de ouders] is de voorzieningenrechter van oordeel dat het niet aannemelijk is dat WIK-FTC een bindende toezegging heeft gedaan aangaande trainingen van [het kind] onder leiding van [A], nu uit het daartoe door [de ouders] aangevoerde e-mailbericht van 2 september 2010 slechts kan volgen dat [het kind] tijdens de proefperiode tot 1 januari 2012 onder leiding van [A] mocht trainen. Weliswaar heeft [het kind] vervolgens nog enige tijd bij [A] getraind, maar WIK-FTC heeft ter zitting genoegzaam toegelicht dat dit op grond van een compromis met [de ouders] is gebeurd. Een (bindende) toezegging, inhoudende dat [het kind] ongeacht het oordeel van (al) zijn trainers over zijn niveau op landelijk niveau zou mogen (blijven) trainen, kan ook daaruit niet worden afgeleid. Ook indien er veronderstellenderwijs van wordt uitgegaan dat de gedragsregels van de KNGU op dit geschil van toepassing zijn, vloeit daaruit geen verplichting voor WIK-FTC voort om [het kind] in de groep onder leiding van [A] in te delen, nu daarin slechts is opgenomen dat, afhankelijk van het niveau, in overleg met de ouders van de minderjarige gymnast concrete doelen worden vastgesteld. Instemming van de ouders is derhalve geen vereiste.

5.4.  Het besluit van WIK-FTC van 12 april 2012 is - naar zij onweersproken heeft gesteld - unaniem en in overleg met de betreffende trainers - waaronder kennelijk ook [A] - en de hoofdtrainer genomen, terwijl tussen partijen niet in geschil is dat WIK-FTC over deskundige trainers beschikt. Aan dit besluit zijn voorafgegaan een besluit van 24 maart 2012, een gesprek met [de ouders] op 8 maart 2012 en correspondentie met (de advocaat van) [de ouders] In het besluit wordt gerefereerd aan het huidige niveau van [het kind] en wordt expliciet gesteld dat ook WIK-FTC niet uitsluit dat [het kind] in de nabije toekomst wel op een hoger niveau zal uitkomen. De voorzieningenrechter leidt hieruit af dat ook het belang van [het kind], te weten het bereiken van een zo hoog mogelijk niveau, door WIK-FTC in de belangenafweging is betrokken. Bovendien heeft WIK-FTC naar het oordeel van de voorzieningenrechter terecht veel waarde gehecht aan het oordeel van haar trainers over het niveau van [het kind]. De vraag of WIK-FTC op grond van de belangenafweging terecht tot het oordeel is gekomen dat de recreatie/voorbereidingsgroep het meest aangewezen traject is voor [het kind] om zich verder te ontwikkelen, valt buiten de reikwijdte van de marginale toetsing door de voorzieningenrechter.

5.5.  Op grond van het voorgaande komt de voorzieningenrechter tot het oordeel dat WIK-FTC in redelijkheid heeft kunnen komen tot het besluit van 12 april 2012 om [het kind] in de voorbereidingsgroep te plaatsen. Van strijd met de redelijkheid en billijkheid of strijd met een reglement in de zin van artikel 2:15 lid 1 sub b en sub c BW - en daarmee vernietigbaarheid van het besluit - is derhalve geen sprake. De voorzieningenrechter acht dan ook niet aannemelijk dat in een bodemprocedure het gewraakte besluit vernietigd zal worden door de rechtbank. Schorsing van het besluit is aldus niet aan de orde. De voorzieningenrechter zal de vorderingen van [de ouders] dan ook afwijzen.

De uitspraak staat HIER