zaterdag 27 augustus 2016

Arbitragecommissie KNVB: opzegtermijn niet-contractspeler één maand; gefixeerde schadevergoeding niet uitgesloten




De feiten
De Arbitragecommissie gaat bij haar overwegingen uit van de navolgende feiten en omstandigheden, welke naar het oordeel van de Arbitragecommissie voldoende zijn komen vast te staan.

a.  Mossaoui voetbalt sinds de winterstop van het seizoen 2012/2013 bij STR en heeft vanaf dat moment een (oplopende) maandelijkse betaling verkregen. Door SRT zijn ten behoeve van bedoelde maandelijkse betalingen steeds loonstroken aan Mossaoui ter beschikking gesteld.

b. Bij app-bericht d.d. 19 februari 2016 heeft Mossaoui aan voorzitter Van Gogh bericht "Goedemorgen René, mijn tegenvoorstel is € 800,00 per maand, had het ook met Max erover en hij zegt dan denk ik dat het beter is dat je dat bedrag voor twee jaar afspreekt."

c. Bij e-mail d.d. 19 februari 2016 heeft Van Gogh aan Mossaoui onder meer het volgende geschreven: "Jouw voorstel is € 800,00 per maand, aanvullend met "Alleen jij Bepaalt" en eventueel de training in het kader Challenge 010. Deze afspraken zouden dan gelden voor een overeenkomst voor twee seizoen. Het bestuur heeft hier vanmorgen overleg over gehad, en ik kan je meedelen dat wij gaan akkoord met jouw voorstel(..... ). Het is mijn bedoeling om onze overeenkomst in de week van 29 maart wereldkundig te maken. Wij zullen het dan gaan plaatsen op de website en onze social mediakanalen (twitter, Facebook, lnstagram). Vind jij dit ook goed?"

d. Bij app-bericht van 11 maart 2016 heeft Van Gogh Mossaoui bericht als volgt: "Volgende week wil ik het op de website zetten dat je blijft bij TPP, ben je het daarmee eens?.
Op 12 maart 2016 heeft Mossaou Van Gogh bericht: " OK is goed".

e. Op 16 maart 2016 heeft TPP Rotterdam via social mediakanalen gemeld dat Mossaoui voor twee seizoenen bij bedoelde vereniging zou (blijven) voetballen.

f. Eind april, begin mei 2016 heeft Zaalvoetbalvereniging Hovocubo via social mediakanalen gemeld dat Mossaoui het seizoen 2016/2017 aldaar zou spelen.

g. Op 1 mei 2016 heeft de heer Van Gogh Mossaoui middels app bericht met betreffend bericht geconfronteerd.

Standpunt van partijen
STR heeft zakelijk weergegeven gesteld dat tussen STR en Mossaoui een mondelinge arbeidsovereenkomst is gesloten voor de seizoenen 2016/2017 en 2017/2018, waarna is gebleken dat Mossaoui de overeenkomst niet  wenste na te komen en bij een andere zaalvoetbalvereniging gaat spelen. STR stelt aanspraak te kunnen maken op een vergoeding door Mossaoui aan STR te voldoen van € 28.804,56, zijnde het salaris dat Mossaoui in de contractperiode zou gaan verdienen, vermeerderd met de werkgeverslasten.
Mossaoui stelt dat voor zover tussen partijen sprake is van een arbeidsovereenkomst hij voor onbepaalde tijd in dienst is. Voorts heeft hij gesteld dat de situatie bij de club na het bereiken van mondelinge overeenstemming wijzigde en van belang zijnde sterkhouders van het team alsmede de coach - in tegenstelling tot hetgeen de club hem had voorgehouden - bij de club gingen vertrekken. Verder stelt Mossaoui dat hij zich bij zijn huidige werkgever sportief en financieel verbetert.

Beoordeling van het geschil
Met STR meent de Arbitragecommissie dat voor zover tussen STR en Mossaoui een overeenkomst voor de seizoenen 2016/2017 en 2017/2018 tot stand is gekomen, deze overeenkomst (ook) is aan te merken als een arbeidsovereenkomst. STR zou loon zijn verschuldigd terwijl Mossaoui persoonlijk de arbeid diende te verrichten onder werkgeversgezag van STR. STR is in de achterliggende jaren in de verhouding tot Mossaoui ook steeds van uitgegaan van een arbeidsovereenkomst tussen partijen en heeft Mossaoui ook maandelijkse loonstroken ter beschikking gesteld.
Uit het e-mailverkeer tussen Mossaoui en Van Gogh is naar het oordeel van de Arbitragecommissie afdoende komen vast te staan dat partijen op 19 februari 2016 overeenstemming hebben bereikt over de verlenging van de arbeidsovereenkomst gedurende twee seizoenen onder verbetering van de arbeidsvoorwaarden van Mossaoui.
Gelet op het thans vigerende wettelijk kader wordt de verlengde arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd geacht van rechtswege voor onbepaalde tijd te gelden indien tussen partijen meer dan drie arbeidsovereenkomsten zijn gesloten (tenzij die elkaar hebben opgevolgd met een tussenpoos van meer van 6 maanden) en/of in het geval de verlengde arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd een periode van 24 maanden hebben overschreden.
Partijen hebben ter zitting verklaard dat Mossaoui sinds de winterstop 2012/2013 voor STR speelt en loon ontvangt. Het bestuur van TPP is in 2014 afgetreden. Voor het seizoen 2014/2015 heeft het nieuwe bestuur met Mossaoui nieuwe arbeidsvoorwaardelijke afspraken gemaakt.
Hoe ook bezien, maakt zulks dat bij het maken van de afspraak op 19 februari 2016 rechtens tussen partijen reeds een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd van kracht is geworden. Zulks is ook zijdens STR uitdrukkelijk ter zitting erkend.
De Arbitragecommissie realiseert zich dat het van rechtswege ontstaan van arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd zich niet verhoudt met de in de voetbalwereld gevoelde werkelijkheid van het gedurende één of meerdere seizoenen contracteren, maar moet vaststellen dat behoudens de gevallen waarvoor de regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 24 juni 2015 (2015-00001598667) geldt, ook voor werknemers in de sportsector het reguliere arbeidsrechtelijke kader van kracht is.
Bedoelde ministeriële regeling bepaalt dat voetbalspelers die als contractspeler geregistreerd staan bij Sectie Betaald Voetbal van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond voor deelname aan de herencompetities van de Sectie Betaald Voetbal van het onder punt 10 bedoelde arbeidsrechtelijke kader zijn uitgezonderd. Tussen partijen is niet in geschil dat Mossaoui niet als contractspeler geregistreerd staat bij de Sectie Betaald Voetbal van de Koninklijke Nederlandse Voetbal Bond, zodat bedoelde uitzondering hier niet van toepassing is.
Voorts geldt dat niet is gesteld of gebleken dat op de arbeidsverhouding tussen STR en Mossaoui een CAO van toepassing is. In een CAO kan op bedoeld wettelijk kader een zekere uitzondering worden gemaakt.
Uitgaande dat tussen partijen de arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd geldt, geeft dat Mossaoui de mogelijkheid steeds de arbeidsovereenkomst met inachtneming van een opzegtermijn van een maand te beëindigen, tenzij een langere opzegtermijn schriftelijk is bedongen. In casu is geen langere opzegtermijn schriftelijk vastgelegd.
Gelet op hetgeen ter zitting is gewisseld, houdt de Arbitragecommissie het erop dat in mei 2016 STR heeft begrepen - ook van Mossaoui- dat hij per 1 juli 2016 zijn werkzaamheden niet zou voortzetten.
Nu in de tussenliggende periode naar het oordeel van de Arbitragecommissie de opzegtermijn is versteken, heeft Mossaoui de arbeidsovereenkomst niet onregelmatig opgezegd en is hij, anders dan STR kennelijk stelt, niet de gefixeerde schadeloosstelling zoals bedoeld in artikel 7:672 lid 10 BW aan STR verschuldigd. Hoewel de Arbitragecommissie begrip heeft voor het standpunt van STR dat in de voetbalwereld per seizoen wordt gecontracteerd, ziet de Arbitragecommissie derhalve vanuit het arbeidsrecht in het onderhavige geval geen aanknopingspunt aan STR de gefixeerde schadeloosstelling toe te kennen.
De Arbitragecommissie acht het echter niet uitgesloten dat - onder omstandigheden -een voetbalclub aanspraak zou kunnen maken op een schadevergoeding ingeval sprake is van een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd met een speler of trainer (betreffende speler of trainer dus arbeidsrechtelijk de mogelijkheid heeft om met inachtneming van een verhoudingsgewijs korte opzegtermijn de arbeidsovereenkomst te beëindigen) en betreffende speler/trainer de door hem gedane uitdrukkelijke toezegging zich één of meer seizoenen aan de voetbalclub te verbinden, niet nakomt.
Naar het oordeel van de Arbitragecommissie zal alleen in bijzondere (uitzonderings)gevallen aan een schadevergoeding kunnen worden toegekomen.
In casu heeft STR onvoldoende aannemelijk gemaakt dat zij concrete schade heeft geleden als gevolg van het vroegtijdige vertrek van Mossaoui. STR heeft volstaan met de verwijzing naar het toekomstige loon van Mossaoui, doch zulks is naar het oordeel van de Arbitragecommissie niet als een schadepost te beschouwen. STR heeft haar schade niet verder toegelicht of onderbouwd.
Een en ander maakt dat de vordering van STR zal worden afgewezen, onder veroordeling van STR in de kosten van de KNVB.

Rechtdoende als goede mannen naar billijkheid
Wijst af de vordering van verzoekster en veroordeelt verzoekster in de kosten aan de zijde van de KNVB begroot op € 450,00 en aan de zijde van Mossaoui op nihil.

donderdag 25 augustus 2016

Tijdschrift voor Sport & Recht (TvS&R) 2016 nummer 1/2


Geen schadevergoeding na onrechtmatige schorsing: dopingbestrijding schendt mensenrechten
Mr. G. Berenschot
Dopingbestrijding beroept zich op de bescherming van de volksgezondheid en bescherming en bevordering van ‘fair play’ in de sport. Rechtsgelijkheid en rechtszekerheid in alle landen en alle sporten was de reden om de Wereld Anti-Doping Code (WAD Code) in te voeren. Atleten accepteerden dopingbestrijding omdat het gelijke behandeling zou garanderen. Zij hebben hierin geen vrije keus. Atleten stemmen automatisch in met een antidopingregime van whereabouts-verplichtingen en het strict-liability principle. Zij stemmen automatisch in met omkering van de bewijslast. Zij stemmen in met een gesloten tuchtrechtelijk systeem. Niet instemmen betekent niet deelnemen.
De oprichting van het WADA en publicatie van de eerste WAD Code heeft de rechtsgelijkheid tussen atleten uit verschillende landen onderling inderdaad verbeterd. Rechtsgelijkheid en rechtszekerheid lijken echter geen beginselen waarop atleten zich kunnen beroepen tegenover sportbonden of dopingautoriteiten. In vrijwel ieder land bestaat een vergoedingsregeling als een burger zonder uiteindelijke veroordeling in hechtenis heeft gezeten. Een vergelijkbare regeling bestaat niet als een atleet onrechtmatig is geschorst. Het beleid van sportbonden en dopingautoriteiten en de uitwerking van de WAD Code is structureel gericht op het ontgaan van schadeplicht. Toegang tot de burgerlijke rechter wordt tegengehouden. Dat maakt toetsing aan de waarborgen van de gecodificeerde mensenrechten onmogelijk. Dit is onrechtmatig, dit schendt mensenrechten van atleten.

De Pechstein-saga: is het einde in zicht?
Mr. J. Vanenburg

Megasportevenementen en mensenrechten
Mr. drs. V.W. Vleugel
Megasportevenementen zoals de Olympische Spelen en het Wereldkampioenschap Voetbal hebben de aantrekkingskracht om de aandacht van de wereld op één plek te vestigen. Steeds vaker zien landen de organisatie van deze megasportevenementen als een kans om hun land op de kaart te zetten, om hun imago op te vijzelen, als een vorm van public relations. Dit heeft ertoe geleid dat landen meer en meer tegen elkaar opbieden om deze evenementen binnen te halen.

Historical Perspective on Sports and the European Union: the ECJ Pulling the Strings?
Mr. M.A. de Vlieger
The sports world likes to see itself as the odd man out within the legal framework of the European Union (‘EU’) and maybe it is, but history shows that a self-image alone does not necessarily result in a different treatment. This paper critically examines the evolution of institutional approach of the EU towards sports from the early days of European institutionalism to the present day and engages in a glimpse of the future of EU sports law and policy.


donderdag 21 juli 2016

Reclame Basic Fit “gratis inschrijving en gratis sporten tot 1 juli 2016” in strijd met Nederlandse Reclame Code

De bestreden reclame-uitingen
Uiting 1

Het betreft een televisiecommercial van adverteerder waarin – voor zover hier van belang – wordt gezegd:
“Voel je goed, beter, op je best met Basic Fit. Al vanaf 17,99 per maand. Schrijf je nu gratis in en sport tot juli gratis”.

In beeld zijn sportende mensen te zien alsmede de tekst:
“Vanaf 17.99 p/m. Schrijf je gratis in en sport tot juli gratis”.

Uiting 2

Het betreft een radiocommercial van adverteerder waarin – voor zover hier van belang –  wordt gezegd:
”Voel je goed, beter, op je best met Basic Fit. Al vanaf 17,99 per maand. Schrijf je nu gratis in en sport tot juli gratis”.

 De klacht
In de uitingen wordt gezegd: “gratis inschrijving en gratis sporten tot 1 juli 2016”. Klaagster was van plan om bij adverteerder het duurste abonnement (basic-fit flex) af te sluiten, maar kwam er achter – doordat zij de website van adverteerder bezocht – dat de actie niet geldt voor deze abonnementsvorm.

Het oordeel van de Commissie
De Commissie begrijpt de klacht aldus, dat klaagster de onderhavige uitingen misleidend acht, nu hierin de indruk wordt gewekt dat men bij adverteerder – zonder voorbehoud – tot 1 juli 2016 gratis kan sporten en geen inschrijfkosten hoeft te betalen, terwijl de consument wel inschrijfkosten verschuldigd is indien hij kiest voor de abonnementsvorm ‘basic-fit flex’.
Nu in beide uitingen zonder voorbehoud wordt gezegd: “schrijf je gratis in en sport tot juli gratis”, terwijl klaagster voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de consument voor het zogenoemde ‘basic-fit flex’ abonnement – anders dan in de uiting staat vermeld – wel inschrijfkosten dient te voldoen, is de Commissie van oordeel dat er onjuiste informatie is verstrekt in de zin van artikel 8.2 aanhef van de Nederlandse Reclame Code (NRC). Voorts is de Commissie van oordeel dat de gemiddelde consument hierdoor ertoe gebracht kan worden een besluit over een transactie te nemen, dat hij anders niet had genomen. Om die reden zijn beide uitingen misleidend en daardoor oneerlijk in de zin van artikel 7 NRC.

Op grond van het vorenstaande wordt als volgt beslist.

De beslissing

De Commissie acht op grond van het voorgaande de reclame-uitingen in strijd met het bepaalde in artikel 7 NRC. Zij beveelt adverteerder aan om niet meer op een dergelijke wijze reclame te maken.

zaterdag 16 juli 2016

Voorzieningenrechter: toelaten van De Graafschap tot de Eredivisie is praktisch onuitvoerbaar


De Feiten
De Graafschap wilde als 19e club worden toegelaten aan de Eredivisie omdat zij stelt dat FC Twente ten onrechte is toegelaten door de beroepscommissie. Volgens De Graafschap zal het besluit van de beroepscommissie in een zogenaamde bodemprocedure onderuit gaan en zal FC Twente halverwege het seizoen uit de competitie worden gezet. Om de chaos die zou ontstaan, en om de schade te beperken, zou De Graafschap alvast toegelaten moeten worden.

Oordeel van de voorzieningenrechter


Het toevoegen van een extra team aan het competitieprogramma, dat begin augustus van start gaat, is onhaalbaar, zo oordeelt de rechter. Een extra club in de Eredivisie heeft gevolgen voor het hele competitieprogramma van de Eredivisie, maar ook voor de Eerste Divisie. Naast alle uitgangspunten van de KNVB zoals uit/thuis verhouding en verdeling van live tv-wedstrijden zal er ook met gemeenten en politie moeten worden afgestemd. In drie weken is dat praktisch onmogelijk, zo oordeelt de rechter.

dinsdag 5 juli 2016

Nieuwe herziene druk boek: Rechters als scheidsrechters

Vijftig actuele en opmerkelijke zaken uit het sportrechtjaar 2014

Auteur: mr. Maarten Vrolijk
Juli 2016
220 pagina’s
€ 24,95

Sport mag zich verheugen in een grote belangstelling. In de media en de politiek wordt uitgebreid aandacht besteed aan zaken als doping, matchfixing en supportersgeweld. Daarnaast blijven de commerciële belangen onverminderd groot. Clubs geven miljoenen uit aan spelerssalarissen en bedragen voor televisierechten blijven stijgen. Zo betalen Sky Sports en BT Sports € 7 miljard voor drie seizoenen Premier League. Deze ontwikkelingen hebben ertoe geleid dat discussies over bijvoorbeeld onbetaalde salarissen en dopingstraffen steeds vaker worden gevoerd voor rechtbanken en arbitragecommissies.
In tegenstelling tot wedstrijden moeten deze zaken het vaak doen met een onvolledige weergave in de media. Dat is begrijpelijk, omdat sportrecht een bonte verzameling is van complexe rechtsgebieden met internationale aspecten. Dit boek beoogt inzicht te geven in deze complexe maar populaire materie. Aan de hand van trefwoorden is een selectie gemaakt van binnen- en buitenlandse uitspraken uit 2014. Bij de bespreking wordt ook een korte toelichting gegeven op de juridische achtergrond van de zaak. Deze blijft vaak onderbelicht.
Mr. Maarten Vrolijk is als jurist gespecialiseerd in (internationaal) sportrecht. 

Eerder verschenen van zijn hand de boeken Rechters als scheidsrechters (2013) en De regels van de sport (2014) met zaken uit 2011/2012 en 2013.


Het boek is in eigen beheer door de auteur uitgegeven en kan alleen via hem worden besteld (asksportrecht@gmail.com).

CAS Bulletin 2015/2: Jurisprudentieoverzicht belangrijke uitspraken Court of Arbitration for Sport (CAS)

The CAS 2015/2 can be found HERE

Previous publications: can be found HERE




Articles et commentaires/Articles and Commentaries
Applicable law in football-related disputes
- The relationship between the CAS Code, the FIFA Statutes and the agreement of the parties
on the application of national law –
Ulrich Haas

A brief review of recent CAS Jurisprudence relating to football transfers
Mark A. Hovell

Mediation of sports-related disputes: facts, statistics and prospects for CAS mediation procedures
Despina Mavromati

Arbitration and the European Convention on Human Rights
Wilhelmina Thomassen

Jurisprudence majeure/Leading Cases
CAS 2014/A/3491
FC Karpaty v. Leonid Kovel & FC Dinamo Minsk
1 May 2015

CAS 2014/A/3572
Sherone Simpson v. Jamaica Anti-Doping Commission (JADCO)
7 July 2015

CAS 2014/A/3647
Sporting Clube de Portugal SAD v. SASP OGC Nice Côte d’Azur
CAS 2014/A/3648
SASP OGC Nice Côte d’Azur v. Sporting Clube de Portugal SAD
11 May 2015

CAS 2014/A/3652
KRC Genk c. LOSC Lille Métropole
5 juin 2015

CAS 2014/A/3703
Legia Warszawa SA v. Union des Associations Européennes de Football (UEFA)
28 April 2015

CAS 2014/A/3706
Christophe Grondin v. Al-Faisaly Football Club
17 April 2015

CAS 2014/A/3710
Bologna FC 1909 S.p.A. v. FC Barcelona
22 April 2015

CAS 2014/A/3759  
Dutee Chand v. Athletics Federation of India (AFI) & International Association of Athletics
Federations (IAAF)
24 July 2015

2014/A/3793
Fútbol Club Barcelona v. Fédération Internationale de Football Association (FIFA)
24 April 2015 (operative part of 30 December 2014)

CAS 2014/A/3870
Bursaspor Kulübü Derneği v. Union des Associations Européennes de Football (UEFA)
11 June 2015

CAS 2015/A/3874
Football Association of Albania (FAA) v. Union des Associations Européennes de Football
(UEFA) & Football Association of Serbia (FAS)
10 July 2015

CAS 2015/A/3876
James Stewart Jr. v. Fédération Internationale de Motocyclisme (FIM)
27 April 2015

Jugements du Tribunal Fédéral/Judgements of the Federal Tribunal

Arrêt du Tribunal fédéral 4A_246/2014
15 juillet 2015
A. SA (recourant) c. B. et al. (intimés) et Fédération L. (intimée)

Arrêt du Tribunal fédéral 4A_426/2014
6 mai 2015
Club A. (recourant) c. Club B. (intimé)

Arrêt du Tribunal fédéral 4A_70/2015
29 avril 2015
A. Sport Club (recourant) c. B. (intimé)


Informations diverses/Miscellanous.

State aid: Commission decides Spanish professional football clubs have to pay back incompatible aid

Following three separate in-depth investigations, the European Commission has concluded that public support measures granted by Spain to seven professional football clubs gave those clubs an unfair advantage over other clubs in breach of EU State aid rules. As a result, Spain has to recover the illegal State aid amounts from the seven clubs, namely FC Barcelona, Real Madrid, Valencia, Athletic Bilbao, Atlético Osasuna, Elche and Hercules.

Commissioner Margrethe Vestager, in charge of competition policy, commented: "Using tax payers' money to finance professional football clubs can create unfair competition. Professional football is a commercial activity with significant money involved and public money must comply with fair competition rules. The subsidies we investigated in these cases did not."

EU State aid rules apply to public interventions in the market to ensure that they do not distort competition by selectively favouring one market participant over another. Professional sport is an economic activity. Football clubs conduct marketing, merchandising, TV broadcasting, transfer of players etc., and compete at international level. In many cases, professional football clubs have significant turnover. EU State aid rules ensure that public funding does not distort competition between clubs. They protect the level playing field for the majority of professional clubs who have to operate without subsidies.
The first investigation concerned tax privileges in favour of Real MadridFC BarcelonaAthletic Bilbao and Atlético Osasuna. In Spain, professional football clubs are considered as limited liability companies for tax purposes. However, these four clubs were treated as non-profit organisations, which pay a 5% lower tax rate on profit than limited liability companies. The four clubs benefitted from this lower tax rate during over twenty years, without an objective justification. Spain has in the meantime adjusted its legislation on corporate taxation to end this discriminatory treatment effective as of January 2016. To remove the undue advantage received in the past, the clubs now have to return the unpaid taxes. Based on available information the Commission estimates that the amounts that need to be recovered are limited (€0-5 million per club) but the precise amounts that need to be paid back are to be determined by the Spanish authorities in the recovery process.
In a second investigation, the Commission examined a land transfer between Real Madrid and the City of Madrid. The inquiry determined, based on an independent study, that the land affected by the transaction was overvalued by €18.4 million. This gave Real Madrid an unjustified advantage over other clubs, which it now needs to pay back.
Finally, the Commission investigated guarantees given by the State-owned Valencia Institute of Finance (IVF) for loans granted to three Valencia football clubs (ValenciaHercules and Elche). At the time, those clubs were in financial difficulties. The public guarantee allowed the clubs to obtain the loans on more favourable terms. As the clubs paid no adequate remuneration for the guarantees, this gave them an economic advantage over other clubs, who have to raise money without state backing. The state financing was not linked to any restructuring plan to make the clubs viable and none of them implemented compensatory measures to offset the distortion of competition created by the subsidy. In order to restore the level playing field with non-subsidised clubs, Valencia, Hercules and Elche now have to pay back the advantage they received. This amounts to €20.4 million for Valencia, €6.1 million for Hercules and €3.7 million for Elche.
The Commission's investigation covered the following measures:
Name of club
Year of measure
Description
Real Madrid CF
2011
A settlement on a transfer of land from the City of Madrid to Real Madrid agreed in 1998. Eventually, the transfer did not take place. The settlement to compensate for the absence of the transfer was based on a re-evaluation of that land at a value of €22.7 million, instead of the 1998 value of €595 000. The Commission investigation showed that Real Madrid was entitled to compensation of €4.3 million, so that Real Madrid obtained an advantage of €18.4 million.
Real Madrid CF, FC Barcelona, Athletic Club Bilbao, Club Atlético Osasuna
Since 1990
Privileges regarding corporate taxation of Real Madrid CF, FC Barcelona, Athletic Club Bilbao and Club Atlético Osasuna. These fourclubs were exempted from the general obligation for professional football clubs to become sport limited companies. The effect of this exemption was that these four clubs enjoyed a preferential corporate tax rate of 25% instead of 30% applicable to sport limited companies. Spain has adjusted its legislation on corporate taxation to end this discriminatory treatment effective as of January 2016.
Valencia CF
2009 and 2010
2009: State guarantee by the Valencia Institute of Finance for a bank loan of €75 million from Bancaja (now Bankia) to Fundaciόn Valencia Club de Fútbol, which was used to finance the acquisition of shares of Valencia CF by Fundaciόn Valencia Club de Fútbol.
2010: The Valencia Institute of Finance increased its guarantee to Fundaciόn Valencia Club de Fútbol by €6 million to cover overdue capital, interest and costs, stemming from a defaulted payment of the guaranteed loan previously granted to Valencia CF.
Hercules CF
2010
State guarantee by the Valencia Institute of Finance for a bank loan of €18 million from Caja de Ahorros del Mediterraneo to Fundaciόn Hercules de Alicante, which was used to finance the acquisition of shares of Hercules CF by Fundaciόn Hercules de Alicante.
Elche CF
2013
State guarantee by the Valencia Institute of Finance for two bank loans of €14 million in total, from CAM (€9 million) and from Banco de Valencia (€5 million), to Fundaciόn Elche Club de Fútbol, which was used to finance the acquisition of shares of Elche CF by Fundaciόn Elche Club de Fútbol.

Background
Public interventions in favour of market players that carry out economic activities can be considered free of State aid within the meaning of EU rules when they are made on terms that a private operator would have accepted under market conditions (the market economy investor principle – MEIP). If the MEIP is not respected, the public interventions constitute State aid within the meaning of the EU rules (Article 107 of the Treaty on the Functioning of the European Union – TFEU), because they confer an economic advantage on the beneficiary that its competitors do not have. The Commission then assesses whether such aid is compatible with the common EU rules that allow certain categories of aid.

The Commission's action under State aid rules keeps the playing field level for the majority of professional clubs who have to operate without subsidies. Such subsidies can enable bigger or smaller clubs to overcome their rivals. They can also prevent rivals from growing and being competitive.

Decision in the case of Real Madrid can be found HERE