dinsdag 5 juli 2016

Staatssteun: Commissie stemt in met steunmaatregelen voor een aantal voetbalclubs in Nederland

Na een diepgaand onderzoek is de Europese Commissie tot de conclusie gekomen dat de steunmaatrelen die verscheidene Nederlandse gemeenten aan vijf voetbalclubs hebben toegekend, in overeenstemming zijn met de EU-staatssteunregels.

De Commissie stelde vast dat vier clubs (FC Den Bosch, MVV Maastricht, NEC Nijmegen en Willem II, Tilburg) steun hebben gekregen, maar dat die steun strookte met de EU-staatssteunregels. Een grondtransactie met PSV Eindhoven vormde geen steun, omdat die tegen marktvoorwaarden plaatsvond.
Commissaris Margrethe Vestager, belast met het mededingingsbeleid: "Als overheden subsidies verstrekken, bestaat het risico dat de concurrentie wordt verstoord. Profvoetbalclubs zijn ondernemingen en de Commissie moet garanderen dat de economische concurrentie tussen de clubs niet wordt verstoord door overheidssubsidies voor enkelen. In deze Nederlandse zaken hebben wij vastgesteld dat de staatssteunregels werden nageleefd en dat de concurrentie niet werd verstoord."
In maart 2013 heeft de Commissie een diepgaand onderzoek geopend om na te gaan of de maatregelen van vijf Nederlandse gemeenten ten gunste van profvoetbalclubs strookten met de EU-staatssteunregels. De EU-staatssteunregels zijn van toepassing op overheidsinterventies op de markt om te garanderen dat de mededinging niet wordt verstoord door de ene marktdeelnemer selectief te bevoordelen ten opzicht van de andere. Profsport is een economische activiteit. Voetbalclubs houden zich bezig met marketing, merchandising, televisie-uitzendingen, transfers van spelers, enz. en concurreren op internationaal niveau. In vele gevallen hebben profvoetbalclubs een aanzienlijke omzet. De EU-regels garanderen dat de overheidsfinanciering de concurrentie tussen de clubs niet verstoort. Ze beschermen het gelijke speelveld voor de meerderheid van de profclubs, die het zonder subsidies moeten doen.
Omdat de onderzochte clubs financiële moeilijkheden hadden, heeft de Commissie de maatregelen getoetst aan de richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden van 2004. Die richtsnoeren moeten ervoor zorgen dat reddings- en herstructureringssteun alleen gaat naar ondernemingen met realistische vooruitzichten op levensvatbaarheid die maatregelen nemen om de concurrentieverstoringen door de staatssteun te verminderen.
Uit het onderzoek van de Commissie is gebleken dat de voetbalclubs Den BoschMVVNEC en Willem II realistische herstructureringsplannen hebben uitgevoerd. De clubs hebben aanzienlijk bijgedragen aan de kosten van hun herstructurering en hebben ermee ingestemd om maatregelen te nemen om de concurrentieverstoringen door de overheidsfinanciering te verminderen, zoals het beperken van het aantal werknemers, het aantal geregistreerde spelers en de lonen van de spelers.
De Commissie heeft ook de "sale and leaseback"-transactie onderzocht tussen de gemeente en PSV Eindhoven van de grond waarop het Philipsstadion en een trainingscomplex werden gebouwd. Volgens de Commissie is die transactie uitgevoerd in omstandigheden die een particuliere investeerder in een markteconomie zou aanvaarden. Bij haar beoordeling hield de Commissie rekening met een onafhankelijk extern taxatierapport dat de basis van die transactie vormde.
De Commissie concludeerde daarom dat de maatregel met betrekking tot PSV Eindhoven geen staatssteun in de zin van de EU-regels vormde en dat de maatregelen met betrekking tot Den Bosch, MVV, NEC en Willem II in overeenstemming waren met de richtsnoeren voor reddings- en herstructureringssteun aan ondernemingen in moeilijkheden van 2004.

De volgende tabel geeft een overzicht van de specifieke maatregelen waarop de besluiten betrekking hebben:
Naam van de club
Jaar van de maatregel
Beschrijving
NEC
2010
De gemeente Nijmegen kocht voor 2,2 miljoen EUR een verwervingsrecht van NEC af voor het multifunctionele sportcomplexDe Eendracht.
MVV
2010
De gemeente Maastricht zag af van een vordering van 1,7 miljoen EUR op MVV en kocht het voetbalstadion en de trainingsvelden voor 1,85 miljoen EUR.
Willem II
2010
De gemeente Tilburg verlaagde de stadionhuur retroactief. Het totale voordeel voor Willem II bedraagt 2,4 miljoen EUR.
PSV
2011
De gemeente Eindhoven kocht de gronden onder het stadion en het trainingscomplex van PSV voor 48,385 miljoen EUR. PSV betaalt jaarlijks een bedrag als pacht voor de grond van het stadion, de grond onder het trainingscomplex en een parkeerterrein.
FC Den Bosch
2011
De gemeente 's-Hertogenbosch stemde in met een schuldconversie met de voetbalclub en de andere particuliere schuldeisers en droeg haar vordering van 1,65 miljoen EUR voor één EUR over aan deStichting Met Heel Mijn Hart. De gemeente kocht ook een trainingscomplex voor 1,4 miljoen EUR.

Achtergrond
Op basis van de EU-staatssteunregels kunnen overheidsinterventies ten gunste van marktdeelnemers die economische activiteiten verrichten als vrij van staatssteun worden beschouwd wanneer ze plaatsvinden in omstandigheden die een particuliere marktdeelnemer onder marktvoorwaarden zou hebben aanvaard (beginsel van de particuliere investeerder in een markteconomie (MEIP)). Wordt dit beginsel niet in acht genomen, dan vormen overheidsinterventies staatssteun in de zin van de EU-regels (artikel 107 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)), omdat ze de ontvanger van de steun een economisch voordeel opleveren dat zijn concurrenten niet genieten. De Commissie onderzoekt dan of die steun verenigbaar is met de gemeenschappelijke EU-regels waarbij bepaalde steuncategorieën worden toegestaan.
Voor ondernemingen in moeilijkheden kan steun toegestaan zijn onder de voorwaarden die zijn beschreven in de EU-richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun. Die richtsnoeren moeten ervoor zorgen dat reddings- en herstructureringssteun alleen gaat naar ondernemingen met realistische vooruitzichten op levensvatbaarheid die maatregelen nemen om de concurrentieverstoringen door de staatssteun te verminderen. De richtsnoeren reddings- en herstructureringssteun zijn van toepassing op profvoetbalclubs.

Volgens de herziene algemene groepsvrijstellingsverordening van 2014 hoeven de lidstaten kleinschalige steunmaatregelen ten gunste van sportinfrastructuur niet voor een voorafgaand onderzoek inzake staatssteun aan te melden, voor zover die infrastructuur openstaat voor gebruik door het grote publiek.

zaterdag 11 juni 2016

Intrekking Eredivisielicentie van FC Twente door KNVB terecht


Samenvatting
De KNVB mocht de licentie van de Eredivisie van FC Twente intrekken. Dat heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank Midden-Nederland vrijdag beslist. FC Twente vocht de intrekking van de licentie aan in een kort geding.

In december 2015 heeft de KNVB een besluit genomen tot voorwaardelijke intrekking van de licentie van de Eredivisie. Tussen de KNVB en FC Twente zijn vervolgens afspraken gemaakt over nader onderzoek. De club dacht dat zij niet gestraft zou worden als zij misstanden uit het verleden voor 1 mei 2016 zou melden. Volgens de rechter had FC Twente het Decemberbesluit niet als een vrijbrief mogen opvatten. De licentiecommissie mocht consequenties verbinden aan de uitkomsten van het onderzoek.

Volgens FC Twente mag de KNVB als straf een club niet terugzetten naar de Jupiler League. De rechter oordeelt dat de KNVB dat in dit geval wel mag doen. De KNVB vindt de intrekking van de licentie voor de Eredivisie een passende straf, maar het zou ook het faillissement van FC Twente kunnen betekenen. De KNVB heeft daarom besloten de club terug te zetten naar de Jupiler League. De KNVB heeft bij haar beslissing rekening gehouden met de inspanningen van FC Twente voor een nieuwe toekomst en de belangen van de medewerkers, financiers en supporters. De rechter oordeelt dat de KNVB in redelijkheid tot deze maatregel heeft kunnen komen.


De KNVB stelde ter zitting dat FC Twente niet ontvankelijk in haar vordering verklaard moet worden omdat zij eerst de procedure bij de beroepscommissie moet afwachten voordat zij bij de voorzieningenrechter aanklopt. De rechter oordeelt dat FC Twente wel ontvankelijk is omdat er een spoedeisend belang is.

zaterdag 21 mei 2016

Strafrechtelijke vervolging na stadionverbod en geldboete door de KNVB geen schending ne bis in idem-beginsel


De feiten
Na afloop van de wedstrijd NEC-ADO Den Haag op 29 januari 2012, die overigens door de thuisploeg met 2-0 werd gewonnen ontstond een opstootje bij de uitgang van het supportersvak van de uitsupporters. De KNVB legde een supporter die daar bij betrokken was een stadionverbod en een geldboete op. Vervolgens werd de supporter ook strafrechtelijk vervolgd en werd in hoger beroep door het gerechtshof veroordeeld wegens opruiing tegen het gezag en belediging van een politieambtenaar.
De supporter gaat in cassatie en voert aan dat hij door de strafrechtelijke vervolging tweemaal wordt vervolgd voor hetzelfde feit (‘Ne bis in idem beginsel’). De supporter is van mening dat de sanctie van de KNVB te beschouwen is als een criminal charge in de zin van artikel 6 lid 1 van het EVRM en dat de strafrechtelijke vervolging hiermee in strijd is.

Oordeel gerechtshof
Het hof overweegt dat de vraag of een sanctie als ‘criminal charge’ is aan te merken dient te worden beoordeeld aan de hand van drie door het EHRM gehanteerde criteria, te weten:
1. de classificatie naar nationaal recht;
2. de aard van de overtreding;
3. de aard en de zwaarte van de sanctie.
Naar het oordeel van het hof strandt het verweer van de raadsman reeds op het eerste criterium. Een ieder die een toegangsbewijs aanschaft voor een voetbalwedstrijd sluit hierdoor een civielrechtelijke overeenkomst met de KNVB en de betreffende voetbalclub en accepteert en verbindt zich daarmee aan de door de KNVB en voetbalclubs opgestelde regels, voorwaarden en aan de eventuele sancties op het overtreden daarvan. De regels zijn dus niet een ieder verbindend maar gelden slechts voor degenen die zich tevoren - door aankoop van een toegangsbewijs - vrijwillig verbinden aan de algemene voorwaarden.
Verdachte heeft door zijn gedrag kennelijk de algemene voorwaarden van de KNVB overtreden en is daarmee ten opzichte van de KNVB kennelijk tekortgeschoten in nakoming van de overeenkomst. Daarop heeft de KNVB aan verdachte overeenkomstig de standaard-voorwaarden een stadionverbod en een boete opgelegd. Deze civielrechtelijke sancties zijn naar het oordeel van het hof derhalve niet als een ‘criminal charge’ aan te merken.
Dat de KNVB de informatie omtrent het gedrag van verdachte tijdens de voetbalwedstrijd NEC – ADO Den Haag van politie en justitie heeft gekregen doet aan het vorenstaande niet af. Het verweer wordt verworpen.

Oordeel Hoge Raad
In cassatie kan ervan worden uitgegaan dat het opleggen van een stadionverbod door de KNVB en het verbeuren van een geldboete aan de KNVB steunen op de standaardvoorwaarden die van toepassing zijn op de bij de koop van een toegangs- of seizoenskaart gesloten civielrechtelijke overeenkomst. Het opleggen van een stadionverbod en/of het verbeuren van de geldboete zijn slechts mogelijk ten aanzien van de koper van een toegangs- of seizoenskaart en louter ter zake van het - kort gezegd - in het kader van een voetbalwedstrijd niet-naleven van die voorwaarden, ook al kan de verdenking van het begaan zijn van een strafbaar feit wel de aanleiding vormen voor het opleggen aan hem van een stadionverbod en/of het verbeuren door hem van een geldboete. Voorts wordt een persoon aan wie door de KNVB een stadionverbod is opgelegd slechts beperkt in zijn bewegingsvrijheid gehinderd en is aan het verbeuren van een geldboete rechtens geen vervangende hechtenis verbonden. Gelet hierop kan de toepassing van deze maatregelen door de KNVB niet worden aangemerkt als een 'criminal charge' als bedoeld in art. 6 EVRM (vgl. de criteria genoemd in EHRM 8 juni 1976, nr. 5370/72, Engel tegenNederland, NJ 1978/223).

Het oordeel van het Hof dat erop neerkomt dat het Openbaar Ministerie het recht tot strafvervolging van de verdachte niet verliest door de enkele omstandigheid dat in verband met dezelfde feiten een stadionverbod is opgelegd en een geldboete is verbeurd, is dus juist.
Het middel faalt.

 Beslissing

De Hoge Raad verwerpt het beroep.

dinsdag 17 mei 2016

Tijdschrift voor Sport & Recht (TvS&R) 2015 nummer 3


Geschilbeslechting in arbeidszaken in het betaald voetbal: deel 2
Mr. dr. M.Y.H.G. Erkens
In het eerste deel van dit artikel – dat is verschenen in TvS&R 2014, afl. 3 – is de rechtspositie van de beroepsvoetballer uit de doeken gedaan en is geschetst hoe arbitrage binnen het betaald voetbal op nationaal niveau geregeld is.
In het tweede deel van dit artikel wordt de rechtsgang bij de kantonrechter inhoudelijk en procedureel vergeleken met die bij de arbitragecommissie KNVB (hierna: de arbitragecommissie). Daarbij zal in het bijzonder aandacht worden besteed aan de veranderingen in de procedure en de ontslagsystematiek die de Wet werk en zekerheid (Wwz) met ingang van 1 juli 2015 heeft gebracht. Mede tegen die achtergrond zal een aantal uitspraken van kantonrechters en van de arbitragecommissie aan een nader onderzoek worden onderworpen. Tot slot wordt een antwoord geformuleerd op de eerder opgeworpen vraag: wie is qua rechtsbescherming rondom het einde van de arbeidsrelatie beter af, de contractspeler in het betaald voetbal of de werknemer?

De conversieregeling bij tijdelijke arbeids-overeenkomsten in de sport nader bezien
Mr. dr. J. van Drongelen, dr. mr. S.F.H. Jellinghaus
In een eerder artikel hebben wij vóór de inwerkingtreding van de zogenoemde Wet werk en zekerheid (Wwz) gekeken naar de effecten daarvan voor de sport. Sedertdien is het met name niet stil geweest aan het ‘front’. De wet is voor het overgrote deel in werking getreden op 1 juli 2015 en er zijn nog wat wijzigingen ten behoeve van de sport doorgevoerd. Van wat wij destijds in ons artikel hebben besproken, hebben met name op het terrein van de zogenoemde conversieregeling bij tijdelijke arbeidsovereenkomsten nogal wat ontwikkelingen plaatsgevonden. In dit artikel wordt de stand van zaken kritisch tegen het licht gehouden.

Jurisprudentie
Mr. M.I. van Dijk






dinsdag 10 mei 2016

Arbitragecommissie KNVB: Besluit Algemene Ledenvergadering niet in arbitrageprocedure te vernietigen



De feiten
Op 12 december 2015 is door verzoeker, hierna te noemen: "De Bruijn", bij de Arbitragecommissie een verzoek ingediend, strekkende tot vernietiging van het besluit van de buitengewone ledenvergadering  van 28 oktober 2015 van Sportvereniging Gouda te Gouda naar aanleiding van het aangenomen voorstel van het bestuur om het prestatieve voetbal op zondag op te heffen.
Verweerster, hierna aangeduid als "SV Gouda", heeft op 8 januari 2016 een verweerschrift ingediend, strekkende tot afwijzing van de vordering.

De vordering en het verweer
De  Bruijn verlangt een uitspraak van de Arbitragecommissie omtrent het besluit van de buitengewone ledenvergadering  van 28 oktober 2015 naar aanleiding van het aangenomen voorstel van het bestuur om het prestatieve voetbal op zondag op te heffen.
De Bruijn onderbouwt zijn verzoek door erop te wijzen dat hoewel de vergadering tijdig bekend is gemaakt, in de vergadering geen mogelijkheid bestond om mondeling van gedachten te wisselen omtrent dit voorgenomen besluit en er alleen schriftelijk vóór of tegen het bestuursvoorstel kon worden gestemd. Hij wijst erop dat hij bij het openen van de vergadering bezwaar heeft gemaakt tegen deze gang van zaken.
De Bruijn wijst verder op artikel 17, lid 8 van de statuten. Daarin staat dat stemming over zaken mondeling geschiedt en over personen schriftelijk.
SV Gouda voert aan dat het voorstel van het bestuur om te stoppen met het prestatief voetbal op zondag niet van de één op de andere dag is genomen en dat zij de afgelopen jaren met zowel de aangestelde zondagcommissie als de zaterdagcommissie en de jeugdcommissie heeft getracht om een en ander bespreekbaar te maken en tevens dat het bestuur uiteindelijk de conclusie heeft moeten trekken dat van de meeste punten weinig terecht is gekomen, waarna het bestuur in mei 2015 heeft voorgenomen om aan de ledenvergadering  de vraag voor te leggen het besluit heeft genomen om met ingang van het seizoen 2016/2017 te stoppen met prestatief voetbal op zondag.
Dit voornemen is ook aan de zondagcommissie meegedeeld en het bestuur heeft daarbij opgemerkt dat het voornemen tot het opheffen van het prestatief zondagelftal als agendapunt op de ALV in juni 2015 zou worden besproken.
De Algemene Ledenvergadering van juni 2015 is echter in een dermate bedreigende sfeer verlopen, aldus SV Gouda, dat de vergadering tijdelijk stil is gelegd en dat uiteindelijk besloten is om het voornemen van het bestuur om te stoppen met het prestatieve voetbal op zondag met ingang van het seizoen 2016-2017, voor te leggen aan een buitengewone algemene ledenvergadering in het najaar van 2015.
Deze bijzondere ledenvergadering  is uitgeschreven voor 28 oktober 2015, waarbij het voorstel van het bestuur om te stoppen met het prestatief voetbal op zondagen met ingang van seizoen 2016/2017 in stemming zou worden gebracht.
Over de wijze waarop deze buitengewone ledenvergadering diende plaats te vinden is binnen de club veel aandacht besteed. Zo heeft de commissie vrienden van Gouda Zondag, een tegenstander van het opheffen van het prestatief zondagelftal, het bestuur geadviseerd deze stemming schriftelijk te laten plaatsvinden met dit onderwerp als enig agendapunt. Ook diende er een onafhankelijke stemcommissie te worden benoemd  en werd voorgesteld het aantal machtigingen te beperken tot één. De toelichting op de buitengewone algemene ledenvergadering vermeldt ook dat de bijzondere algemene ledenvergadering enkelen alleen zal worden ingericht om de leden de mogelijkheid te geven om vooraf tegen het genoemde bestuursvoorstel te stemmen en dat de exacte procedure betreffende het stemmen uiterlijk op 21 oktober 2015 via de website, de afdelingseemmissies en het publicatiebord in de kantine van de vereniging bekend zou worden gemaakt hetgeen ook is gebeurd.
Ter zitting heeft SV Gouda verder ter onderbouwing van haar besluit om schriftelijk over het al dan niet opheffen van het prestatief zondagelftal naar voren gebracht dat deze wijze van stemmen vaker is gehanteerd en dat het bestuur juist met het oog op de onrust die dit voornemen veroorzaakte binnen de vereniging zo zorgvuldig mogelijk te werk wilde gaan. De leden hebben bovendien, zo stelt SV Gouda, volop gelegenheid gekregen om over dit onderwerp via de website van de vereniging mee te discussiëren. Ter zitting heeft SV Gouda onweersproken opgemerkt dat het prestatief zondagelftal de facto reeds is opgeheven en uit competitie is genomen. Ook heeft SV Gouda ter zitting eveneens niet weersproken door De Bruijn aangevoerd dat er geen sprake was van een formeel besluit van de ledenvergadering  maar dat de ledenvergadering is gevraagd of het bestuur zou mogen besluiten om tot het daadwerkelijk opheffen van de prestatieve zondagelftallen met in gang van seizoen 2016-2017 zou mogen overgaan.
Blijkens de notulen van de buitengewone  algemene ledenvergadering van 28 oktober 2015 hebben 194 leden hun stem schriftelijk uitgebracht en de uitslag was dat  207 stemmen voor het bestuursvoorstel hebben gestemd en 137 tegen, waarmee het voorstel van bestuur is aangenomen.

Het geschil en de beoordeling daarvan.
Kern van het geschil is de vraag, die aan de Bijzondere Algemene Ledenvergadering van SV Gouda van 28 oktober 2015 is voorgelegd, namelijk of het Bestuur mag overgaan tot het opheffen van de prestatieve zondagelftallen. Naar het oordeel van de Arbitragecommissie betreft de voorgelegde vraag en de uitslag van de stemming daarover - anders dan De Bruijn stelt - geen formeel besluit van de ledenvergadering  tot het opheffen van het prestatieve zondagvoetbal. Immers het wordt aan het bestuur overgelaten om daartoe wel of niet over te gaan. Dus om daarover nog een besluit te nemen. Ter zitting heeft het bestuur
- eveneens onweersproken door De Bruijn - opgemerkt dat hiertoe nog niet formeel is besloten. Nu er geen besluit tot opheffing van het prestatieve voetbal op zondag is genomen en het zondagelftal de facto reeds uit de competitie is genomen en al is opgeheven, heeft
De Bruijn onvoldoende belang om bij de Arbitragecommissie te klagen over de feitelijke gang van zaken tijdens de ledenvergadering op 28 oktober 2015 en over de vraag of de stemming op de juiste wijze heeft plaatsgevonden.
Ten overvloede merkt de Arbitragecommissie op dat voor zover de vordering van De Bruijn zou zien op de vernietiging van een formeel besluit van SV Gouda, de Arbitragecommissie niet bevoegd zou zijn om daarvan kennis te nemen gelet op het bepaalde in artikel 1020 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Alles afwegende wijst de Arbitragecommissie van de KNVB, oordelend als goede mannen naar billijkheid, de vordering van De Bruijn af. Op de overige punten die partijen over en weer hebben aangevoerd, hoeft verder niet door de Arbitragecommissie te worden ingegaan, nu die geen onderwerp van dit geschil uitmaken. Als de in het ongelijk gestelde partij wordt De Bruijn veroordeeld in de kosten van de arbitrageprocedure, aan de zijde van de KNVB begroot op € 475,00 en aan de zijde van SV Gouda op nihil.

Rechtdoende als goede mannen naar billijkheid
Wijst af de vordering van verzoeker en veroordeelt verzoeker in de kosten aan de zijde van de KNVB begroot op € 475,00 en aan de zijde van SV Gouda op nihil.


vrijdag 8 april 2016

CRM: Biljartbond discrimineerde gelovige met wedstrijden op zondag


Een gereformeerde man is lid van de biljartvereniging in zijn woonplaats. Vanwege zijn geloofsovertuiging mag hij op zondag niet biljarten. De man neemt, zowel persoonlijk als met zijn biljartteam, deel aan de competitie van de Koninklijke Nederlandse Biljartbond (KNBB). De KNBB organiseert biljartwedstrijden die in competitieverband worden gespeeld op gewestelijk en landelijk niveau. Sommige wedstrijden zijn op zondag. De man vroeg de KNBB verschillende keren de wedstrijden op een andere dag te laten spelen. De KNBB weigerde dit.

Beoordeling
Het College oordeelt dat het niet willen verrichten van bepaalde activiteiten op zondag, zoals biljarten, een uiting is van geloofsovertuiging. De man kan daarom een beroep doen op de bescherming van de gelijkebehandelingswetgeving. Ook oordeelt het College dat het organiseren van biljartwedstrijden op zondag in het nadeel is van mensen die vanwege hun geloof die dag niet mogen sporten. Dat is niet verboden als hiervoor een goede reden is. De KNBB voert aan dat de wedstrijden op gewestelijk niveau ook op zondag zijn omdat op die dag de meeste spelers en bezoekers kunnen komen. Het College stelt vast dat de KNBB niet aantoonde dat er minder spelers en bezoekers komen als de zondag wedstrijdvrij wordt gehouden. De KNBB geeft dan ook geen goede reden voor het organiseren van de wedstrijden op gewestelijk niveau op zondag. De KNBB geeft ook geen goede reden voor het organiseren van de landelijke wedstrijden op zondag. Het College concludeert daarom dat de KNBB de man discrimineert door het organiseren van de gewestelijke en landelijke wedstrijden op zondag.

Oordeel

Koninklijke Nederlandse Biljartbond heeft verboden onderscheid jegens de man gemaakt op grond van godsdienst.

vrijdag 1 april 2016

Productfoto’s sportjacks zijn auteursrechtelijk beschermde werken




De feiten
Partijen zijn verdeeld over de vraag of Soccer Commerce auteursrecht bezit op de drie foto's van sportjacks van het merk Adidas die op de website van Soccer Commerce zijn afgebeeld en of  Footballshop met de op de website www.footballshop.nl gepubliceerde foto's van sportjacks van Adidas inbreuk op die rechten heeft gemaakt.

Oordeel kantonrechter
Om een voortbrengsel te kunnen beschouwen als een werk van letterkunde, wetenschap of kunst als bedoeld in artikel 1 juncto 10 Auteurswet (Aw), is nodig dat het voortbrengsel oorspronkelijk is, in die zin dat het een eigen intellectuele schepping van de maker is die de persoonlijkheid van de maker weerspiegelt en tot uiting komt door de vrije creatieve keuzes van de maker bij de totstandkoming van het werk. Ook een verzameling of bepaalde selectie van op zichzelf niet beschermde elementen kan een (oorspronkelijk) werk zijn in de zin van de Aw. Daarbuiten valt in elk geval al hetgeen een vorm heeft die zo banaal of triviaal is, dat daarin geen creatieve arbeid van welke aard ook valt aan te wijzen.
Volgens Soccer Commerce zijn de sportjacks op een zelfde manier onder een bepaalde hoek opgehangen, belicht volgens een door de fotograaf ontworpen lichtontwerp, gefotografeerd met een bepaalde camerainstelling en nabewerkt om steeds -alhoewel het om verschillende sportjacks gaat - een zelfde herkenbare uitstraling te creëren. Er is bij het maken van de foto's een specifiek imago gecreëerd, dat past bij de webshop van Soccer Commerce. Soccer Commerce heeft een verklaring in het geding gebracht over het proces van totstandkoming van de foto's, opgesteld door de maker van de foto's, de fotograaf Alexander Petricca. Volgens Soccer Commerce zijn er creatieve keuzes gemaakt. Dat andere keuzes mogelijk zijn, blijkt uit door Soccer Commerce en ook uit door Footballshop overgelegde productfoto's van dezelfde sportjacks, die op een andere wijze zijn gefotografeerd.
Footballshop heeft als verweer aangevoerd dat de foto's productfoto's zijn, die geen oorspronkelijk karakter hebben en geen persoonlijk stempel van de maker dragen en daarom niet auteursrechtelijk zijn beschermd. Er is geen sprake van creatieve keuzes gemaakt door de fotograaf. De keuzes die zijn gemaakt zijn ondergeschikt aan het doel van de foto's, namelijk het zo natuurgetrouw en objectief mogelijk weergeven van de kleding. De sportjacks worden niet door modellen gedragen.
De drempel voor het aannemen van auteursrechtelijke bescherming is niet erg hoog. De kantonrechter is van oordeel, na bestudering van de foto's van de sportjacks van Soccer Commerce, dat de foto's een voldoende eigen en oorspronkelijk  karakter hebben. waarbij door de maker creatieve keuzes zijn gemaakt. Dat blijkt uit de productopstelling, de wijze waarop het voorpand in een diagonale lijn half over het achterpand is gepositioneerd, de wijze waarop de capuchon en de mouwen zijn gedrapeerd en de wijze van belichting waardoor een kreukeleffect op de kleding te zien is. Er bestaat niet slechts één bepaalde technische manier om sportjacks te fotograferen, zo blijkt ook uit de door Soccer Commerce overgelegde foto's van dezelfde sportjacks, waarop ze op een geheel andere wijze te zien zijn.

Soccer Commerce maker?
Footballshop heeft voorts betwist dat Soccer Commerce de maker is van de foto's in de zin van artikel 7 en 8 van de Auteurswet. Naar het oordeel van de kantonrechter heeft Soccer Commerce voldoende aangetoond dat de foto's die onderwerp zijn van dit geschil zijn gemaakt door fotograaf Alexander Petriccia, die in dienst is van Subside Sports. Blijkens de overgelegde verklaring van Subside Sports Ltd is Soccer Commerce eigenaar van het copyright in Nederland en België en heeft ze het recht 'to claim the copyright'. Soccer Commerce kan daarom optreden tegen een inbreuk op het auteursrecht.
Het verweer van Footballshop dat de foto's op de website www.footballshop.nl niet identiek zijn aan de foto's waarop Soccer Commerce auteursrecht heeft, treft geen doel. Footballshop heeft ter zitting verklaard dat zij de foto's die zij op haar website heeft gebruikt op het internet heeft 'gevonden'. Op grond van de overgelegde producties stelt de kantonrechter vast dat de foto's op de website van Footballshop identiek zijn aan de foto's die Soccer Commerce op haar website heeft staan.
Nu de in het geding zijnde foto's als een werk in de zin van de Auteurswet worden beschouwd, waarvan Soccer Commerce auteursrechthebbende is, en tevens kan worden vastgesteld dat Foetbalishop deze foto's op haar website heeft geplaatst zonder toestemming van Soccer Commerce, staat vast dat inbreuk is gemaakt op het auteursrecht van Soccer Commerce. De inbreuk kan Footballshop worden toegerekend, zodat zij aansprakelijk is voor de door Soccer Commerce geleden schade. De vraag die voorts moet worden beantwoord is welke schade Soccer Commerce heeft geleden.

Schade
De kantonrechter zal, bij gebreke aan tarieven die Soccer Commerce voor licenties hanteert, de schade moeten begroten. De richtprijzen en algemene voorwaarden van de Fotografenfederatie en Dutch Professional Photographers zijn daa rvoor niet maatgevend. Gesteld noch gebleken is immers dat Soccer Commerce is aangesloten bij deze organisatie. Volgens Footballshop  hebben de foto's van september tot 18 december 2014 op haar website gestaan. Soccer Commerce heeft dit niet weersproken. De door Soccer Commerce gevorderde schade wegens gederfde licentievergoeding voor het gebruik van een foto op een commerciële website als de onderhavige acht de kantonrechter niet onredelijk en zal worden begroot op € 300,00 per foto. Voor een extra vergoeding voor het gebruik zonder toestemming en voor het niet vermelden van de naam Soccer Commerce bestaat geen aanleiding, nu onvoldoende is onderbouwd tot wat voor -andere -schade dit heeft geleid. Dat betekent dat een schadevergoeding van € 900,00 zal worden toegewezen.
Het verbod tot openbaar maken en/of verspreiden van de foto's van de sportjacks wordt toegewezen. De gevorderde verklaringen voor recht worden echter afgewezen nu onvoldoende is onderbouwd welk afzonderlijk belang Soccer Commerce hierbij heeft, nu het verbod en de gevorderde schadevergoeding worden toegewezen.