donderdag 1 februari 2018

Arbitrage cie KNVB: Telstar moet trainer Vonk transitievergoeding betalen



Standpunt van partijen
Onder overlegging van de tussen partijen vigerende arbeidsovereenkomst heeft Vonk gesteld dat hij aanspraak maakt op een transitievergoeding, nu de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en deze door de werkgever is opgezegd, althans niet op dezelfde condities als die laatstelijk golden is voortgezet. Hoewel partijen onderhandelingen hebben gevoerd omtrent een voortzetting van de arbeidsovereenkomst, is deze niet verlengd omdat Telstar geen gelijkwaardige arbeidsvoorwaarden bood. Vonk heeft te kennen gegeven niet op het laatstelijk door Telstar aangeboden contract in te gaan.
Ondanks verzoeken van Vonk weigert Telstar de transitievergoeding uit te betalen, reden waarom Vonk de arbitrageprocedure is gestart. Ter zitting heeft Vonk nader toegelicht dat zijn vordering is gebaseerd op artikel 7:673 BW waarin staat dat de werkgever een transitievergoeding is verschuldigd als de arbeidsovereenkomst 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst door de werkgever is opgezegd of niet wordt verlengd op minimaal gelijkwaardige voorwaarden. Vonk geeft daarbij aan dat beide partijen de intentie hadden om de overeenkomst voort te zetten en dat hij met Telstar, voorafgaand aan de formele beëindiging van de arbeidsovereenkomst, onderhandeld heeft over de voortzetting daarvan. Vonk heeft tijdens die onderhandelingen kenbaar gemaakt dat hij graag bij Telstar wilde blijven werken, maar alleen onder gelijkluidende condities. Volgens Vonk waren de condities die aangeboden werden, minder dan hij mocht verwachten.
Vonk wijst er daarbij op dat bovendien het taken- en bevoegdhedenpakket onder het nieuwe contract zou worden ingeperkt. Zo werd hem de bevoegdheid ontnomen om zelfstandig beslissingen te nemen ten aanzien van zijn kerntaken.
Ook het salaris lag lager dan op basis van het vigerende contract gold. Telstar hield bij het aanbieden van het nieuwe contract geen rekening met een inmiddels plaatsgevonden hebbende salarisverhoging die hem op grond van artikel 4 van de arbeidsovereenkomst toekwam. Daarin was opgenomen dat ingaande seizoen 2016/2017 het salaris zou worden verhoogd wanneer Telstar in het seizoen 2015/2016 bij de eerste 8 of eerste 12 zou eindigen. De verhoging zou respectievelijk € 6.300,00, dan wel € 3.150,00 bedragen. Telstar is in het relevante seizoen op de 12e plaats geëindigd en er heeft dan ook een salarisverhoging plaatsgevonden in het seizoen 2016/2017 van € 3.150,00 bruto. Ook werd volgens Vonk de maandelijkse onkostenvergoeding van € 85,00 netto geschrapt. Daarnaast werd Vonk de mogelijkheid ontnomen om het salaris te laten stijgen, terwijl dit onder vorige contracten wel mogelijk was.
Telstar stelt daar, kort samengevat, tegenover dat het onjuist is dat Vonk een lager salaris zou zijn aangeboden. Volgens haar heeft zij hetzelfde bruto jaarsalaris geboden en is Vonk zelf uit de contractonderhandelingen met Telstar gestapt. Op initiatief van Vonk is dus het contract niet gecontinueerd en daarom is Telstar geen transitievergoeding verschuldigd.
Telstar wilde Vonk graag behouden voor de club en heeft op haar initiatief gesprekken aangeknoopt met Vonk om direct aansluitend een nieuw contract aan hem aan te bieden. Deze gesprekken hebben plaatsgevonden tussen de heer De Waard, directeur van Telstar, en de zaakwaarnemer van Vonk, de heer A. Oosterveer. Het jaarsalaris van Vonk was geen onderwerp van discussie. Telstar stelt een bruto jaarsalaris van € 60.715,68 te hebben aangeboden. Dat is hetzelfde bedrag als in het seizoen 2015-2016. Vonk heeft op 20 maart 2017 via zijn zaakwaarnemer laten weten niet bij te tekenen. Op initiatief van Vonk is er dus geen verlenging van de arbeidsovereenkomst tot stand gekomen en als logisch gevolg daarvan heeft Telstar vervolgens op 28 maart 2017 de brief gezonden, waarin bevestigd wordt dat de arbeidsovereenkomst per 30 juni 2017 eindigt. Immers, zo stelt Telstar, op basis van de cao moet zij die brief versturen om de arbeidsovereenkomst te laten eindigen en om te voorkomen dat de arbeidsovereenkomst automatisch doorloopt. Telstar wijs erop dat Vonk, nog voordat zijn contract bij Telstar afliep op 30 juni 2017, feitelijk al aan de slag is
gegaan bij Heerenveen. Medio juni 2017 is bekend geworden dat Vonk deel is gaan uitmaken van de technische staf van Heerenveen. Sinds zondag 25 juni 2017 is hij daadwerkelijk al aan de slag gegaan bij Heerenveen, dus voordat zijn contract bij Telstar was geëxpireerd.
Telstar stelt dat op basis van de wet te gelden heeft dat een transitievergoeding niet verschuldigd is als de arbeidsovereenkomst na einde van rechtswege op initiatief van de werknemer niet aansluitend wordt voortgezet. Dat is volgens Telstar hier het geval. De stelling van Vonk dat een lager salaris zou zijn aangeboden, is niet juist. Telstar heeft hetzelfde salaris aangeboden. Doordat Vonk al bij Heerenveen véér expiratie van de arbeidsovereenkomst met Telstar aan de slag is gegaan, is er bovendien geen enkele transitieperiode geweest.

Beoordeling van het geschil
De vraag ligt voor of Vonk recht heeft op een transitievergoeding en zo ja, hoe hoog die transitievergoeding dan in dit geval is.
Het wettelijk uitgangspunt is dat een werknemer recht heeft op een transitievergoeding als de arbeidsovereenkomst ten minste 24 maanden heeft geduurd en de arbeidsovereenkomst na een einde van rechtswege op initiatief van de werkgever niet aansluitend wordt voortgezet (artikel 7:673 BW).
In de Memorie van Toelichting bij de wet wordt daarover opgemerkt dat als een werkgever bij het eindigen van een contract voor bepaalde tijd de werknemer een gelijkwaardig of beter contract aanbiedt, maar de werknemer van dat aanbod geen gebruik maakt, er geen recht op een transitievergoeding bestaat. Met andere woorden, onderzocht zal moeten worden of Telstar aan Vonk een gelijkwaardig of beter nieuw contract heeft aangeboden voor het seizoen 2017/2018.
Telstar heeft in de eerste plaats hierbij opgemerkt dat Vonk in zijn verzoekschrift het recht op een transitievergoeding uitsluitend baseert op een lager salaris en niet op andere wijzigingen, die in de aangeboden concept arbeidsovereenkomst waren opgenomen, zoals een gewijzigde omschrijving van bevoegdheden en/of een tussentijdse beëindigingsmogelijkheid en evaluatiemomenten. Telstar meent dat dan ook alleen getoetst dient te worden of er sprake is van een lager salarisaanbod en dat de overige omstandigheden buiten beschouwing gelaten moeten worden.
De Arbitragecommissie verwerpt dit verweer omdat bij verzoekschrift en in ieder geval voor de mondelinge behandeling beide partijen diverse concepten van de aangeboden arbeidsovereenkomst in het geding hebben gebracht, en het voor partijen duidelijk was dat in die concept arbeidsovereenkomsten (in rood) meer wijzigingen waren aangebracht dan alleen een (al dan niet) lager salarisaanbod. Het moet Telstar op grond hiervan redelijkerwijs duidelijk zijn geweest dat bij de toetsing van de gelijkwaardigheid van het aanbod alle wijzigingen, zoals in de concept arbeidsovereenkomsten vastgelegd, in de beoordeling betrokken kunnen worden. Bij het verzoekschrift en de aanvullingen daarop zijn door Vonk ook geen wijzigingen uitgezonderd. Bij de beoordeling of sprake is van een gelijkwaardig aanbod houdt de Arbitragecommissie dan ook rekening met alle omstandigheden van het geval, zoals die aan haar zijn gepresenteerd, onder ander blijkende uit de diverse concepten van arbeidsovereenkomsten die zijn overgelegd.
De Arbitragecommissie vergelijkt in het bijzonder een tweetal punten uit de nieuw aangeboden arbeidsovereenkomst met de arbeidsovereenkomst zoals die tussen partijen van kracht was tot en met 30 juni 2017. Dat is in de eerste plaats de hoogte van het geboden salaris en in de tweede plaats de bevoegdheden van Vonk volgens het aangeboden contract voor het seizoen 2017/2018.
Blijkens de vigerende arbeidsovereenkomst, die liep tot en met 30 juni 2017, had Vonk ingaande seizoen 2016/2017 recht op een salarisverhoging indien Telstar in het seizoen 2015/2016 bij de eerste 8 of de eerste 12 eindigde. Onweersproken staat tussen partijen vast dat Telstar in het seizoen 2015/2016 op de 12e plaats is geëindigd en dat Vonk uit dien hoofde recht had op een salarisverhoging voor het seizoen 2016/2017 van € 3.150,00 bruto op jaarbasis. Deze verhoging is ook door Telstar betaald.
Telstar heeft betoogd dat deze salarisverhoging moet worden gezien als een eenmalige bonus. Telstar heeft in de onderhandelingen met de zaakwaarnemer van Vonk, de heer Oosterveer, en ter zitting benadrukt dat het slechts een eenmalige bonus betrof.
Het gaat dus om de vraag hoe artikel 4.1 van de arbeidsovereenkomst voor het seizoen 2016/2017 dient te worden uitgelegd. Geeft deze bepaling de werknemer alleen recht op een bonus voor het seizoen 2016/2017, of betekent het realiseren van de prestatie dat het verhoogde salaris bij eventuele voortzetting van de arbeidsovereenkomst uitgangspunt is.
Overeenkomsten als de onderhavige moeten worden uitgelegd aan de hand van de zgn. "Haviltex-norm". De vraag hoe in een schriftelijk contract de verhouding tussen partijen is geregeld, kan niet alleen worden bepaald op grond van uitsluitend een zuiver taalkundige uitleg van de contractsbepalingen. Het komt aan op de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze bepalingen mochten toekennen en op hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. Daarbij kan mede van belang zijn tot welke maatschappelijke kringen partijen behoren en welke rechtskennis van partijen kan worden verwacht.
Vonk heeft de bepaling in de arbeidsovereenkomst (art. 4.1) kennelijk zo opgevat dat, als hij in het seizoen 2015/2016 met Telstar bij de eerste 12 in de competitie zou eindigen, zijn salaris op jaarbasis structureel zou worden verhoogd met € 3.150,-. In artikel 4, eerste lid, van de arbeidsovereenkomst die tussen partijen tot en met 30 juni 2017 van kracht was, is deze verhoging vastgelegd. Deze bepaling ziet blijkens de aanhef op "Salaris en Arbeidsduu€'. Daarnaast staat in deze overeenkomst in artikel 5 in een "Premieregeling", die ziet op betalingen bij het behalen van een bepaald aantal punten, een periodetitel enz. Juist omdat de bepaling omtrent de verhoging van het salaris is ondergebracht in het artikel over salaris en niet in het artikel over bonussen of premieregelingen, mocht Vonk erop vertrouwen dat de verhoging tot zijn salaris is gaan behoren, derhalve uitgangspunt zou zijn bij voortzetting van de arbeidsovereenkomst.
Uit het gegeven dat Telstar in het voorstel voor het seizoen 2017/2018 de verhoging voor het eindigen bij de eerste 8 of de eerste 12 heeft ondergebracht bij de premieregeling en niet langer bij de salarisregeling leidt de Arbitragecommissie af dat Telstar inmiddels onderschrijft dat het de voorkeur heeft een incidentele verhoging van het salaris die afhankelijk is gesteld van bepaalde prestaties onder te brengen in de bepaling omtrent de premieregeling (omdat de premieregeling incidenteel van aard is). De conclusie is dan ook dat Vonk mocht verwachten dat het voor het seizoen 2017/2018 geboden salaris niet lager zou zijn dan het salaris in het seizoen 2016/2017. Het salaris bedroeg tot en met 30 juni 2017 € 5.322,00 bruto op maandbasis. Het geboden salaris voor het seizoen 2017/2018 bedroeg € 5.059,64 bruto per maand, zodat het aangeboden salaris niet minimaal gelijk laat staan hoger was.
Als erkend dan wel onvoldoende weersproken staat vast dat Telstar ook wijzigingen wilde aanbrengen met betrekking tot de verantwoordelijkheden van  Vonk. Zo zou Vonk niet meer zonder overleg met de algemeen directeur en/of zijn gedelegeerden eindverantwoordelijk zijn voor het trainen, coachen, bezetting bank, speelwijze en toegang tot de spelersomgeving, en evenmin niet meer zonder overleg met de algemeen directeur en/of zijn gedelegeerden eindverantwoordelijkheid dragen omtrent de samenstelling van de spelersgroep van de A-selectie.
Deze omstandigheden, bezien in onderlinge samenhang, leidt ertoe dat de Arbitragecommissie van oordeel is dat het aanbod van Telstar niet gelijkwaardig was aan de reeds tussen Telstar en Vonk in het seizoen 2016/2017 geldende arbeidsvoorwaarden. Naar het oordeel van de Arbitragecommissie heeft Vonk dan ook recht op de transitievergoeding omdat de arbeidsovereenkomst niet aansluitend is voortgezet op initiatief van de werkgever in de zin van artikel 7:673 BW.

Hoogte transitievergoeding
Voor wat betreft de hoogte van de transitievergoeding gaat de Arbitragecommissie ervan uit dat het laatstgenoten salaris bepalend is en de Arbitragecommissie houdt daarom geen rekening met de stelling van Telstar dat er sprake was van een bonus, althans van een incidentele verhoging van het salaris, voor het bereiken van de 12e plaats in de competitie 2015/2016.
Derhalve dient de vordering op de hierna te melden wijze te worden toegewezen en dient Telstar als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij te worden veroordeeld in de kosten van de arbitrageprocedure. Er is geen apart verweer gevoerd tegen de vordering tot betaling van de wettelijke rente. Die zal dus ook als na vermeld worden toegewezen.
De stelling van Telstar dat Vonk al voor het einde van de arbeidsovereenkomst bij een andere club in dienst is getreden, leidt niet tot een ander oordeel omdat op grond van artikel 7:673 BW beslissend is of de arbeidsovereenkomst al dan niet op initiatief van de werkgever niet aansluitend is voortgezet (Hof ’s-Hertogenbosch 27 oktober 2016, JAR 2016,284).

Rechtdoende als goede personen naar billijkheid
Veroordeelt Telstar tot betaling aan Vonk van een bedrag van € 5.322,00 bruto, te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 1 juli 2017 tot het moment van volledige betaling, veroordeelt Telstar in de kosten van de arbitrageprocedure, begroot aan de zijde van de KNVB op € 475,00 en aan de zijde van Vonk  op € 325,00.
Wijst af het meer of anders gevorderde

Arbitrage cie KNVB: Ondanks exclusieve vertegenwoordigingsovereenkomst blijft speler bevoegd zelf contract te sluiten





Feiten en omstandigheden
a.         Op voorspraak van de heer Bonifacio heeft de heer Bryson/CSA met Tissoudali in 2014 kennis gemaakt. Destijds speelde Tissoudali nog bij de amateurs.
b.         Tussen CSA/Bryson enerzijds en Tissoudali anderzijds is op 19 juli 2014 een vertegenwoordigingsovereenkomst gesloten. In deze overeenkomst is onder meer bepaald:
'1.       Deze overeenkomst is aangegaan voor de duur van twee (2) jaar en gaat in op 19 juli 2014 en eindigt van rechtswege (zonder dat opzegging vereist is) op 18 juli 2016. De overeenkomst is niet tussentijds opzegbaar.
4. 1      Op deze overeenkomst is Nederlands recht van toepassing.
6.1       Partijen komen overeen dat de spelersmakelaar de speler wereldwijd exclusief zal vertegenwoordigen met betrekking tot zijn exploitatie als professioneel voetbalspeler. Onder deze exploitatie worden de volgende aangelegenheden verstaan: vertegenwoordiging van de speler tijdens de totstandkoming van:
-          een transfer van de ene voetbalclub naar een andere voetbalclub;
-          een arbeidsovereenkomst;
-          een overeenkomst met een mediaorganisatie;
-          een sponsorovereenkomst ("image-rechten", reclameovereenkomst, en/of enig ander product/dienst);
7.1       Voor de vertegenwoordigingsactiviteiten als bedoeld in artikel 6 is de spelersmakelaar gerechtigd om een commissie van de speler te ontvangen. Voor zover dit op grond van wettelijke en of FIFA bepalingen mogelijk is, wordt getracht deze commissie ten laste van de contractspartij (de club/de sponsor) te brengen. De hoogte van deze commissie zal voor elke vertegenwoordigingsactiviteit apart worden vastgesteld.
8.2.      De speler garandeert de spelersmakelaar dat hij:
(...)
c.         de spelersmakelaar zal inlichten van elke benadering of aanbieding door een andere FIFA-agent, club of persoon die direct of indirect handelt namens een club.
d.         Hij niet de diensten van een andere FIFA-agent of willekeurige derde zal gebruiken zonder de voorafgaande schriftelijke toestemming van de spelersmakelaar.
8.3.      Indien de speler de bepalingen hierboven onder 8.c en of d overtreedt, handelt hij onrechtmatig jegens de spelersmakelaar en is hij van rechtswege in verzuim zonder dat daarvoor een nadere ingebrekestelling vereist is. De speler is alsdan gehouden de schade die de spelersmakelaar dientengevolge lijdt, te vergoeden.”

c.         Onder begeleiding van Bryson/CSA heeft Tissoudali op 19 augustus 2014 een arbeidsovereenkomst voor de duur van tweeënhalf jaar gesloten met BVO Telstar. CSA heeft destijds geen vergoeding voor haar werkzaamheden ontvangen. Tissoudali en CSA hebben op 26 november 2014 wel een vaststellingsovereenkomst gesloten waarin afspraken zijn gemaakt over een vergoeding voor CSA bij een tussentijdse transfer van Tissoudali van Telstar naar een andere BVO. Partijen hebben de Arbitragecommissie voorgehouden dat hun geschil over de uitleg en gevolgen van deze vaststellingsovereenkomst niet aan de Arbitragecommissie is voorgelegd. CSA is ter zake een procedure tegen Tissoudali gestart bij de Rechtbank te Amsterdam.
d.         In maart 2016 heeft Tissoudali aangegeven niet tevreden te zijn met CSA/Bryson en wijziging in de vertegenwoordigingsovereenkomst voorgesteld. Partijen hebben daarover destijds geen overeenstemming bereikt.
e.         Eind juni 2016 heeft Tissoudali aan Bryson/CSA laten weten dat hij een transfer wilde maken. Daarover hebben partijen in een korte periode de nodige contacten gehad; bij SC Heerenveen en Willem II was concrete belangstelling om te bezien of tot een arbeidsovereenkomst met Tissoudali kon worden gekomen.
f.         CSA/Bryson had op vrijdag 8 juli 2016 een afspraak met Willem II gepland, doch Tissoudali liet Bryson per sms een uur voor die afspraak weten dat die afspraak niet door kon gaan.
g.         Dezelfde dag, ongeveer een uur later, heeft Tissoudali per sms aan Bryson/CSA meegedeeld:
"Hee Richinel, ik heb net getekend in Frankrijk. Het is via de clubs onderling gegaan. lk kon er met niemand over spreken, en kon ook geen mensen bij betrekken. lk heb er uiteraard voor gezorgd dat hij gewoon mee eet via mij. lk bel jou wanneer ik in Nederland ben".
Daarop heeft de heer Bryson gereageerd:
"Pieter heeft smerig gespeeld Tarik. Het gaat om L'havre hoorde ik!
Tissoudali heeft vervolgens op 8 juli 2016 Bryson bericht:
"lk ben alleen met me vader gegaan, ik zorg voor jou, dat heb ik Telstar en de club gezegd, ik bel je als ik daar ben".
De heer Bryson heeft gereageerd:
"Dit is triest Tarik. Jij begrijpt toch ook dat dit niet de manier is hoe het behoort te gaan. Telstar laatje daar naar toe gaan zonder enige vorm van begeleiding wetende datje een zaakwaarnemer hebt.. .. Schandalig!"
h.         Tissoudali heeft bij Le Havre A.C. met ingang van het seizoen 2016/2017 een vierjarige arbeidsovereenkomst gesloten. Tissoudali heeft ter zitting verklaard een deel (10%) van de door Le Havre A.C aan Telstar betaalde afkoopsom te hebben ontvangen.
i.          Tissoudali heeft ondanks verzoeken van CSA de tekst van de arbeidsovereenkomst die hij met Le Havre A.C. heeft gesloten niet aan CSA/Bryson ter beschikking gesteld.

Beoordeling van het geschil

Vertegenwoordigingsovereenkomst geldig?
CSA heef de Arbitragecommissie verzocht voor recht te verklaren dat de uit de vertegenwoordigingsovereenkomst voortvloeiende verplichtingen geldig zijn en Tissoudali zich dus door CSA had moeten laten vertegenwoordigen tijdens het ondertekenen van zijn contract met Le Havre A.C.
De Arbitragecommissie stelt vast, terwijl dat ook niet door Tissoudali is betwist, dat de op 19 juli 2014 gesloten vertegenwoordigingsovereenkomst is aangegaan voor de bepaalde tijd van twee jaren en derhalve heeft voortgeduurd tot en met 18 juli 2016. Tissoudali heeft de overeenkomst niet tussentijds opgezegd of anderszins beëindigd. In de contractperiode waren partijen over en weer aan betreffende overeenkomst gebonden.
De Arbitragecommissie zal dan ook voor recht verklaren dat de uit de vertegenwoordigingsovereenkomst tussen Tissoudali en CSA voortvloeiende verplichtingen gedurende de contractperiode golden.
De door CSA verzochte verklaring voor recht dat Tissoudali zich "dus door CSA had moeten laten vertegenwoordigen tijdens het ondertekenen van zijn contract met Le Havre A.C." zal door de Arbitragecommissie niet worden verstrekt.
Daartoe overweegt de Arbitragecommissie allereerst dat CSA in casu niet heeft gesteld dat Tissoudali zich bij het sluiten van de arbeidsovereenkomst met Le Havre A.C. heeft laten bijstaan door een andere spelersmakelaar, andere intermediair of andere vertegenwoordiger. Hij heeft het contract met Le Havre A.C. zelf gesloten, hetgeen ook niet is betwist door CSA. Zoals door de Arbitragecommissie in het vonnis van 24 juli 2013 (El H&B Sportsmanagement B.V./Arica) in navolging van CAS-uitspraak van 5 december 2006 (CAS 2006/A/1019) al is bepaald, brengt een overeenkomst waarbij een spelersmakelaar/intermediair exclusief bevoegd is de speler bij te staan in de ontwikkeling van zijn professionele carrière en te vertegenwoordigen bij het benaderen van en onderhandelen met clubs en diens vertegenwoordigers in het licht van FIFA-reglementen niet met zich mee dat de speler niet zelf — zonder tussenkomst van een andere spelersmakelaar of derde — mag contracteren.
Het staat een speler vrij zonder de assistentie van een derde voor zichzelf te contracteren, ook als hij gebonden is aan een exclusieve vertegenwoordigingsovereenkomst.
In het huidig KNVB Reglement Intermediairs noch in enige UEFA- of FIFAregeling is bepaald dat een speler verplicht is bij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst met een BVO zich te laten vertegenwoordigen door een intermediair.
Met de vaststelling van het Reglement Intermediairs in de bondsvergadering van de KNVB van 1 december 2015 en het vervallen van het Reglement Spelersmakelaars is naar het oordeel geen situatie beoogd of gecreëerd waarbij spelers en/of BVO's zichzelf niet meer mogen vertegenwoordigen bij de totstandkoming van een arbeidsovereenkomst of een overeenkomst betreffende de overgang van spelers. Voor genoemde datum gold dat spelers en clubs daartoe bevoegd waren; die situatie is niet veranderd.
Indien echter door een BVO of speler gebruik wordt gemaakt van een intermediair dienen de betreffende intermediair, speler en club zich aan de bepalingen van het Reglement Intermediairs te houden. Anders dan uit art. 1 lid 2 Reglement Spelersmakelaars volgde geldt onder het huidige Reglement Intermediairs dat alle personen die een speler (bij contractonderhandelingen e.d.) vertegenwoordigen als intermediair dienen te zijn geregistreerd. Alleen die intermediairs mogen — in de Nederlandse verhoudingen — spelers en club bij de totstandkoming van spelerscontracten en/of overeenkomsten betreffende de overschrijving van spelers vertegenwoordigen.
Hieruit volgt dat voor Tissoudali niet de verplichting had zich te laten vertegenwoordigen door CSA bij het ondertekenen van zijn contract; wel gold op grond van de tussen partijen gesloten vertegenwoordigingsovereenkomst dat het Tissoudali niet was toegestaan zich door een ander te laten vertegenwoordigen/bijstaan dan door CSA.

Is Tissoudali jegens CSA toerekenbaar tekortgeschoten?JA!
CSA heeft gesteld dat Tissoudali de verplichting welke volgt uit artikel 8.2 sub c van de vertegenwoordigingsovereenkomst (informatieplicht van Tissoudali) jegens CSA heeft geschonden door CSA niet — tijdig — op de hoogte te brengen van de besprekingen van Tissoudali bij en met Le Havre A.C..
Naar het oordeel van de Arbitragecommissie staat vast dat Tissoudali CSA niet voor de totstandkoming van de arbeidsovereenkomst ter zake heeft geïnformeerd. Zulks is naar het oordeel van de Arbitragecommissie als een toerekenbaar tekort schieten van Tissoudali te beschouwen. Dat Tissoudali geen contact met CSA heeft gezocht op verzoek van de betrokken BVO's — zoals hij heeft gesteld — maakt zulks niet anders.
De stelling van Tissoudali dat in de vertegenwoordigingsovereenkomst niet is bepaald dat Tissoudali gehouden was CSA onverwijld te informeren, wordt ook door de Arbitragecommissie gepasseerd. Gelet op de tekst van de overeenkomst en hetgeen partijen redelijkerwijs over en weer van elkaar mochten verwachten, was Tissoudali gehouden CSA met voortvarendheid van relevante ontwikkelingen rondom aanbiedingen van clubs te informeren en dat niet dat slechts achteraf te doen. Dat Tissoudali dat ook vond, blijkt naar het oordeel van de Arbitragecommissie ook uit de SMS-berichten die hij op 8 juli 2016 aan Bryson zond. De Arbitragecommissie zal ter zake de door CSA gevraagde verklaring voor recht dat Tissoudali toerekenbaar tekort is geschoten in zijn verplichtingen jegens CSA uit hoofde van de vertegenwoordigingsovereenkomst toewijzen.

Schade?NEE!
Nu Tissoudali jegens CSA toerekenbaar tekort is geschoten, dient te worden nagegaan of dat tekort schieten ook tot schade bij CSA heeft geleid.
Met betrekking tot het door Tissoudali betwiste causale verband tussen de door CSA gestelde schade en de gedragingen van Tissoudali stelt de arbitragecommissie allereerst vast dat vaststaat dat de vertegenwoordigingsovereenkomst op 18 juli 2016 zou eindigen en niet meer werd verlengd. Ook stelt de Arbitrage in dit kader vast dat er geen andere concrete aanbieding voor Tissoudali bij een andere BVO gereed lag, waarbij CSA een commissie zou verkrijgen.
Nu bovendien Tissoudali — onbetwist - heeft gesteld dat hij op grond van door hem met de clubs Telstar en Le Havre A.C. gemaakte afspraken geen gebruik wenste te maken van de diensten van CSA, maar voor zichzelf wilde en heeft gecontracteerd, ontbreekt in casu naar het oordeel van de arbitragecommissie het causale verband tussen het toerekenbaar te kort schieten van Tissoudali en de vermeende schade van CSA. Alsdan ligt immers niet in de lijn der verwachting dat indien Tissoudali CSA tijdig zou hebben geïnformeerd zulks er toe zou hebben geleid dat CSA als intermediair Tissoudali bij de overgang naar Le Havre A.C. zou hebben vertegenwoordigd.
Voorts is in de vertegenwoordigingsovereenkomst geen contractueel vastgelegde schadevergoeding opgenomen. De Arbitragecommissie zal, gelet op de in casu aan de orde zijnde omstandigheden, aan CSA geen schadevergoeding toewijzen.

maandag 18 december 2017

CAS Bulletin 2017/2: Jurisprudentieoverzicht belangrijke uitspraken Court of Arbitration for Sport (CAS)

The CAS 2016/2 can be found HERE



Articles et Commentaires / Articles and Commentaries

“Unless Fairness Requires Otherwise”, A Review of Exceptions to Retroactive Disqualification of Competitive Results for Doping Offenses
Markus Manninen & Brent J.Nowicki

Sports Mediation: Getting The Right Mediator
Kristina Hopper & Richard Doman

Jurisprudence Majeure / Leading Cases
CAS 2016/A/4408
Raja Club Athletic de Casablanca v. Baniyas Football Sports Club & Ismail Benlamalem
29 June 2017

TAS 2016/A/4490
RFC Seraing c. Fédération Internationale de Football Association (FIFA) 
9 mars 2017

CAS 2016/A/4502
Patrick Leeper v. International Paralympic Committee (IPC) 12 August 2016 (operative part 26 January 2016)

CAS 2016/A/4534
Mauricio Fiol Villanueva v. Fédération Internationale de Natation (FINA) 
16 March 2017

CAS 2016/A/4560
Al Arabi SC Kuwait v. Papa Khalifa Sankaré & Asteras Tripolis FC
25 April 2017

CAS 2016/A/4602
Football Association of Serbia (FSS) v. Union des Associations Européennes de Football (UEFA)  24 January 2017

CAS 2016/A/4777 
Izzat Artykov v. International Olympic Committee (IOC) 
21 April 2017

CAS 2016/A/4805
Club Atlético de Madrid SAD v. Fédération Internationale de Football Association (FIFA) 
1 June 2017

CAS 2016/A/4828
Carlos Iván Oyarzun Guiñez v. Union Cycliste Internationale (UCI) & UCI Anti-Doping
Tribunal (UCI-ADT) & Pan American Sports Organization (PASO) and Chilean National Olympic Committee (CNOC) 
31 May 2017

CAS 2016/A/4921 & CAS 2016/A/4922
Maria Dzhumadzuk, Irina Shulga & Equestrian Federation of Ukraine v. Federation Equestre Internationale (FEI) 
30 May 2017

CAS 2017/A/4973
Chunhong Liu v. International Olympic Committee (IOC) 
31 July 2017

CAS 2017/A/5063
Deutscher Fussball-Bund e.V. (DFB) & 1. FC Köln GmBH & Co. KGaA (FC Köln) & Nikolas Terkelsen Nartey v. Fédération Internationale de Football Association (FIFA) 
22 May 2017 (operative part 19 April 2017)

Jugements du Tribunal fédéral / Judgements of the Federal Tribunal

Arrêt du Tribunal Fédéral 4A_116/2016
13 décembre 2016
X Club (recourant) c. Z Limited (intimée)

Judgment of the Swiss Federal Tribunal 4A_600/2016
29 June 2017
Michel Platini (Appellant) v. Fédération Internationale de Football Associations (FIFA)
(Respondent)

Arrêt du Tribunal Fédéral 4A_384/2017
4 octobre 2017

X (recourant) c. Fédération A. et Association B. (intimées) 

woensdag 6 september 2017

Supermarkt moet vergoeding betalen voor lookalike Max Verstappen in commercial


Supermarkt Picnic had geen lookalike van Max Verstappen mogen gebruiken in een van haar commercials. De Formule 1-coureur had hiervoor geen toestemming gegeven. Picnic moet Verstappen daarom een schadevergoeding betalen. De hoogte hiervan wordt later vastgesteld.

Twee keer snelle thuisbezorging
Picnic plaatste op 28 september vorig jaar een filmpje op Facebook waarin een sterk op Verstappen lijkende acteur voor het bedrijf boodschappen bij klanten thuis afleverde. Het bedrijf haakte daarmee in op een reclamecampagne van supermarkt Jumbo, die de dag ervoor was gelanceerd. Daarin speelde de echte Max Verstappen eveneens een thuisbezorger. Verstappen had voor de commercial van Picnic geen toestemming gegeven. Bij de rechter eiste hij dat het filmpje onrechtmatig zou worden verklaard en dat Picnic zou worden veroordeeld tot het betalen van 350.000 euro.

Lookalike schendt portretrecht
In een eerdere procedure werd een verzoek van Verstappen om voor dat bedrag beslag te leggen op de rekeningen van Picnic nog afgewezen. In deze bodemprocedure stelt de rechter Verstappen nu wel in het gelijk. Ten eerste oordeelt de rechter dat de commercial het portretrecht van Verstappen schendt, ook al gaat het slechts om een lookalike. De acteur vertoont alle karakteristieke kenmerken van het portret van Verstappen: dezelfde pet, dezelfde raceoutfit, dezelfde haarkleur, hetzelfde silhouet en hetzelfde postuur.

Commercieel belang
Ten tweede oordeelt de rechter dat het belang van Verstappen om zich tegen het gebruik van zijn portret te verzetten zwaarder weegt dan het recht op vrije meningsuiting van Picnic. Verstappen moet zelf kunnen bepalen of hij zijn populariteit in wil zetten voor commerciële activiteiten. Dat de commercial van Picnic duidelijk een parodie is op de reclame van Jumbo verandert hier niets aan. Het blijft immers een commerciële uiting die het portret van Verstappen ook commercieel exploiteert.

Vergoeding
Verstappen had geëist dat Picnic 350.000 euro zou betalen voor het inzetten van de lookalike. Die claim vindt de rechter echter onvoldoende onderbouwd. De coureur en zijn management krijgen nu tot 18 oktober de tijd om de hoogte van de te betalen schadevergoeding te motiveren.


maandag 21 augustus 2017

Striker Lucian uit computerspel “League of Legends” is een portret van Edgar Davids


De feiten
Riot Games Groep ontwikkelt en exploiteert het computerspel “League of Legends” (hierna: LoL). LoL wordt online gespeeld. Spelers besturen ieder een virtueel karakter (champion). Doel van het spel is (in de standaard variant) om als team van spelers de basis van het team van de tegenstanders te veroveren. Spelers kunnen een roulerend, beperkt aantal champions gratis spelen of – tegen betaling – een Champion aanschaffen. Het uiterlijk van een champion kan door speler worden aangepast door middel van door Riot Games Groep verkochte “skins”. Ter gelegenheid van het wereldkampioenschap voetbal in 2014 is door Riot Games Groep een viertal voetbal gerelateerde skins geïntroduceerd. Voor de champion Lucian kunnen spelers de “Striker” (in het Engels ook het woord voor voetbalspits) skin aanschaffen (hierna: Striker Lucian).
In het spel ziet Striker Lucian er als volgt uit:


Daarnaast zijn door Riot Games Groep, ter promotie, illustraties met meer detail gepubliceerd van Striker Lucian:

Kort na de introductie van de skin verschenen berichten op spelersfora en sociale media dat de nieuwe skin sterke gelijkenissen vertoonde met de beeltenis van Edgar Davids . Namens Riot Games Groep is in reactie daarop – onder het pseudoniem @RiotBaconhawk – het volgende bericht op het sociale netwerk Twitter geplaatst:


Bij brief van 22 december 2015 schreef de advocaat van Edgar Davids een brief aan Riot Games, met de sommatie het gebruik van het portret van Edgar Davids in LoL te stoppen.

Vordering
Edgar Davids vordert onder andere een verklaring voor recht dat Riot Games inbreuk maakt op het portretrecht van Edgar Davids door het gebruik van het personage Striker Lucian in LoL en een veroordeling van Riot Games tot betaling van een voorschot op die schade van € 100.000,00.

Beoordeling
Portretrecht
Op grond van artikel 21 Auteurswet (Aw) is openbaarmaking van een niet in opdracht vervaardigd portret ongeoorloofd voor zover een redelijk belang van de geportretteerde zich tegen openbaarmaking verzet. Tussen partijen staat vast dat het karakter “Champion Lucian” zelf geen portret van Edgar Davids is: het geschil gaat uitsluitend om Striker Lucian (dat wil zeggen het karakter zoals aangepast door de “striker” skin).

Is Striker Lucian een portret van Edgar Davids ?
De eerste vraag die de rechtbank moet beantwoorden, is of er sprake is van een portret van Edgar Davids . De rechtbank stelt voorop dat bij de beoordeling van die vraag aan de onderliggende techniek geen doorslaggevende rol kan worden toegekend. Een foto, een schilderij of een digitale weergave, ook als virtueel karakter in een computerspel, kan een portret zijn. Relevant is niet alleen de afbeelding van Striker Lucian zoals die zichtbaar is voor de spelers terwijl het spel gespeeld wordt, maar ook de door Riot Games openbaar gemaakte illustraties met meer detail. Details die tijdens het spelen niet zichtbaar zijn (omdat dat in het spel het karakter minder gedetailleerd weergegeven wordt) of door de snelheid van het spel niet opvallen, spelen daarom een wel rol bij de beantwoording van de vraag of Striker Lucian een portret van Edgar Davids is.
Edgar Davids stelt dat Striker Lucian een portret van hemzelf is. Zijn karakteristieke kenmerken zijn overgenomen: de bril die hij draagt vanwege zijn oogaandoening, zijn kapsel (dreadlocks) en zijn gespierde uiterlijk zijn rechtstreeks overgenomen. Door de combinatie met het voetbaluniform is de objectieve gelijkenis tussen Striker Lucian en Edgar Davids onmiskenbaar.
Riot Games betwist dat Striker Lucian een portret is van Edgar Davids . De gelaatskenmerken zijn verschillend: het gaat duidelijk niet om dezelfde persoon. Riot Games beroept zich erop dat de huidskleur, haardracht, postuur en bril eigen zijn aan haar karakter Lucian. Spelers van het spel zullen Lucian herkennen in Striker Lucian en niet Edgar Davids . Ook verwijst niets in de context van het spel naar Edgar Davids .
De rechtbank overweegt als volgt. Uit de overgelegde stukken blijkt al dat niet in alle skins van Lucian al de genoemde elementen voorkomen. De skin “Hired Gun” heeft bijvoorbeeld wel een bril, maar witte dreadlocks. De standaardskin heeft zwarte dreadlocks, maar geen bril. Het is de combinatie van juist al die elementen: een donkere huidskleur, sportief postuur, agressieve speelstijl, zwarte dreadlocks en een sportbril, gecombineerd met een voetbaluniform die de skin Striker Lucian tot een portret van Edgar Davids maakt. Het publiek zal in met name de gedetailleerde illustraties van Striker Lucian een afbeelding van Edgar Davids herkennen. Dat blijkt alleen al uit de reacties op twitter, waar verschillende personen schrijven dat zij Edgar Davids herkennen in Striker Lucian. Dat wordt bovendien versterkt doordat in het twitterbericht Edgar Davids expliciet wordt genoemd als inspiratie voor Striker Lucian: ook Riot Games heeft kennelijk de bedoeling gehad te suggereren dat Striker Lucian een afbeelding was van Edgar Davids . De introductie van deze skin was bovendien rond en naar aanleiding van het wereldkampioenschap voetbal in 2014.
De argumenten van Riot Games leggen hiertegen te weinig gewicht in de schaal. Het klopt dat LoL geen voetbalspel is en het uniform is inderdaad fictief en geen bestaand uniform van een aan Edgar Davids te relateren voetbalclub. Ook heeft de skin de gelaatstrekken van Lucian en niet die van Edgar Davids en er bestaan subtiele verschillen tussen de dreadlocks van Edgar Davids en Striker Lucian. Maar een afbeelding is – per definitie – niet gelijk aan de persoon die afgebeeld is, omdat het een afbeelding is en niet de persoon zelf. Het gaat erom of de persoon te herkennen is in het portret. Deze omstandigheden nemen daarom niet weg dat bij het publiek het beeld van Edgar Davids wordt opgeroepen bij de afbeeldingen en het gebruik binnen het spel van Striker Lucian. Anders dan door Riot Games is aangevoerd, moet bij de beoordeling of sprake is van een portret wel degelijk ook worden aangesloten bij de context en de bedoeling waarmee het portret wordt gebruikt. Conclusie is dan ook dat sprake is van een portret in de zin van artikel 21 Aw.

Is openbaarmaking van Striker Lucian tegenover Edgar Davids onrechtmatig?
Vervolgens moet de rechtbank beoordelen of Edgar Davids een redelijk belang heeft zich te verzetten tegen publicatie. Die beoordeling ziet ook op de vraag of openbaarmaking jegens de geportretteerde onrechtmatig is en dat vergt een afweging in het kader van het door artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermde recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer en van het door artikel 10 EVRM beschermde recht op vrijheid van meningsuiting en informatievrijheid, welke afweging met inachtneming van alle bijzonderheden van het gegeven geval ertoe strekt na te gaan welk van de betrokken belangen het zwaarst weegt. Een redelijk belang als bedoeld in artikel 21 Aw kan zowel zien op persoonlijke (privacy)belangen als op commerciële belangen. De aan artikel 8 EVRM te ontlenen bescherming is evenmin beperkt tot privé-activiteiten, maar ziet ook op professionele of zakelijke activiteiten. De in artikel 21 Aw neergelegde norm betekent dat geportretteerden niet in alle gevallen behoeven toe te laten dat hun in de uitoefening van hun beroep verworven populariteit commercieel wordt geëxploiteerd door openbaarmaking van hun portretten, zonder dat zij daarvoor een vergoeding ontvangen. Het meedelen in de voordelen van deze exploitatie is een redelijk belang in de zin van artikel 21 Aw. Edgar Davids heeft in zijn verzilverbare populariteit als voormalig professioneel voetballer zodoende een redelijk belang om op te komen tegen het zonder vergoeding openbaar maken van zijn portret. Riot Games profiteert van het portret van Edgar Davids door de skin Striker Lucian tegen betaling aan spelers van LoL ter beschikking te stellen. Daarmee is ook sprake van commerciële exploitatie. Riot Games betwist dat er een vergoedingspraktijk bestaat voor het opnemen van portretten van voetballers in fantasy spellen zoals LoL. Dat is niet relevant: Riot Games heeft er bewust voor gekozen om verwijzingen naar de voetbalsport op te nemen in haar fantasy spel. Als zij daarvoor het portret van Edgar Davids wenst te gebruiken, ligt voor de hand dat daarvoor een vergoeding wordt betaald.
In dit geval weegt dit redelijk belang van Edgar Davids zwaarder dan het beroep van Riot Games op artikel 10 EVRM. De onder artikel 10 EVRM te beschermen uitingen waarop Riot Games zich beroept, zien grotendeels op het personage “Champion Lucian”. Welke specifieke belangen onder artikel 10 EVRM bescherming verdienen bij de commerciële exploitatie van de specifieke skin “Striker Lucian”, is door Riot Games niet gemotiveerd onderbouwd. Het gebruik van het portret van Edgar Davids verschaft weinig informatie over Edgar Davids of een ander onderwerp aan het geïnteresseerde publiek, maar is een optionele verfraaiing van het spel, die door spelers ervan aangeschaft kan worden. De conclusie lijkt dan ook gerechtvaardigd dat het belang van Riot Games voornamelijk een commercieel belang is. Riot Games heeft Edgar Davids geen financiële vergoeding aangeboden en heeft in deze procedure ook betoogd daartoe geen aanleiding te zien. In de afweging van enerzijds het belang van Edgar Davids om zich te kunnen verzetten tegen de commerciële exploitatie van zijn portret zonder dat hem een vergoeding is aangeboden en anderzijds het belang van Riot Games bij het binnen LoL aanbieden (tegen betaling) van een extra uiterlijk voor een bestaande “champion”, dient daarom het belang van Edgar Davids zwaarder te wegen.

Tussenconclusie
Striker Lucian is een portret van Edgar Davids en Riot Games handelt onrechtmatig door Striker Lucian openbaar te maken in Nederland. De door Edgar Davids gevorderde verklaring voor recht is in zoverre toewijsbaar en het gebod om deze inbreuk in Nederland te staken is ook toewijsbaar. Riot Games is ook – in beginsel – een schadevergoeding verschuldigd. Daarbij geldt wel (op grond van het voorgaande) dat, naar het oordeel van de rechtbank, bij het begroten van de hoogte van die schade aansluiting moet worden gezocht bij omzet en winst van Riot Games Groep in Nederland. Gelet op artikel 612 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) is de rechtbank van oordeel dat de gevorderde schade – zo veel mogelijk – in deze procedure moet worden begroot. De rechtbank beveelt Riot Games daarom op grond van artikel 22 Rv om stukken in het geding te brengen – zoveel mogelijk voorzien van onderbouwende stukken en accountantsverklaringen – over de omzet en winst die door Riot Games groep gerealiseerd is in Nederland met de exploitatie van Striker Lucian binnen LoL. Partijen zullen zich daarover en over de wijze van schadebegroting mogen uitlaten.

De beslissing
De rechtbank beveelt Riot Games om stukken in het geding te brengen – zoveel mogelijk voorzien van onderbouwende stukken en accountantsverklaringen – over de omzet en winst die door Riot Games groep gerealiseerd is in Nederland met de exploitatie van Striker Lucian binnen LoL.


vrijdag 7 juli 2017

CAS Bulletin 2017/1: Jurisprudentieoverzicht belangrijke uitspraken Court of Arbitration for Sport (CAS)


The CAS Bulletin 2017/1 can be found HERE


Articles et commentaires / Articles and Commentaries

ISGGO: A Proposal for Sport Governance Oversight
Namrata Chatterjee, Chiheb Kaibi, Ivan Kraljević, and Adrienne Lerner

Jurisprudence majeure / Leading Cases

CAS 2015/A/4262
Pape Malickou Diakhaté v. Granada CF, Bursaspor Kulübü, Kayseri Erciyesspor & FIFA
CAS 2015/A/4264
Granada CF v. Pape Malickou Diakhaté, Bursaspor Kulübü, Kayseri Erciyesspor & FIFA
4 October 2016

CAS 2016/A/4416
Fédération Internationale de Football Association (FIFA) v. Confederación Sudamericana de
Fútbol & Brian Fernández
7 November 2016 (operative part 8 July 2016)

CAS 2016/A/4462
Hellas Verona FC v. FK Donji Srem
11 October 2016

CAS 2016/O/4469
International Association of Athletics Federations (IAAF) v. All Russia Athletics Federation
(ARAF) & Tatyana Chernova
29 November 2016

CAS 2016/A/4484
OKK Spars Sarajevo v. Fédération Internationale de Basketball (FIBA)
10 November 2016

CAS 2016/A/4492
Galatasaray v. Union des Associations Européennes de Football (UEFA)
3 October 2016 (operative part 23 June 2016

CAS 2016/O/4504
International Association of Athletics Federations (IAAF) v. All Russia Athletics Federation
(ARAF) & Vladimir Mokhnev
23 December 2016

TAS 2016/A/4509
Espérance sportive de Tunis c. Moussa Marega
22 novembre 2016

CAS 2016/A/4549
Aris Limassol FC v. Carl Lombé
4 November 2016

TAS 2016/A/4569
Abdelkarim Elmorabet c. Olympic Club Safi & Fédération Royale Marocaine de Football
(FRMF)
20 septembre 2016

CAS 2016/O/4615
Asli Çakir Alptekin v. World Anti-Doping Agency (WADA)
4 November 2016 (operative part 5 July 2016)

CAS 2016/A/4676
Arijan Ademi v. Union of European Football Associations (UEFA)
24 March 2017

CAS 2016/A/4708
Belarus Canoe Association (BCA) & Belarusian Senior Men’s Canoe and Kayak team members v. International Canoe Federation (ICF)
23 January 2017

Jugements du Tribunal Fédéral /Judgements of the Federal Tribunal

Judgment of the Swiss Federal Tribunal 4A_620/2015
1 April 2016
X. (Appellant) v. FIFA (Respondent)

Judgment of the Swiss Federal Tribunal 4A_678/2015
22 March 2016
A. (Appellant) v. B. (Respondent)

Arrêt du Tribunal fédéral 4A_690/2016
9 février 2017
Pape Malickou Diakhaté (recourant) c. Granada CF, Bursaspor Kulübü, Kayseri Erciyesspor, Fédération Internationale de Football Association (FIFA) (intimés)

Arrêt du Tribunal fédéral 4A_692/2016
20 avril 2017
Agence Mondiale Antidopage (AMA) (recourante) c. X.     , United States Anti-Doping

Agency (USADA) (intimées) 

zondag 11 juni 2017

Royement leden judovereniging in strijd met redelijkheid vanwege grote verdiensten judosport


De feiten
Op een judotraining is een incident voorgevallen tussen twee leden enerzijds en de trainer anderzijds. De twee leden bejegenen de judoleraar onheus en schofferen hem. De voorzitter van het bestuur heeft daarna aan het tweetal laten weten dat ze op de volgende training niet welkom waren. De twee leden kwamen toch. Vervolgens besluit het bestuur de twee leden te ontzetten uit hun lidmaatschap (royeren). De twee leden beginnen te procederen omdat ze van mening zijn dat de vereniging in redelijkheid niet tot haar besluiten tot ontzetting heeft kunnen komen en dat het bestuur daarmee in strijd met de redelijkheid en de billijkheid als bedoeld in artikel 2:8 BW. Zowel bij de commissie van beroep als bij de rechtbank worden de twee leden in het ongelijk gesteld.

Gerechtshof
Het hof overweegt dat als beoordelingskader geldt  dat de ontzettingen slechts dan jegens de twee leden ontoelaatbaar zijn, indien de vereniging in de gegeven omstandigheden, waaronder de door haar behartigde belangen, jegens de twee leden in redelijkheid niet tot ontzetting had kunnen komen (HR 2 december 1983, ECLI:NL:HR:1983:AG4702). Het hof dient bij de beoordeling of het bestuur van de vereniging bij het nemen van de ontzettingsbesluiten alle in aanmerking komende belangen naar redelijkheid en billijkheid heeft afgewogen en daarbij de nodige zorgvuldigheid in acht heeft genomen, terughoudend te zijn (HR 12 juli 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ9145).
De twee leden brengen naar voren dat bij de toetsing van het besluit alle betrokken belangen moeten worden afgewogen, waarbij rekening gehouden moet worden met de gevolgen die het besluit voor de twee leden en voor de vereniging heeft. In dit verband merken de twee leden op dat zij meer dan voldoende zijn gestraft met de schorsing bij brief van 7 oktober 2013, dat zij niet inzien dat zij ook nog gestraft moesten worden met een ontzetting en dat zij als gerespecteerde leden van de vereniging en de judosport op een oneervolle manier aan de kant zijn gezet. Volgens twee leden is geen acht geslagen op de onberispelijke staat van dienst van twee leden gedurende een periode van vele tientallen jaren, het feit dat één lid erelid van de vereniging is en dat hij is onderscheiden door de judobond voor zijn verdiensten ten behoeve van de vereniging en de judosport.
De vereniging heeft niet betwist dat bij het nemen van de besluiten geen acht is geslagen op de verdiensten van twee leden voor de vereniging en het oneervolle karakter van de ontzetting. Uit het besluit en de overige stukken blijkt dat evenmin. Daarmee staan voormelde stellingen van twee leden vast.

Op grond van het voorgaande komt het hof tot de conclusie dat het bestuur en de commissie bij hun besluitvorming en hun besluiten geen rekening hebben gehouden met voormelde belangen aan de zijde van twee leden , althans hebben het bestuur en de commissie daarmee niet voor twee leden kenbaar rekening gehouden. Het hof is daarom van oordeel dat de vereniging jegens twee leden in redelijkheid niet tot hun besluiten tot ontzetting hadden kunnen komen. Dit brengt mee dat de grief van twee leden slaagt en dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd.