De feiten
De eiser is bewoner van een woning grenzend aan een
sportcomplex. Er is direct aan de woning van de eiser op de, door S.C. OMC gehuurde
voetbalvelden een kunstgrasveld aangelegd. Eiser stelt geluidsoverlast te
hebben. Door de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid zijn in de tuin, direct naast
de gevel van de woning van de eiser metingen verricht. Het daarover
uitgebrachte rapport bevat de volgende conclusies en aanbevelingen:
Uit dit onderzoek blijkt dat sprake is van een relatief hoge geluidsbelasting op de gevel van de woning als gevolg van een reguliere voetbaltraining op het kunstgrasveld van. Het geluidsniveau kan als hinderlijk worden ervaren en zal daarmee het wooncomfort aantasten.
Als advies wordt er gegeven: voorschriften waarin de gebruiksduur van het kunstgrasveld zal worden beperkt, het plaatsen van geluidsschermen of een combinatie van beperkingen.
Het geschil
Uit dit onderzoek blijkt dat sprake is van een relatief hoge geluidsbelasting op de gevel van de woning als gevolg van een reguliere voetbaltraining op het kunstgrasveld van. Het geluidsniveau kan als hinderlijk worden ervaren en zal daarmee het wooncomfort aantasten.
Als advies wordt er gegeven: voorschriften waarin de gebruiksduur van het kunstgrasveld zal worden beperkt, het plaatsen van geluidsschermen of een combinatie van beperkingen.
Het geschil
In een
eerder tussenvonnis over deze zaak had de rechter geoordeeld dat de
grenzen van hetgeen eiser
heeft te dulden bereikt kan zijn en is de zaak in afwachting van het effect van
een aantal maatregelen die deels kort daarvoor waren genomen en deels nog
diende uitgevoerd aangehouden.
De
rechtbank is van mening dat overschrijding van vigerende geluidsnormen is in
beginsel onrechtmatig jegens degenen te wier bescherming die geluidsnormen zijn
gegeven, zoals in dit geval omwonenden.
Anders dan s.c. OMC meent kunnen in het geval dat die normen niet worden
overschreden de omstandigheden van het geval meebrengen dat toch sprake is van
onduldbare en dus onrechtmatige hinder. Zoals in het tussenvonnis van 18
augustus 2011 is overwogen (r.o. 4.2) hangt de vraag of hinder onrechtmatig is
immers af van de omstandigheden van het geval en zijn relevante factoren
daarbij de aard van de hinder, de ernst van de hinder, de duur van de hinder,
de toegebrachte schade en de omstandigheden waaronder de hinder plaatsvindt.
Laatstgenoemde omstandigheden kunnen onderverdeeld worden in factoren als het
gewicht van de belangen die met de door de hinder toegebrachte activiteit
worden gediend, de mogelijkheid – mede gelet op de daaraan verbonden kosten –
en de bereidheid maatregelen ter voorkoming van schade te nemen, de
gevoeligheid voor hinderlijke activiteiten, de plaatselijke omstandigheden,
anterieur hinderlijk gebruik en het tijdstip van de hinder.
In het
algemeen is een bewoner in de avonden vaak thuis en op het genot van zijn
woning aangewezen. Volgens de niet door [eiser] bestreden opgave van s.c. OMC
wordt het kunstgrasveld op doordeweekse dagen in de avonduren tot 21:00 à 21:30
uur gebruikt voor trainingen. Dat dit gebruik en daarmee de geluidsbelasting in
de avonduren gelijk is aan het gebruik van het betreffende veld vóór de aanleg
van het kunstgrasveld is door s.c. OMC tegenover de gemotiveerde en met
verklaringen van twee buren onderbouwde betwisting van [eiser] niet onderbouwd
en derhalve niet aannemelijk.
Op grond
van het vorenstaande is aannemelijk dat de verstoring van het leef- en
woongenot dat [eiser] op doordeweekse avonden door de geluidsoverlast vanaf het
kunstgrasveld ondervindt de grenzen van het toelaatbare overschrijdt. Daarbij
wordt mede in aanmerking genomen dat de geluidbelasting door stemgeluid van
voetballers en trainers op grond van artikel 2.18 Barim bij voormelde metingen
buiten beschouwing is gelaten, maar dat niet ter discussie staat dat die
stemgeluiden eveneens als hinderlijk kunnen worden ervaren en het woongenot
kunnen verstoren.
De beslissing
De
onrechtmatige hinder die eiser van het gebruik van het kunstgrasveld door s.c.
OMC ondervindt, rechtvaardigt het treffen van ordemaatregelen in afwachting van
de door de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid aangekondigde maatwerkvoorschriftenDe
voorzieningenrechter gebiedt s.c. OMC:
a. het gebruik van het kunstgrasveld te beperken en wel zodanig dat het kunstgrasveld voor trainingen uitsluitend nog wordt gebruikt op doordeweekse dagen tot maximaal 20.30 uur
b. er op toe te zien dat het gebruik van het kunstgrasveld gedurende het weekeinde wordt beperkt tot het spelen van wedstrijden, inspeeltijd voor de wedstrijdspelers van maximaal 30 minuten daaronder begrepen.
a. het gebruik van het kunstgrasveld te beperken en wel zodanig dat het kunstgrasveld voor trainingen uitsluitend nog wordt gebruikt op doordeweekse dagen tot maximaal 20.30 uur
b. er op toe te zien dat het gebruik van het kunstgrasveld gedurende het weekeinde wordt beperkt tot het spelen van wedstrijden, inspeeltijd voor de wedstrijdspelers van maximaal 30 minuten daaronder begrepen.
De uitspraak staat HIER
Geen opmerkingen:
Een reactie posten