De feiten
TAR exploiteert
een tennisschool. TARj geeft tennisonderwijs, begeleidt top- en
wedstrijdtennissers en talentvolle jeugd en organiseert tennisevenementen. Voor
de opleiding van talentvolle jeugd heeft zij de “Loot-opleiding” ontwikkeld.
Dit is een zeer kostbare tennisopleiding om talenten klaar te maken voor het
professionele tennis. Een vader heeft zijn minderjarige dochter voor deze
opleiding aangemeld. Partijen hebben in verband daarmee de “Overeenkomst tussen
Tennis Academy Rotterdam B.V. en de deelnemers aan de “Loot”-opleiding” gesloten.
Nu is het zo dat na enige tijd de twee trainers verantwoordelijk voor deze
opleiding van TAR zijn vervangen voor een andere trainer. De vader van het
meisje vindt dat deze lang niet hetzelfde niveau wordt behaald als met de oude
trainers en weigert daarom om nog te betalen voor de opleiding.
Het geschil
TAR vordert dat
de rechtbank bij vonnis veroordeelt om aan TAR te betalen: een bedrag van € 28.000,00 vermeerderd met de
wettelijke rente en een bedrag van € 1.158,00 ter zake buitengerechtelijke
kosten;
TAR legt het
volgende aan haar vordering ten grondslag: Het meisje heeft volop van de door
TAR geboden opleiding en begeleiding gebruik gemaakt. Begin maart 2008 heeft
haar vader laten weten dat zij haar tennisopleiding elders wilde voortzetten in
verband met het vertrek van de trainers. Vanaf dat moment heeft zij geen
gebruik meer gemaakt van de door TAR geboden faciliteiten. De tussen partijen
gesloten overeenkomst is aangegaan voor de bepaalde tijd van 27 september 2004
tot 4 november 2009, de datum waarop het meisje de achttienjarige leeftijd
bereikte. Op grond van artikel 7 van de overeenkomst heeft TAR aanspraak op de
maandelijkse doorbetaling van € 500 tot 1 oktober 2008 en op het tot dan toe
door TAR geïnvesteerde bedrag. Dit komt neer op minimaal € 24.000,00. TAR
betwist dat zij als gevolg van het vertrek van twee trainers niet meer aan haar
verplichtingen kon voldoen.
De vader voert het volgende verweer:
TAR heeft zijn
dochter een kwalitatief verantwoorde tennisopleiding gegarandeerd. Zijn dochter is de huidige
jeugdkampioene tot 18 jaar en behoort tot de beste 36 speelsters van de wereld.
Door het vertrek van een groot aantal spelers en gediplomeerde trainers voldeed
TAR niet meer aan haar verplichtingen. De trainers die voor de oude trainers in
de plaats zijn gekomen, beschikten niet over de vereiste trainerslicenties en
evenmin over jarenlange ervaring in het trainen en begeleiden van getalenteerde
jeugdspelers.
De beoordeling
De kern van het
geschil betreft de vraag of de tussen partijen overeengekomen opleiding en
begeleiding door TAR, met het vertrek van de oude trainers en de komst van de
nieuwe, nog het niveau had dat het meisje en vader op grond van de overeenkomst
mocht verwachten. De rechtbank is van oordeel dat dit niet het geval is. Zij
neemt bij haar oordeel als uitgangspunt dat volgens de eigen stellingen van TAR
de door haar ontwikkelde “Loot-opleiding” voorziet in de opleiding van
toptalenten tot aan hun 18 jarige leeftijd. Dat brengt met zich dat, waar het
gaat om de ontwikkeling van jonge toptalenten, aan die opleiding en trainers de
hoogste eisen mogen worden gesteld. Het is immers een feit van algemene
bekendheid dat juist die levensfase bepalend is voor de ontwikkeling van een
talent. De rechtbank is van oordeel dat de vader voldoende heeft onderbouwd dat
TAR na het vertrek van de trainers niet meer aan die hoogste eisen heeft
voldaan. De vader heeft onweersproken gesteld dat de nieuwe trainer niet
beschikte over trainerslicenties en diploma’s en evenmin over jarenlange ervaring
in het trainen en begeleiden van getalenteerde jeugdspelers.
De rechtbank
wijst de vordering van TAR af.
Tevens eiste de
vader in reconventie dat TAR zou stoppen met het gebruik van het portret van de
speelster. Artikel 21 Auteurswet 1912 bepaalt dat openbaarmaking van een
portret niet geoorloofd is voor zover een redelijk belang van de
geportretteerde zich daartegen verzet.
Vraag is of de
speelster een redelijk belang, in dit geval verzilverbare populariteit
De rechtbank is
van mening dat de speelster in een nogal beperkte kring bekend is en de
commerciële betekenis van dat gebruik dus ook beperkt is. Om die reden acht de
rechtbank het commerciële gebruik van de foto’s slechts in zo geringe mate
toegespitst te zijn op - en voort te vloeien uit - de identiteit van de
speelster dat daaruit het bestaan van een verzilverbare populariteit niet kan
worden afgeleid.
Wel verbiedt de
rechter het verder gebruik van o.a haar portret omdat de speelster terecht niet
geassocieerd wenst te worden met de tennisacademie.
De uitspraak staat HIER
Geen opmerkingen:
Een reactie posten