donderdag 16 februari 2012

Aansprakelijkheid wedstrijdleiders voor kart-ongeval


De feiten
In het arrest van 18 november 2008 heeft het hof ondermeer overwogen dat X en Y jegens de aanklager onrechtmatig hebben gehandelddoor een wedstrijd te laten plaatsvinden op een kartbaan, waarvoor niet alleengeen licentie was verleend, maar waaraan een licentie was onthouden en dieenkele onveilige plaatsen bevatte, waaronder de plaats waar een persoon isdoorgeschoten en tegen de aanklager is aangereden.

Het geschil
De omstandigheid dat het hier gaat om de beoefening vaneen sport die aanzienlijke risico’s meebrengt leidt juist tot de conclusie datop functionarissen als X en Y een bijzondere zorgplicht rust ten aanzien van deveiligheid van het circuit.
Het hof keert thans terug naar de beoordeling van het meersubsidiaire verweer van X en Y, inhoudend dat zij, gelet op de vóór dewedstrijd door de aanklager ondertekende vrijwaringsclausule niet aansprakelijkkunnen worden gehouden.
In het tussenarrest van 18 november 2008 is overwogen dateen kartbaan, juist met het oog op de mogelijkheid van technisch of menselijkfalen, dient te voldoen aan strikte veiligheidseisen en dat een baanlicentievan de KNAF inhoudt dat de baan op het moment van uitschrijven van de licentievoldoet aan de normen en veiligheidseisen voor het houden van kartevenementen. Voortsis in dat arrest onder overwogen dat X en Y als wedstrijdleiders voor het nalevenvan de veiligheidsvoorschriften en reglementen van de KNAF deeindverantwoordelijkheid droegen, dat zij in gebreke zijn gebleven om tecontroleren of voor deze baan een licentie was verleend en dat zij in strijdmet de reglementen van de KNAF hebben gehandeld door de wedstrijd op een nietgoedgekeurd circuit te laten plaatsvinden. 
Alle omstandigheden tezamen brengen het hof tot hetoordeel dat in dit geval sprake is van een zodanig ernstige vorm vanonachtzaamheid aan de zijde van X en Y dat een beroep op uitsluiting vanaansprakelijkheid naar maatstaven van redelijkheid en billijkheidonaanvaardbaar is.

De Beslissing
Gerechtshof:

- vernietigt het vonnis van de rechtbank Utrecht van 4april 2001; en opnieuw rechtdoende
- verklaart voor recht dat X en Y hoofdelijk aansprakelijkzijn voor  deschade van de aanklager als gevolg van het ongeval dat op 25 mei 1997 heeftplaatsgevonden;
- veroordeelt X en Y hoofdelijk tot het vergoeden van deschade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet

De uitspraak staat HIER

Geen opmerkingen:

Een reactie posten